Werkgever mag moskeebezoek niet weigeren

Een werkgever kan zich schuldig maken aan discriminatie door een werknemer niet vrij te geven voor moskeebezoek. Tot dit oordeel kwam het College voor de Rechten van de Mens onlangs.

18 maart 2016 | Door redactie

Een werknemer kreeg geen toestemming om eens per drie weken een uur vrij te nemen voor zijn vrijdagmiddaggebed in een moskee. De werknemer werkte op basis van een leer-werkovereenkomst (tool) en doorliep voor zijn werk een opleiding. De werkgever betaalde die opleiding en wilde dat werknemers deze binnen twee jaar afrondden. Daarom gold de regel dat leerlingen de eerste twintig weken alle lessen moesten volgen. Vrij nemen was geen optie, want dat zou de kans verkleinen dat de werknemers de opleiding op tijd zouden afronden. Om onderscheid te voorkomen, maakte de werkgever hierop geen uitzonderingen.

Verboden onderscheid ondanks goede bedoelingen

De werknemer nam ontslag om aan zijn geloofsplichten te kunnen blijven voldoen en stapte naar het College voor de Rechten van de Mens om te laten onderzoeken of de werkgever een verboden onderscheid op basis van godsdienst had gemaakt. Het College stelde dat de werkgever door geen uitzonderingen te maken op de aanwezigheidsplicht gelijke behandeling had nagestreefd. Echter, hiermee maakte de werkgever in de arbeidsvoorwaarden wel een indirect onderscheid op basis van godsdienst. Het College oordeelde dat het om een verboden onderscheid ging. De werkgever had naar mogelijkheden moeten zoeken om toch een uitzondering te maken, zodat hij zou hebben geprobeerd om de werknemer niet te hinderen bij het uitdrukken van zijn geloof.
College voor de Rechten van de Mens, 26 januari 2016, oordeel 2016-7