Nieuwe draaideur voor obese werknemer?

Werkgevers mogen hun werknemers niet discrimineren op grond van een handicap of chronische ziekte. Ervaart een werknemer toch zo’n belemmering om op een gelijke manier deel te nemen aan het bedrijfsleven, dan moet de werkgever mogelijk maatregelen treffen. Uit een zaak bij het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat de gevraagde aanpassingen wel redelijk moeten zijn.

19 april 2016 | Door redactie

In de zaak bij het College voor de Rechten van de Mens ging het om een werknemer die belemmeringen ondervond bij het verkrijgen van toegang tot zijn werkplek. De werknemer met obesitas paste niet door de draaideur waarmee hij het gebouw naar binnen moest. Omdat hij obesitas had, beriep hij zich op de Wet gelijke behandeling op grond van een handicap of chronische ziekte. Er zou sprake zijn van discriminatie; een verboden onderscheid.

Andere deuren waren stigmatiserend

De werknemer was herhaaldelijk vast komen te zitten in de draaideur en er ging een alarm af als de draaideur blokkeerde. Dat kwam omdat hij zwaarder was dan het maximumgewicht waarop de weegmat onder de deur was afgesteld. Er waren ook openslaande deuren naast de draaideuren, die gebruikt konden worden na autorisatie door een leidinggevende. De werkgever bood hem dit aan, maar de werknemer weigerde. Dit was namelijk een mindervalideningang en de werknemer vond dit stigmatiserend. Hij wilde dat de werkgever een infraroodsysteem plaatste, zodat hij gewoon van de draaideuren gebruik kon maken. De kosten hiervan zouden circa € 300.000 zijn.

Geen verboden onderscheid

Het College vond dat het niet van de werkgever kon worden verwacht dat hij deze kosten maakte. Zeker niet omdat er een andere deur was waar de werknemer gebruik van kon maken en waardoor hij nog steeds toegang had tot het gebouw. Het College oordeelde dan ook dat er geen verboden onderscheid was gemaakt.
College voor de Rechten van de Mens, 3 maart 2016, Oordeel: 2016-18