Winst uit onderneming telt mee voor alimentatie dga

Voor het bepalen van de draagkracht van een directeur-grootaandeelhouder (dga) die alimentatie moet betalen, kan ook de winst uit zijn bv een rol spelen. De Hoge Raad vindt dat de dga in elk geval goed moet motiveren waarom die winst niet wordt meegeteld.

26 juni 2017 | Door redactie

Het rechtscollege boog zich over de kwestie in een zaak tussen een man en een vrouw die gescheiden (tool) waren. De man was dga van een bv en de vrouw had recht op alimentatie. Voor het bepalen van de draagkracht van de dga hadden de rechtbank en later het hof alleen gekeken naar het jaarinkomen uit zijn bv. Het hof zag geen reden om de winstreserves in de bv ook bij het inkomen te tellen, want ‘dat winstreserves aanwezig zijn, betekent nog niet dat er ruimte is voor dividenduitkeringen’. Maar de vrouw vond die redenering onterecht.

Geen noodzaak om winst op te potten in bv

Het hof stelde dat het verder aan de bestuurder van de onderneming is of er dividend wordt uitgekeerd of niet. In cassatie bij de Hoge Raad voerde de vrouw aan dat de man voor het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom hij naast zijn inkomen niet extra winst zou kunnen uitkeren om zijn kinderen te onderhouden.
De discussie kwam erop neer dat de dga de winst niet wilde uitkeren vanwege de continuïteit van zijn onderneming. De vrouw voerde juist aan dat de bv prima draait en dat er geen noodzaak was om de winst op te potten.
De Hoge Raad oordeelde eerder al in een andere zaak dat bij het bepalen van de draagkracht van een dga ook de winst uit de onderneming een rol kan spelen. En in deze zaak vond het rechtscollege dat het hof onvoldoende aandacht had gehad voor de stellingen van de vrouw. De zaak is dan ook verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam voor verdere behandeling.
Hoge Raad, 19 mei 2017, ECLI (verkort): 934