Werkgever mag weinig zeggen over uiterlijk

20 september 2010 | Door redactie

Heeft de werkgever moeite met kledingstijlen die afwijken van het standaard ‘werknemersuiterlijk’? Misschien vindt hij zwarte nagellak, te korte rokjes of een T-shirt van Bert en Ernie niet representatief. Toch mag hij dit niet verbieden als de kledingdracht verder geen risico voor de gezondheid is en de verandering niet omkeerbaar is.

Ook al bekleedt een werknemer een representatieve functie, een werkgever mag hem alleen afrekenen op ongepaste stijl als de veiligheid op het spel staat. Uit de Grondwet en het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) blijkt dat uw organisatie ook geen consequenties mag verbinden aan zaken die met de persoonlijke levenssfeer te maken hebben. Dit kwam naar voren in een rechtszaak van een politieagent met een hanenkam.

Rechts-extremistische uitstraling

De werknemer was ingeroosterd in de buitendienst maar moest toch een binnendienst verrichten omdat zijn werkgever zijn kapsel niet gepast vond. De hanenkam van de politieagent gaf hem een ‘autonome en rechts-extremistische uitstraling', aldus zijn leidinggevende. De politieagent in kwestie ging hier niet mee akkoord en stapte naar de Centrale Raad van Beroep. Omdat het aanpassen van een kapsel ook invloed had op het privéleven van de politieagent – waar een werkgever doorgaans niets over te zeggen heeft – werd hij in zijn grondrechten beperkt, zo blijkt uit deze rechtszaak van de Centrale Raad van Beroep. Daarnaast was, na het bekijken van de foto's van de politieagent met de hanenkam, de haardos niet van dusdanige lengte dat de eisen van representativiteit en professionaliteit in het geding kwamen.

Terugdraaien mogelijk

Het is een ander verhaal als het gaat om de veiligheid en de mogelijkheid de aanpassing terug te draaien. Zo was er eens een andere rechtszaak van een politieman met een wenkbrauwpiercing. Volgens de rechter moest deze werknemer zijn piercing tijdens dienstijd uitdoen, omdat hij hem daarna weer in kon doen. Bovendien was zo'n ringetje in het gezicht een risico op de buitendienst: tijdens een arrestatie kon hij gemakkelijk ergens achter blijven haken.
Centrale Raad van Beroep, 24 december 2009, LJN: BK8782