In hoeverre moeten we de OR betrekken bij beleid voor duurzame inzetbaarheid?

Publicatiedatum 24 juli 2019

In hoeverre moeten we de ondernemingsraad (OR) betrekken bij ons beleid voor duurzame inzetbaarheid? Heeft de OR bijvoorbeeld instemmingsrecht?

De ondernemingsraad (OR) heeft veel invloed op besluiten die de duurzame inzetbaarheid van werknemers moeten bevorderen. Denk aan instemmingsrecht op alle regelingen die betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim en re-integratie, opleiden, bevorderingsbeleid en werktijd- of vakantieregelingen. Al deze regelingen bevatten elementen die de duurzame inzetbaarheid van werknemers kunnen bevorderen.

Levensfases

Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad op de bovengenoemde regelingen zorgt ervoor dat de OR actief moet zijn bij de belangrijke besluiten over duurzame inzetbaarheid. Het is daarbij verstandig om rekening te houden met de levensfases van het personeel. Een starter in het arbeidsproces heeft andere behoeften dan een werknemer die inmiddels meer dan veertig jaar aan het werk is en met mantelzorgtaken te maken krijgt. U kunt de OR betrekken in het overleg dat u met de bedrijfsarts heeft over maatregelen die nodig zijn om arbeidsgerelateerde uitval te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen tegen werkdruk en werkstress.

WOR

Artikel 28 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR de verplichting om toe te zien op een juiste naleving van gemaakte afspraken en (wettelijke) regels op het gebied van de arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en werk- en rusttijden. De ondernemingsraad heeft hier dus ook een controlerende functie, maar het is natuurlijk veel zinvoller om de OR actief te betrekken bij de invoering of wijziging van de hiervoor genoemde regelingen dan om dit achteraf te laten toetsen.