OR moet strijden tegen zwangerschapsdiscriminatie

Zwangerschapsdiscriminatie komt nog veel voor in het Nederlandse bedrijfsleven. Vaak gebeurt het onbewust, zo blijkt uit een aantal zaken die het College voor de Rechten van de Mens onlangs behandelde. Reden te meer voor de ondernemingsraad (OR) om zwangerschapsdiscriminatie onder de aandacht te brengen. Discriminatie tegengaan is namelijk één van de taken van de OR.

30 augustus 2021 | Door redactie

Zwangerschapsdiscriminatie is vaak lastig te herkennen. Dat blijkt uit de zaken waarover het College voor de Rechten van de Mens zich de afgelopen maanden boog. Werkgevers zijn zich er vaak niet eens van bewust dat zij zich schuldig maken aan discriminatie. Het is daarom van belang dat werkgevers en werknemers alert zijn op een mogelijk ongelijke behandeling van zwangere vrouwen of vrouwen met een kinderwens. Ook de OR moet discriminatie van de achterban bestrijden en een gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de organisatie bevorderen (artikel 28, lid 3 WOR).

Zwangerschapsdiscriminatie gebeurt vaak onbewust

Dat zwangerschapsdiscriminatie een hardnekkig probleem is op de Nederlandse arbeidsmarkt, bleek vorig jaar al uit onderzoek van het College. Ook de afgelopen periode behandelde het College verschillende zaken die duiden op zwangerschapsdiscriminatie. In sommige gevallen erkent de werkgever dat de zwangerschap een rol speelt. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de leidinggevende die een werkneemster vroeg om een opleiding uit te stellen tot na haar zwangerschap (oordeel 2021-54), en bij de werkgever die een contract van een werkneemster beëindigde vanwege haar zwangerschapsverlof (oordeel 2021-60). 
Meestal heeft de werkneemster echter alleen een vermoeden dat keuzes van de werkgever te maken hebben met haar zwangerschap of kinderwens. In zo’n situatie kan het College beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van zwangerschapsdiscriminatie. Zo kon een werkgever de reden van de beëindiging van het dienstverband tijdens de proeftijd – namelijk dat de zwangere werkneemster niet geschikt zou zijn voor de functie – onvoldoende onderbouwen. Ook in deze zaak oordeelde het College dat er sprake was van zwangerschapsdiscriminatie (oordeel 2021-94).

OR kan zorgen voor bewustwording van zwangerschapsdiscriminatie

De zaken die het College onlangs behandelde zijn een goede aanleiding voor de OR om het onderwerp zwangerschapsdiscriminatie op de agenda zetten voor de eerstvolgende overlegvergadering met de bestuurder (artikel 24 WOR). De OR kan de bestuurder ook ongevraagd adviseren (artikel 23, lid 3 WOR) om in de hele organisatie aandacht te besteden aan zwangerschapsdiscriminatie. Discriminatie kan gevolgen hebben voor de gezondheid van werknemers en is daarmee een arbeidsrisico. De OR moet ervoor zorgen dat dit risico voldoende aandacht krijgt in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het bijbehorende plan van aanpak. Daarbij heeft de OR instemmingsrecht (artikel 27, lid 1d WOR).
Het is van belang dat zowel leidinggevenden als werknemers weten dat discriminatie op grond van zwangerschap of kinderwens verboden is. Uw bestuurder doet er verstandig aan om een gedragscode op te stellen (tool), waarin duidelijk staat waar slachtoffers terecht kunnen als zij menen dat zij worden gediscrimineerd en wat de sancties zijn als een werknemer zich schuldig maakt aan discriminatie.