OR kan en moet zwangerschapsdiscriminatie tegengaan

Zwangerschapsdiscriminatie is nog altijd een groot probleem op de arbeidsmarkt. Dit blijkt uit onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens. Er is dus werk aan de winkel voor de ondernemingsraad (OR). Waken tegen discriminatie is namelijk een kerntaak van de OR.

25 november 2020 | Door redactie

Bijna de helft (43%) van de werkende vrouwen in Nederland heeft ooit te maken gehad met zwangerschapsdiscriminatie. En dat blijkt een hardnekkig probleem, concludeerde het College voor de Rechten van de Mens na onderzoek onder 1.150 vrouwen. Sinds de vorige meting in 2016 is de aard en omvang van zwangerschapsdiscriminatie onverminderd groot. Bij zo’n conclusie moeten er alarmbellen gaan rinkelen bij de ondernemingsraad (OR). De OR moet zich immers inzetten om discriminatie op de werkvloer te voorkomen.

OR moet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bevorderen

Discriminatie vanwege een zwangerschap of kinderwens is in strijd met de Wet gelijke behandeling (Wgb). Dat is een belangrijk aandachtspunt voor de OR. Volgens artikel 28, lid 3 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is het één van de kerntaken van de OR om te waken tegen discriminatie en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de organisatie te bevorderen. De OR kan onder de achterban onderzoeken in hoeverre vrouwen in de organisatie te maken hebben (gehad) met discriminatie en zo de aard en omvang van het probleem in kaart brengen. Vervolgens kan de raad zijn initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) gebruiken om de bestuurder een schriftelijk voorstel te doen om discriminatie van vrouwen tegen te gaan.

Bestuurder moet voorstel van OR om discriminatie tegen te gaan serieus overwegen

De OR kan er bijvoorbeeld op aandringen dat de bestuurder een vertrouwenspersoon aanstelt (tool), die als aanspreekpunt kan dienen voor vrouwen die vermoeden dat zij vanwege hun kinderwens of zwangerschap worden gediscrimineerd. Ook kan de OR bij de vertrouwenspersoon anonieme gegevens opvragen over de ervaringen van werknemers met discriminatie en deze aan de bestuurder voorleggen. Daarnaast kan de OR adviseren om een gedragscode op te stellen (tool) om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan. De bestuurder is verplicht om met de OR te overleggen over het voorstel. Vervolgens moet hij de OR schriftelijk en met een goede onderbouwing laten weten wat hij naar aanleiding van het voorstel besluit te doen.