Staartlasten WGA per 2017 voor rekening UWV

Het moet voor werkgevers aantrekkelijker worden om eigenrisicodrager te worden voor de WGA. Daarom blijven de lopende risico’s per 2017 bij UWV achter als een (middel)grote werkgever eigenrisicodrager wordt.

3 augustus 2015 | Door redactie

Kort voor het zomerreces stuurde minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief aan de Tweede Kamer (pdf) waarin hij aangeeft hoe hij de financiering van de Werkhervattingskas (Whk) eerlijker wil maken. In het nieuwsartikel ‘WGA-premies bij terugkeer UWV per 2017 hoger’ las u al dat de WGA-premie die (middel)grote werkgevers na een periode van eigenrisicodragerschap aan UWV gaan betalen per 2017 anders wordt berekend. In dezelfde brief kondigde Asscher nog een maatregel aan die het eigenrisicodragerschap voor de WGA aantrekkelijker maakt. Vanaf 1 januari 2017 blijven de lopende risico’s namelijk bij UWV achter op het moment dat een (middel)grote werkgever eigenrisicodrager wordt.

Lopende risico’s niet voor rekening werkgever

Nu moet een (middel)grote werkgever die eigenrisicodrager wordt, ook meteen zelf (een deel van) de uitkering betalen aan werknemers die op dat moment al een WGA-uitkering ontvangen of ziek zijn en op termijn een WGA-uitkering zullen ontvangen. Voor kleine werkgevers blijven deze zogenoemde staartlasten al langer bij UWV achter. Voor hen hangt de premie immers niet af van de instroom in de WGA vanuit de onderneming; zij betalen een sectorpremie.

Nieuwe regels pas per 2017 van kracht

Als een (middel)grote werkgever er nu voor kiest om eigenrisicodrager voor de WGA te worden, moet hij de kosten voor WGA-uitkeringen die zijn ontstaan vóór het moment van eigen risico dragen, nog wel zelf bekostigen. Zodra de nieuwe regels in werking treden – naar verwachting dus per 2017 – komt deze verplichting te vervallen. Vanaf dat moment komen de staartlasten voor rekening van de Werkhervattingskas.