VERDIEPINGSARTIKEL

Gezond doorwerken tot het pensioen

Met de stijgende pensioenleeftijd en de krapte op de arbeidsmarkt is het in het belang van zowel werkgevers als werknemers om gezamenlijk het beste beentje voor te zetten en gezond van lichaam en geest te blijven, ook op latere leeftijd. Maar waar te beginnen?

Met de stijgende pensioenleeftijd en de krapte op de arbeidsmarkt is het in het belang van zowel werkgevers als werknemers om gezamenlijk het beste beentje voor te zetten en gezond van lichaam en geest te blijven, ook op latere leeftijd. Maar waar te beginnen? In dit leest u over het proces van meting en diagnose van de duurzame inzetbaarheid binnen uw organisatie.


3 december 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Peter Reinerink, trainer & adviseur medezeggenschap, arbo en duurzame Inzetbaarheid bij TRAINIAC, peter@trainiac.nl


De levensverwachting in Nederland blijft stijgen. Tussen 2012 en 2019 met gemiddeld 2 maanden per jaar, en in 2019 zelfs met bijna vier maanden (CBS). Mede hierom stijgt ook de pensioenleeftijd. Tot welke leeftijd starters op de arbeidsmarkt moeten doorwerken, staat nog in de sterren geschreven. Dat er beleid nodig is om te zorgen dat deze mensen – en iedereen die langer door zal moeten dan gedacht – hiertoe in staat zullen zijn, is duidelijk!

Meet duurzame inzetbaarheid

Elke organisatie is anders: andere werkzaamheden, andere personeelsopbouw, andere voorkeuren. Toch is de mogelijkheid om het sportschoolabonnement te declareren nog steeds één van de meestgebruikte regelingen om duurzame inzetbaarheid te stimuleren.

Bij doorvragen blijkt dat men meestal niet weet of deze regeling iets oplevert. Sterker: hoewel een sportschoolabonnement met de juiste intenties wordt aangeboden, heeft men meestal niet vastgelegd wat het beoogde resultaat ervan moet zijn. Toch kost elk abonnement geld dat uw organisatie maar één keer kan besteden.

Wanneer u zo’n budget op de juiste manier wilt inzetten, wilt u weten waar u de meeste vooruitgang kunt behalen. Het start bij een goede meting van de huidige situatie van de werknemers.

Duurzame inzetbaarheid is meer dan gezondheid. Het betreft ook de mate waarin iemand inzetbaar is op de arbeidsmarkt door voldoende kennis en opleiding (employability), en de mate waarin de werksituatie aansluit op de privé-situatie (werkvermogen).

Ook voor gezondheid (vitaliteit) is het aan te raden om inzicht te hebben in de uitgangssituatie en de risico’s op de lange termijn. Er spelen dus vele factoren mee, die dan ook vragen om een volledig overzicht, om op die manier de juiste conclusies te kunnen trekken. Maar hoe dan?

Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)

Dat kan met een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (verdiepingsartikel). En dan periodiek. Wat periodiek is, staat verder niet omschreven. Ook staat nergens omschreven hoe actief een organisatie werknemers ‘in de gelegenheid moet stellen’ het onderzoek te ondergaan.

Juridisch is er veel vrijheid om aan de Arbowet te voldoen

En er is ook over te discussiëren of ‘die de arbeid met zich brengt’ betekent dat het alleen gaat om de risico’s die gerelateerd zijn aan de werkzaamheden, of dat het álle risico’s betreft die er zijn als je de arbeid op korte en lange termijn op een goede manier voort wilt zetten. Juridisch is er dus veel vrijheid om aan de Arbowet te voldoen.

Artikel 18 van de Arbowet

Arbeidsgezondheidskundig onderzoek: ‘De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.’

PMO voor duurzame inzetbaarheid

Het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek heeft lang bekendgestaan als het PAGO. Dit is vooral een keuring om gezondheidsschade op te sporen die dreigt of al veroorzaakt is door de risico’s in verband met de arbeidsplaats. Dit betreft voornamelijk fysieke schade.

Het is goed om hier als werkgever inzicht in te hebben, omdat daar de inzet van de betrokken werknemer op kan worden aangepast. Ergens is het echter ook mosterd na de maaltijd. Het is namelijk de vraag of de gezondheidsschade voorkomen had kunnen worden door anders te meten en daar actie op te ondernemen.

Het Preventief Medisch Onderzoek (PMO) is de uitgebreide versie van het PAGO, waarin ook diverse andere aspecten van gezondheid onder de loep worden genomen. Naast de fysieke keuring van onderdelen die belast worden door het werk kijkt men naar algemene fysieke kenmerken.

Daarnaast is een vragenlijst over de levensstijl en de geestelijke en fysieke gezondheid een vast onderdeel van het PMO.

Meting gezondheid korte en lange termijn

Op deze manier ontstaat een beeld van de gezondheid op geestelijk en fysiek vlak, zowel op het meetmoment als op de lange termijn, in de vorm van een verwachting.

Uw organisatie kan een PMO aanpassen aan de eigen situatie, net zoals dat met het PAGO kan. Op basis van een eerdere RI&E wordt er gekozen voor specifieke lichamelijke onderzoeken en wordt er gevraagd naar specifieke aspecten van geestelijke belasting en gezondheid.

De beleving van de mogelijkheden om arbeidstijden flexibel in te delen of thuis te werken, geven inzicht in het werkvermogen; inzicht in BRAVO (Beweging, Roken, Alcohol, Voeding en Ontspanning) geeft kennis over de manier waarop de vitaliteit van medewerkers te bevorderen is.

Neem angsten weg die bij de deelnemers kunnen leven

 Een succesvol PMO hangt af van het aantal deelnemers. Wanneer u op zoek bent naar zo veel mogelijk informatie om uw arbobeleid op af te stemmen, wilt u deelname hieraan stimuleren. U wilt ook de uitschieters of de minder gezonde mensen onderdeel laten zijn van uw onderzoek. Naast de inhoud is dus ook de communicatie hierover van belang.

Natuurlijk neemt u angsten weg die bij de deelnemers kunnen leven zoals dat de resultaten gedeeld worden met de werkgever of dat de uitslag persoonlijke consequenties kan hebben. Hier kan de OR een rol in spelen door dit te benadrukken.

PMO samen met de OR op de kaart krijgen

De RI&E gaat in op de risico’s op het werk. Dit zijn directe risico’s die horen bij de werkzaamheden, maar ook gebreken in het proces rond arbeidsomstandigheden worden hierin steeds vaker beschreven. Het ontbreken van een periodiek PMO en de bijbehorende resultaten geeft kans op minder passend beleid en daardoor een verhoogd risico op allerlei klachten.

 

Dat op basis van deze constatering het aanbieden van een periodiek PMO in het Plan van Aanpak (PVA) wordt opgenomen is geen uitzondering meer.

 

Instemming

Ook ondernemingsraden zetten vaak in op een PMO en geven de verplichte instemming op de RI&E en PVA op voorwaarde dat een PMO hierin opgenomen is. Trek hierin dus samen op!

De uiteindelijke resultaten van al dit voorwerk bieden een stabiele basis om beleid op te maken. Deze resultaten kunt u afzetten tegen bepaalde normwaarden. Dit kan door te vergelijken met gemiddelden uit een algemene populatie maar ook met geselecteerde groepen binnen de branche of met groepen met specifieke demografische kenmerken, zoals leeftijd of geslacht.

Ook kunt u de resultaten van organisatieonderdelen onderling met elkaar vergelijken. Om te kunnen bepalen of dit beleid aanslaat en de gehoopte resultaten oplevert, zijn opvolgende metingen noodzakelijk. Periodiek dus. Verschillende instanties adviseren eens per 2 à 3 jaar.