Betere interne inzetbaarheid laagopgeleiden

Een laagopgeleide werknemer stapt na een training niet zomaar op. Wel zal hij eerder een andere baan binnen uw organisatie willen. Dat blijkt uit onderzoek door TNO naar de duurzame inzetbaarheid van laaggeschoolde werknemers. Door te investeren in scholing van uw laagopgeleide werknemers versterkt u dus vooral de interne employability.

18 maart 2013 | Door redactie

Sommige werkgevers zijn terughoudend om te investeren in scholing van laaggeschoolde werknemers, omdat ze bang zijn dat werknemers naar een andere werkgever ‘overlopen’. Het is natuurlijk zonde als u heeft geïnvesteerd in een opleiding, maar daar niet de vruchten van kunt plukken. Toch blijkt deze vrees niet terecht als het om laagopgeleide werknemers gaat.

Laagopgeleiden stappen niet zomaar op

Uit onderzoek door TNO (pdf) naar de duurzame inzetbaarheid van laaggeschoolde medewerkers blijkt dat deze werknemers na scholing niet snel van werkgever veranderen (vrijwillige externe baanverandering). Wel zullen ze eerder binnen de organisatie van baan willen veranderen (vrijwillige interne baanverandering). Training en taakuitbreiding versterken dus vooral de interne employability van laaggeschoolden. Het risico is beperkt dat een laagopgeleide medewerker na een training opstapt. Investeren in de kwalificaties van werknemers levert uw organisatie dus bijna altijd rendement op.

Competenties voor betere inzetbaarheid

Volgens de onderzoekers zijn voor het verbeteren van de duurzame inzetbaarheid van laagopgeleide werknemers de volgende competenties belangrijk:

  • scholing tot startkwalificatieniveau: voor sommige werknemers geldt dat ze eerst moeten worden geschoold tot minimaal mbo 2-niveau (startkwalificatieniveau) of zelfs mbo 3-niveau om te kunnen voldoen aan de eisen van de huidige arbeidsmarkt;
  • taalbeheersing: de werknemer moet ten minste Nederlands op basisniveau beheersen;
  • vakkennis en vaardigheden: de werknemer moet voldoende kennis hebben van materialen, producten, processen, veiligheid en wetgeving;
  • flexibiliteit en aanpassingsvermogen: de werknemer moet niet alleen scholing en training volgen, maar ook coaching krijgen om het leervermogen en de leerbereidheid te stimuleren;
  • communicatie en sociale vaardigheden: de werknemer moet beschikken over overtuigingskracht, durf en kunnen omgaan met (culturele) verschillen;
  • ondernemerschap en leidinggeven: de werknemer moet werken aan commerciële competenties zoals initiatief nemen, resultaat- en klantgerichtheid. Dit geldt vooral voor werknemers die willen doorgroeien naar hogere (leidinggevende) functies.