U moet ervaringseis in vacaturetekst motiveren

Neemt u in een advertentie een maximum werkervaringseis op, dan heeft dit tot gevolg dat u onderscheid op grond van leeftijd maakt. Dit is niet altijd verboden. Als u objectieve redenen heeft om dit onderscheid te maken, dan is leeftijdsonderscheid soms gerechtvaardigheid. U moet in de vacature dan wel kunnen motiveren waarom u de werkervaringseis stelt.

10 december 2012 | Door redactie

Dit blijkt uit een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens, voorheen de Commissie Gelijke Behandeling. Een werving- en selectiebureau plaatste een vacaturetekst op internet waarbij zij een werkervaringseis stelde van vijf tot tien jaar. Een anti-discriminatiebureau zag de advertentie op internet en stapte vervolgens naar het College voor de Rechten van de Mens. Volgens het anti-discriminatiebureau maakte het werving- en selectiebureau een verboden leeftijdsonderscheid door een maximum werkervaringseis op te nemen in de vacature zonder deze werkervaringseis te motiveren. Het werving- en selectiebureau bracht daartegen in dat de werkervaringseis niets te maken had met leeftijd, omdat zowel jongeren als ouderen aan deze eis konden voldoen.

Leeftijdsonderscheid niet altijd verboden

Het college gaf aan dat het werving- en selectiebureau door het stellen van een maximum werkervaringseis van tien jaar sollicitanten met méér werkervaring uitsloot. Dit zouden voornamelijk oudere kandidaten zijn, omdat zij meestal meer werkervaring hebben. Er werd daarom een onderscheid gemaakt op grond van leeftijd. Het maken van leeftijdsonderscheid is echter niet verboden als de werkgever hier objectieve redenen voor heeft. In dit geval had het werving- en selectiebureau de werkervaringseis in de vacature opgenomen om een assistent accountant van een bepaald niveau te werven. Een klant betaalt een accountant namelijk méér op basis van het aantal jaren werkervaring. Wel had het werving- en selectiebureau deze werkervaringseis in de vacature moeten uitleggen.
College voor de Rechten van de Mens, 20 november 2012, 2012-178