Vragen over: OR & duurzame inzetbaarheid

Hoewel de AOW-leeftijd de komende jaren langzamer omhooggaat dan eerder was afgesproken, is aandacht voor duurzame inzetbaarheid nog altijd nodig! Werknemers moeten immers nog steeds lang doorwerken. Wat kan de OR doen om de duurzame inzetbaarheid van de achterban te vergroten?

23 juli 2019 | Door redactie

Onlangs stemde de Eerste Kamer in met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd. De AOW-leeftijd blijft daardoor volgend jaar en het jaar erna 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd stapsgewijs naar 67 jaar in 2024. Duurzame inzetbaarheid zorgt ervoor dat werknemers hun werk in goede gezondheid kunnen uitvoeren tot zij stoppen met werken. De OR speelt hierin een doorslaggevende rol.

In hoeverre heeft de OR invloed op beleid voor duurzame inzetbaarheid?

De OR heeft veel invloed op de besluiten die duurzame inzetbaarheid van werknemers bevorderen. De OR heeft volgens artikel 27, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) namelijk instemmingsrecht op alle regelingen rond arbeidsomstandigheden (veilig en gezond werken, maar ook de zorg voor de psychosociale arbeidsomstandigheden), ziekteverzuim en re-integratie, scholing voor werknemers (de sleutel tot de duurzame inzetbaarheid), het bevorderingsbeleid (regelingen die het ontwikkelen van de mogelijkheden van de werknemers binnen de organisatie bevorderen), de werktijd- of vakantieregelingen (gezond roosteren) of de invoering van het generatiepact (maatregelen waardoor ouderen minder uren kunnen werken en er werk vrijkomt voor jongere werknemers).
Al deze regelingen bevatten elementen die de duurzame inzetbaarheid van werknemers kunnen bevorderen. De OR kan hierop invloed uitoefenen door bijvoorbeeld aanvullende eisen te stellen aan de invoering of wijziging van regelingen voordat de OR instemming verleent. 

In hoeverre is de OR ook in praktische zin betrokken bij duurzame inzetbaarheid?

Het instemmingsrecht van de OR dwingt de OR om actief op te treden bij belangrijke besluiten over duurzame inzetbaarheid. Daarbij is het van belang dat de OR rekening houdt met de verschillende levensfases van de werknemers. Zo heeft een starter op de arbeidsmarkt andere behoeften dan een werknemer die meer dan 40 jaar aan het werk is en met bijvoorbeeld mantelzorgtaken te maken heeft. De OR kan in het overleg met de bedrijfsarts de maatregelen bespreken die nodig zijn om arbeidsgerelateerde uitval te voorkomen. Dat geldt ook voor de maatregelen die de bestuurder kan nemen tegen werkdruk en werkstress.

Heeft de OR een controlerende functie in het kader van duurzame inzetbaarheid?

De OR heeft volgens artikel 28, lid 1 WOR de verplichting om toe te zien op een juiste naleving van gemaakte afspraken en (wettelijke) regels op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Een OR heeft dus een controlerende functie. Voor een OR is het echter veel zinvoller om zich actief te bemoeien met de invoering of wijziging van dit soort regelingen. Dan kan de OR immers daadwerkelijk invloed uitoefenen op de invulling en de praktische toepassing van het beleid. Het is lastiger om dit achteraf nog te doen naar aanleiding van de resultaten van een toetsing.

In de rubriek 'Vragen over' behandelt Rendement een onderwerp waar lezers veel vragen over hebben. Heeft u ook een vraag? Stel deze dan aan de adviseurs van de adviesdesk!