Wat moet u vóór het einde van het jaar allemaal regelen?

Nu het jaar op zijn eind loopt, is er van alles af te ronden voor 2020 en op te starten voor het komende jaar. Hieronder vindt u veel fiscale en administratieve aandachtspunten. Zo loopt u geen voordeel mis en heeft u alles netjes voor elkaar. We hebben de tips voor u op een rijtje gezet in de volgende onderwerpen:Rendie

Raadpleeg ook de Eindejaarstips 2021


TIPS VOOR DE PERSONEELSADMINISTRATIE

Let op wetswijzigingen per 1 januari 2021

Het kabinet voerde per 1 januari 2020 veel belangrijke wijzigingen door in de wet- en regelgeving voor personeel en arbeid. Wat dat betreft verloopt de jaarwisseling nu een stuk rustiger. Toch zijn er allerlei (kleinere) wijzigingen per 1 januari 2021 waar u op de hoogte van moet zijn en waarvoor u misschien actie wilt ondernemen. Enkele interessante veranderingen:

  • De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen zorgt ervoor dat eerder uittreden aantrekkelijker wordt. Voor werknemers met zware beroepen kunt u via de cao recht krijgen op een gedeeltelijke vrijstelling van de RVU-heffing. Dat maakt het mogelijk om met hen afspraken te maken voor vervroegde uittreding, zonder dat uw organisatie fiscaal gestraft wordt. Daarnaast gaat gelden dat een werknemer niet maximaal 50 maar 100 weken fiscaal gunstig extra vakantie- of compensatieverlof kan opsparen.
  • De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) regelt dat payrollkrachten recht krijgen op een adequate pensioenregeling.
  • Kleine organisaties kunnen bij UWV een compensatie aanvragen voor transitievergoedingen die worden betaald bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden (en op termijn ook vanwege ziekte of gebreken) van de werkgever.
  • Per 1 januari 2021 vervalt de tijdelijke uitzondering voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding bij (volledig) thuiswerken.
  • Bij grote investeringen in uw organisatie krijgt u een korting op de loonheffing.
  • De vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) wordt voor 2021 verlaagd. Over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom is de vrije ruimte 1,7% en over het deel van de loonsom boven € 400.000 gaat het om 1,18%.
  • De hoge WW-premie is in 2021 7,7%. De lage is vijf procentpunt minder: 2,7%. De WW-premies zijn lager dan in 2020.
  • Het wettelijk minimumloon is vanaf 1 januari € 1.684,80 bruto per maand bij een fulltime dienstverband en een leeftijd van minimaal 21 jaar.
  • Voor het jaarlijkse aanbod voor een vaste arbeidsomvang aan een oproepkracht moet u rekening houden met strengere regels.
  • De maximale transitievergoeding stijgt naar € 84.000.
  • Vanaf 1 januari geldt voor alle buitenlandse werknemers dat zij maximaal vijf jaar van de 30%-regeling kunnen profiteren voor onbelaste vergoedingen. Het overgangsrecht dat nog een langere duur mogelijk maakte, komt ten einde.
  • Het loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep banenafspraak wordt structureel beschikbaar.
  • Nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat een Wajonger die (meer) gaat werken, een gelijk of hoger inkomen krijgt.
  • De AOW-gerechtigde leeftijd blijft wel onveranderd: 66 jaar en vier maanden.

Attendeer werknemers op hun vakantiedagen

Als werknemers hun vakantiedagen niet opnemen, krijgen zij mogelijk te weinig rust en moet uw organisatie geld vrijhouden om de vakantiedagen eventueel later uit te betalen. Rond de jaarwisseling is er in veel organisaties wat ruimte om vakantiedagen op te nemen. Leidinggevenden kunnen hun werknemers stimuleren om daar gebruik van te maken. Werknemers dwingen om vakantie op te nemen, is echter in principe geen optie. Er zijn wel manieren om vakantiedagen weg te werken. Een voorbeeld is het instellen van een bedrijfsvakantie (als de cao daarvoor de mogelijkheid biedt).

Per 1 januari 2021 verjaren de bovenwettelijke vakantiedagen uit 2015. De wettelijke vakantiedagen uit 2020 vervallen per 1 juli 2021 en de bovenwettelijke dagen van 2020 verjaren per 1 januari 2026.

Bereid werknemers voor op pensioenaanpassingen

De situatie van veel pensioenfondsen is niet om over naar huis te schrijven. Veel pensioenuitvoerders zijn genoodzaakt tot het verhogen van de pensioenpremies of zelfs het verlagen van de pensioenaanspraken. Grote kans dat u hierover al contact heeft gehad met de pensioenuitvoerder. Zorg dat u rondom de veranderingen in het pensioen duidelijk communiceert richting de werknemers. De wijzigingen kunnen het besteedbaar inkomen van de werknemer aanzienlijk verminderen. Dat wilt u voor het nieuwe jaar gemeld hebben. Geef in uw bericht aan het personeel ook gelijk aan hoe uw organisatie verwacht in te spelen op de pensioenwijzigingen die op stapel staan naar aanleiding van het pensioenakkoord.

Schoon de personeelsdossiers weer eens op

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) regelt niet alleen dat werknemers gegevens uit hun personeelsdossier mogen inzien, maar ook dat u die gegevens niet langer mag bewaren dan noodzakelijk is. Voor sommige gegevens is een concrete wettelijke bewaartermijn vastgesteld. Zo moet u de gegevens uit de loonadministratie 7 kalenderjaren bewaren. Voor loonbelastingverklaringen, kopieën van identiteitsbewijzen en kopieën van beschikkingen of verklaringen van uw werknemer (voor de fiscus) geldt een afwijkende termijn van 5 kalenderjaren na uitdiensttreding. Omdat het om kalenderjaren gaat, is het einde van het jaar een goed moment om de personeelsgegevens door te nemen en de gegevens te vernietigen waarvan de bewaartermijn verloopt.

Overigens geldt voor functionerings- en beoordelingsformulieren en correspondentie met de werknemer geen wettelijke bewaartermijn, maar toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens acht het niet noodzakelijk om de gegevens langer dan 2 jaar na uitdiensttreding te bewaren.

Zorg voor goede verwerking van beoordelingsverslagen

Als de beoordelingsgesprekken in uw organisatie nog traditioneel aan het einde van het kalenderjaar plaatsvinden, moet u ervoor zorgen dat leidinggevenden nu voor alle werknemers een beoordelingsformulier invullen. Het formulier kunt u in het personeelsdossier opnemen, maar dit hoeft niet. De leidinggevende mag de formulieren ook zelf bewaren, zolang hij dit maar zorgvuldig doet. Zeker voor werknemers die niet goed genoeg presteren, is het belangrijk dat uw organisatie nauwkeurig bijhoudt hoe zij zich kunnen en moeten verbeteren.

Analyseer reglementen

Het is verstandig om uw personeelsreglement aan het einde van het jaar weer eens onder de loep te nemen. De kans dat hierin regelingen staan die een actualisatieslag kunnen gebruiken, is dit jaar vrij groot. Denk bijvoorbeeld aan voorschriften voor gezond werken en vergoedingen. Let echter op dat u arbeidsvoorwaarden niet zomaar zelf mag wijzigen, tenzij dit voortvloeit uit een wijziging van een wet of de cao.

Kijk vooruit naar 2021

In deze onzekere tijd lijkt het niet veel zin te hebben om al te ver vooruit te kijken, maar een deel van uw werkzaamheden in 2021 kunt u al wel inplannen. Denk aan het werk rondom werknemers die met pensioen gaan en aflopende contracten van werknemers of externe partijen. Ook kunt u alvast voorsorteren op wet- en regelgeving en data voor subsidieaanvragen verwerken. Verder is het waardevol en motiverend om uitdagende doelen te stellen. Wat wil uw HR-afdeling in 2021 bereiken?

Terug naar boven


TIPS VOOR SALARISADMINISTRATIE

Verzamel beschikkingen fiscale regelingen

Voor het mogen toepassen van veel fiscale regelingen heeft u een beschikking of verklaring nodig. Denk aan:

    • de aanvullende gegevens voor de loonheffingen die nodig zijn voor toepassing van de studenten- of scholierenregeling;
    • de S&O-verklaring die nodig is voor toepassing van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk;
    • de doelgroepverklaring die u moet hebben om bepaalde loonkostenvoordelen te kunnen toepassen.

Zorg ervoor dat u de juiste documenten in de administratie opneemt! Doet u dat niet, dan kunt u met een naheffingsaanslag of boete geconfronteerd worden.

Bespaar premie door controle Whk-beschikking

U ontvangt in deze tijd van het jaar van de Belastingdienst de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) voor komend jaar. Daarin vindt u de volgende twee premiedelen:

  • WGA-totaal;
  • ZW-flex.

Een goede controle kan u in de praktijk een premiebesparing opleveren. Als de gegevens op de beschikking onjuist zijn, betaalt uw organisatie in 2021 misschien wel meer premie dan de bedoeling is.

Controleer dus goed of de gegevens op de beschikking kloppen en maak op tijd bezwaar als er iets niet klopt. Dat moet binnen zes weken na dagtekening. U vindt alle controlepunten voor uw Whk-beschikking 2021 op Rendement Online. Bent u in 2021 eigenrisicodrager voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) of de Ziektewet (ZW), dan krijgt u wel een Whk-beschikking, maar moet het betreffende premiepercentage voor 2021 op 0% staan. Controleer goed of dat daadwerkelijk het geval is.

Doe laatste loonaangifte over december op tijd

De fiscus heeft uw loongegevens nodig om een goede vooringevulde aangifte inkomstenbelasting (IB) te kunnen maken. Het is daarom aan te raden dat u uw laatste loonaangifte over december op tijd doet. De uiterste aangiftedatum voor de laatste aangifte van 2020 is 31 januari 2021.

Onderzoek besparen via de eindheffingsregeling

Onderzoek of u kunt besparen op belasting door via de eindheffingsregeling belasting te voldoen. Er kan soms afgerekend worden tegen een gunstiger tarief: het enkelvoudige in plaats van het gebruteerde tabeltarief.

Verstuur de jaaropgaven of laatste loonstroken

Elk jaar moet u aan alle werknemers een jaaropgaaf verstrekken. Voor deze jaaropgaaf heeft u de cumulatieve bedragen van het hele jaar nodig. Ook de laatste loonstrook van het kalenderjaar mag dienen als jaaropgaaf; daar staan immers alle totalen ook op. Geef dan wel duidelijk aan de werknemers aan dat deze loonstrook ook dient als jaaropgaaf. Werknemers weten dan dat ze er zuinig op moeten zijn. Een modeljaaropgaaf – met alle verplichte gegevens – vindt u op Rendement Online.

Pas uw aangiftetijdvak aan vóór 14 december

Wilt u per 2021 van vierwekelijkse loonaangiftes naar maandelijkse loonaangiftes wisselen of andersom, dan moet u op de site van de Belastingdienst het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’ downloaden. Daar is de nodige haast bij, want het ingevulde formulier moet uiterlijk op 13 december 2020 bij de Belastingdienst binnen zijn. Het nieuwe aangiftetijdvak gaat dan per 1 januari 2021 in. Bent u te laat, dan kan wisselen pas weer per 1 januari 2022.

Zorg dat administraties op elkaar aansluiten

Ga aan het einde van 2020 na of de loonadministratie en de boekhouding op elkaar aansluiten. Het is immers mogelijk dat een of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per ongeluk niet zijn verwerkt in de loonadministratie. En dan zijn over deze vergoedingen geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loonadministratie en de financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht. U kunt de verschuldigde loonheffingen dan alsnog afdragen.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE WERKKOSTENREGELING

Kiest u voor de concernregeling of niet?

Als u kiest voor toepassing van de concernregeling vindt de verruiming van de vrije ruimte plaats op concernniveau. Hierdoor kan voor alle concernmaatschappijen samen maar één keer gebruik worden gemaakt van de verhoogde vrije ruimte van 3% tot en met een loonsom van € 400.000. Kijk goed of het dit jaar nog wel zo voordelig is om de concernregeling toe te passen.

Onderzoek vaste kostenvergoedingen

Een vaste kostenvergoeding kunt u als (deels) gerichte vrijstelling belastingvrij betalen als deze voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U wijst de vergoeding aan als eindheffingsloon.
  • U heeft een specificatie naar aard en omvang van de vergoeding opgesteld en bewaart die bij uw administratie.
  • U heeft een onderzoek gedaan naar de werkelijk gemaakte kosten. Dat mag in de vorm van een steekproef.

Bestaat de vergoeding ook voor een deel uit intermediaire kosten? Dan blijft de vergoeding hiervan alleen buiten de loonsfeer als u een specificatie naar aard en veronderstelde omvang heeft en u een (steekproefsgewijs) onderzoek heeft gedaan. Controleer vóór het eind van het jaar of de vaste vergoedingen aan de eisen voldoen.

Overweeg een bonus tot een bedrag van € 2.400

Als u aan het einde van 2020 nog vrije ruimte over heeft én uw organisatie overweegt om één of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van de vrije ruimte. Voor de werknemer is het voordelig dat hij de bonus daardoor netto kan ontvangen en u bespaart werkgeverslasten over de bonus.

Het is dan wel van belang dat u de bonus nog dit jaar uitbetaalt en dat de bonus voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat deze niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst de vergoedingen/verstrekkingen in ieder geval als gebruikelijk. En zelfs als u de vrije ruimte overschrijdt, is het aanwijzen van de bonus als eindheffingsloon een redelijk goedkope oplossing. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt u weliswaar 80% eindheffing, maar dat is vaak alsnog een fiscaal meer aantrekkelijke oplossing voor u en de werknemer dan bruteren.

Let op het overschrijden van de vrije ruimte

Na afloop van het jaar moet u toetsen of u de vrije ruimte overschrijdt. Dat doet u in 2020 door de totale fiscale loonsom van alle werknemers te berekenen en daarover 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,2% over de rest te nemen. Als het loon uit vroegere dienstbetrekking meer dan 10% is van de totale fiscale loonsom, moet dit buiten beschouwing blijven.

Als de som van alle vergoedingen en verstrekkingen die u in 2020 ten laste van de vrije ruimte heeft gebracht hoger is dan dat bedrag, moet u over het meerdere 80% eindheffing betalen. Dat doet u uiterlijk bij de aangifte over het tweede tijdvak van 2021. Heeft uw organisatie in de loop van 2020 al eindheffing betaald en komt u er nu achter dat u te veel of te weinig betaald heeft, dan corrigeert u dat uiterlijk in de aangifte over het tweede tijdvak van 2021.

Heeft u juist ruimte over dit jaar, dan kunt u bekijken of u bepaalde kosten voor 2021 nog dit jaar kunt betalen.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE AUTO VAN DE ZAAK

Regel auto nog in 2020

Als werknemers meer dan 500 privékilometers rijden met hun auto van de zaak, is de bijtelling van toepassing. Het algemene tarief daarvoor is 22%, maar voor nieuwe volledig elektrische auto’s geldt dit jaar een lager tarief van 8%. Er is wel een plafond, de zogeheten ‘cap’. De verlaagde bijtelling geldt namelijk maar tot een catalogusprijs van € 45.000, daarboven geldt alsnog 22%. Per 1 januari 2021 stijgt de bijtelling voor elektrische auto’s, terwijl de cap daalt. Het kan daarom voordelig zijn om nog in 2020 voor auto’s contracten af te sluiten, want het nieuwe, hogere bijtellingspercentage geldt alleen voor auto’s met een tenaamstelling in 2021 of later.

Controleer de bijtelling

Als werknemers van uw organisatie in een auto van de zaak rijden, moet u een percentage van de cataloguswaarde bij hun loon tellen als zij de auto meer dan vijfhonderd kilometer per jaar privé gebruiken of niet kunnen bewijzen dat dit niet het geval is. Als u geen bijtelling toepast, moet u in het bezit zijn van een kopie van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ of een andere vorm van bewijs dat de werknemer de auto niet (te veel) privé gebruikt.

Controleer dus goed of u alle verklaringen of andere bewijzen heeft van werknemers voor wie u geen bijtelling voor privégebruik toepast. Heeft u die bewijzen niet, dan moet u misschien de aangiften van het hele jaar corrigeren en hierover afrekenen.

Corrigeer het privégebruik van auto van de zaak

De BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u niet vergeten mee te nemen in de laatste aangifte van het jaar. Deze correctie bedraagt 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Als u echter kunt aantonen aan de hand van bijvoorbeeld een kilometeradministratie dat uw privégebruik lager is dan de standaard 2,7%, mag u een lagere correctie opnemen. Voor marge-auto’s en auto’s ouder dan vijf jaar mag u een correctie van 1,5% nemen.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE AANGIFTE BTW

Meld u aan voor de MOSS

Levert u digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen, dan kunt u de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS) gebruiken. U moet zich hiervoor aanmelden met het formulier ‘Verzoek registratie in Nederland voor betalen BTW in EU-landen’. Hierop geeft u ook de ingangsdatum aan. Vanaf dan moet u uiterlijk twintig dagen na afloop van het kwartaal een BTW-melding doen en de verschuldigde BTW betalen. Voor 2021 dus snel aanmelden!

Vraag buitenlandse BTW terug

De buitenlandse BTW over 2020 terugvragen kunt u nog doen tot 1 oktober 2021, dus u heeft nog wel even de tijd. Het kan natuurlijk altijd eerder. Doet u een verzoek na afloop van een kalenderjaar? Dan moet het BTW-bedrag ten minste € 50 zijn. Doet u een verzoek tijdens het kalenderjaar, over een periode van ten minste drie maanden? Dan moet het BTW-bedrag minstens € 400 zijn.

Houd rekening met correctieposten in kader van privégebruik

Naast de correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u ook rekening houden met de volgende correctieposten in de laatste aangifte van het jaar 2020:

  • correctie van de BTW-post op het privégebruik van gas, water, elektra en warmte;
  • verdere correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan uw werknemers (loon in natura), relatiegeschenken enzovoort;
  • correcties in het kader van de bedrijfskantineregeling;
  • correctie van de BTW voor gebruik door u van tot uw onderneming behorende goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden;
  • herrekening van de voorbelasting op goederen en diensten bij wijziging van het gebruik ervan.

Geef eventuele suppletie aan voor 1 april 2021

Heeft u de afgelopen vijf jaar te weinig BTW aangegeven, dan bent u verplicht om een suppletieaangifte in te dienen. De Belastingdienst controleert hier sterk op. U bent verplicht om een suppletieaangifte te doen zolang de naheffingstermijn loopt, dus gedurende vijf jaar na het jaar waarover u suppletie moet doen. De fiscus kan een vergrijpboete opleggen als u het indienen van een correctie achterwege laat. U moet de suppletieaangifte met een verplicht gesteld formulier indienen.

U kunt natuurlijk ook digitaal een verzoek sturen naar de Belastingdienst via het beveiligde gedeelte van de website. De kleine correcties hoeft u niet te corrigeren met dit formulier, maar kunt u verwerken in uw eerstvolgende aangifte BTW. Dit is mogelijk tot een te betalen of terug te krijgen bedrag van € 1.000. Als u vrijwillig vóór 1 april 2021 de correctie voor te weinig aangegeven BTW van 2020 aangeeft en betaalt, bent u geen heffingsrente verschuldigd.

Zorg dat u alle facturen van dit jaar ontvangen heeft

Zorg ervoor dat u aan het einde van het jaar alle facturen van uw zakelijke relaties heeft ontvangen. Heeft u een bepaalde factuur nog niet binnen, vraag die dan snel nog even op. Anders kunt u ook geen BTW-aftrek claimen. Let er ook goed op dat alle gegevens op de factuur zijn vermeld, zoals de NAW-gegevens. Bij veel bonnen zal dit niet altijd het geval zijn.

Verstuur de huurverklaring

Huurt u een pand met een optie voor belaste verhuur, dan moet er in de schriftelijke huurovereenkomst zijn aangegeven dat u de onroerende zaak gebruikt uitsluitend voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van BTW bestaat. Gebruikt u de onroerende zaak niet meer voor deze doeleinden, dan moet u aan de verhuurder binnen vier weken na afloop van het betreffende kalenderjaar een ondertekende verklaring sturen. Ook moet u een afschrift hiervan aan de inspecteur sturen binnen dezelfde termijn.

Herzie BTW-aftrek investeringsgoederen

Heeft u investeringsgoederen waarbij de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik aan het eind van het (boek-)jaar afwijkt van de verhouding waarin de aankoop-BTW oorspronkelijk in aftrek is gebracht? Dan moet u de oorspronkelijk door u afgetrokken BTW op basis van dit verschil herzien.

Stuur een kopersverklaring

Heeft u met een optie voor belaste levering een pand aangekocht, dan heeft u een verklaring nodig dat dit voor 90% is gebruikt voor BTW-belaste doeleinden. Zo niet, dan wordt de BTW achteraf door de fiscus gecorrigeerd. Heeft u een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar en in 2020 met een optie voor belaste levering een pand gekocht, dan moet u voor het einde van januari 2021 aan zowel de verkoper als de fiscus een verklaring sturen dat u het aangekochte onroerend goed in 2020 niet voor 90% of meer heeft gebruikt voor BTW-belaste prestaties.

Doe tijdig aangifte voor het laatste tijdvak 2020

Bij het leveren van goederen en diensten, bent u verplicht om uiterlijk op de vijftiende van de maand na het leveren van de prestatie een factuur te sturen. U moet ook de BTW die in rekening is gebracht afdragen in het tijdvak waarin u de factuur heeft verstuurd. Bij een BTW-aangifte per kwartaal of per maand moet de laatste aangifte van 2020 uiterlijk 31 januari 2021 bij de Belastingdienst zijn.

Let ook goed op de vereenvoudigde facturen

U moet er ook voor zorgen dan de vereenvoudigde facturen van uw zakelijke contacten voor het einde van het jaar binnen zijn. Vereenvoudigde facturen zijn facturen die slechts een aantal gegevens nodig hebben, omdat zij bijna niet fraudegevoelig zijn. Denk onder andere aan documenten die betrekking hebben op eerdere nota’s. Voorbeelden zijn creditnota’s of bonnen tot € 100 (inclusief BTW). Daarover kunt u meestal de BTW gewoon aftrekken, ook als uw NAW-gegevens niet op deze bon vermeld zijn. De bon bevat de volgende gegevens:
  • de datum;
  • wat er geleverd/verricht is;
  • de NAW-gegevens van de leverancier of dienstverrichter;
  • het BTW-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan dit BTW-bedrag kan worden berekend.

Ontbreken uw NAW-gegevens op een bon van € 100 of meer (inclusief BTW)? Dan kunt u de BTW toch aftrekken als door de betalingwijze blijkt dat u de afnemer bent.

Meld u dit jaar nog aan of af voor de KOR

Wilt u zich aanmelden voor de kleineondernemersregeling (KOR)? Dat kan alleen met het aanmeldformulier op de website van de Belastingdienst. Dit moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan binnen zijn bij de fiscus. U krijgt een brief met daarin de definitieve ingangsdatum van de KOR. Sinds begin dit jaar is de nieuwe KOR gerelateerd aan de omzet. Is die minder dan € 20.000, dan kunt u de regeling gebruiken.

Ook bv’s, stichtingen en verenigingen kunnen een beroep doen op de KOR. De volgende voorwaarden zijn van toepassing:

    • u moet ondernemer voor de BTW zijn;
    • u moet als ondernemer in Nederland gevestigd zijn;
    • uw omzet is niet hoger dan € 20.000 per kalenderjaar. Niet alle omzet telt echter mee bij het bepalen van deze grens.

Wilt u geen gebruik meer maken van de KOR, meld u dan af met het afmeldformulier dat u vindt op de website van de fiscus.

Controler of NAW-gegevens op de factuur aanwezig zijn

Eén van de factuureisen is dat de NAW-gegevens van de afnemer op de factuur vermeld moeten zijn. Bij veel bonnen zal dit niet altijd het geval zijn. Is daarom de BTW op deze bonnen niet aftrekbaar? Voor bonnen tot € 100 (inclusief BTW) kunt u over het algemeen de BTW gewoon aftrekken, ook als uw NAW-gegevens niet op deze factuur vermeld zijn. Op de bon moeten dan wel de volgende gegevens vermeld zijn (een zogenoemde vereenvoudigde factuur):

  • datum van de bon;
  • NAW-gegevens van leverancier/dienstverrichter;
  • wat is er geleverd/verricht?;
  • het BTW-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan dit BTW-bedrag kan worden berekend.

Ontbreken uw NAW-gegevens op een bon van € 100 of meer (inclusief BTW)? Dan kunt u de BTW toch aftrekken als door de wijze van betalen te achterhalen is dat u de afnemer van de levering/dienst bent. Betaal daarom met bankpas, creditcard of brandstofpas.

Vraag BTW op oninbare vorderingen 2019 terug

U mag de BTW op oninbare vorderingen terugvragen op het moment dat vast is komen te staan dat uw debiteur de factuur niet betaalt. Dat is in ieder geval zo een jaar na de uiterste betaaldatum van het gefactureerde bedrag. Dit brengt met zich dat u voor vorderingen die opeisbaar zijn geworden in 2020 de BTW volgend jaar kunt terugvragen, tenzij al eerder duidelijk is (geweest) dat de vordering niet zal worden betaald.

Corrigeer het privégebruik van auto van de zaak

De BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u niet vergeten mee te nemen in de laatste aangifte van het jaar. Deze correctie bedraagt 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Als u echter kunt aantonen aan de hand van bijvoorbeeld een kilometeradministratie dat uw privégebruik lager is dan de standaard 2,7%, mag u een lagere correctie opnemen. Voor marge-auto’s en auto’s ouder dan vijf jaar mag u een correctie van 1,5% nemen.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE

Ruim administratie 2013 op

De wettelijke bewaartermijn voor uw administratie is zeven jaar. Dit betekent dat u de administratie over 2013 en eerdere jaren kunt afvoeren. U bewaart de facturen in de vorm waarin u ze heeft verstuurd of ontvangen. Houd daarbij in het achterhoofd dat deze termijn niet geldt voor de BTW ten aanzien van onroerende zaken. Deze is namelijk tien jaar. Documenten zoals aktes, pensioen- en lijfrentepolissen en dergelijke zijn ook verstandig om te bewaren.

Bespreek alvast uw conceptjaarrekening

Maakt uw onderneming gebruik van externe adviseurs, dan is het handig om dit jaar al een conceptjaarrekening op te laten stellen. Als u dit nog voor het einde van het jaar met hem bespreekt, kunt u wellicht nog gebruikmaken van de mogelijkheden om fiscale aftrekposten te creëren en andere fiscale faciliteiten.

Vergeet niet overlopende passiva op te voeren

Zorg ervoor dat u bij het opmaken van de jaarstukken over 2020 alle overlopende passiva opvoert. Elke passiefpost die u kunt opvoeren, vermindert de winst. Denk aan alle posten waarvoor de nota of afrekening pas in 2021 zal binnenkomen, maar die betrekking heeft op dit jaar.

Zorg voor voorziening voor dubieuze debiteuren

Bij het samenstellen van de eindbalans moet u nagaan of u nog voorzieningen kunt vormen. Misschien komt u erachter dat u in de toekomst geconfronteerd wordt met kosten die verband houden met de bedrijfsuitoefening van de afgelopen jaren. Denk bijvoorbeeld aan een voorziening voor dubieuze debiteuren.

Voldoe aan de fiscale eisen voor zakendoen op internet

Gebruikt uw onderneming het internet als verkoopkanaal, zorg dan dat u de eisen kent die de Belastingdienst stelt aan het zakendoen per internet en de vele wettelijke regelingen ter bescherming van consumenten. De Consumentenautoriteit houdt hier toezicht op. Denk aan de spelregels voor het elektronisch factureren, een digitale administratie, het verplicht melden van BTW- en KvK-nummers.

Terug naar boven


TIPS VOOR INVESTEREN

Denk aan de aflopende termijn voor uw herinvestering

Heeft uw onderneming een herinvesteringsreserve (HIR) op uw balans staan, let dan op de driejaarstermijn die geldt voor herinvestering. U moet voor de afloop van drie jaar zijn overgegaan tot herinvestering in een nieuw bedrijfsmiddel. Loopt uw boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan loopt op 31 december 2020 de termijn af voor de herinvesteringsreserve van 2017.

Check de investeringsaftrek

Beoordeel of het wenselijk is om in 2020 of in 2021 te investeren. In 2021 komt er een nieuwe BIK-regeling. Vaak is investeren in 2021 dan voordeliger.

Stel desinvesteren uit tot volgend jaar

Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf investeringsaftrek heeft ontvangen, geldt dat bij verkoop binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de investering plaatsvond, een desinvesteringsbetaling verschuldigd is.

Ter voorkoming van een desinvesteringsbijtelling kan het wenselijk zijn niet in 2020 te desinvesteren, maar bijvoorbeeld pas in januari 2021.

Betaal niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel

Heeft u geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel heeft u nog niet in gebruik genomen en ook nog niet betaald, betaal dan dit jaar nog minstens een bedrag dat even hoog is als het bedrag van de investeringsaftrek. Doet u dit niet, dan krijgt u dit jaar de investeringsaftrek niet uitbetaald en wordt deze doorgeschoven naar volgende jaren. Bij een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel krijgt u dit jaar dus maximaal het bedrag dat u betaald heeft aan investeringsaftrek. Dit geldt ook voor de IB-ondernemer.

Bekijk of u voordeel heeft van de BIK

Gaat u investeren, bekijk dan of u voordelig uit bent met de baangerelateerde investeringskorting (BIK), die sinds 1 oktober 2020 geldt. De BIK geeft via de loonheffing korting op de aanschaf van nieuwe bedrijfsmiddelen.

De afdrachtvermindering voor een investering tot € 5 miljoen wordt 3,9% van het investeringsbedrag. Boven die grens wordt het 1,8%. Het gaat om investeringen waarvan de laatste betaling is gedaan tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022. Uw bv moet de aangeschafte bedrijfsmiddelen zes maanden na de laatste betaling volledig in gebruik hebben genomen. De BIK-regeling opent per 1 september 2021. Er kan dan met terugwerkende kracht een aanvraag worden ingediend voor bedrijfsmiddelen waarover na 1 oktober 2020 besloten is. In principe is aanvragen mogelijk tot 31 december 2022.

Terug naar boven


TIPS VOOR FONDSENWERVING

Houd fondsenwerving binnen grenzen BTW-heffing

Fondsenwerving valt in principe gewoon onder de heffing van BTW, maar gelukkig gelden er vrijgestelde prestaties. Zijn uw hoofdactiviteiten vrijgesteld van BTW, dan hoeft u over zogenoemde fondsenwervende activiteiten onder voorwaarden geen BTW af te dragen. Deze vrijstelling geldt alleen voor:

  • organisaties die personen verzorgen en verplegen in instellingen;
  • organisaties voor jeugd- en jongerenwerk;
  • sportorganisaties en sportclubs;
  • instellingen voor wettelijk geregeld onderwijs;
  • collectieve belangenbehartigers;
  • sociale en culturele instellingen.

    Voor het toepassen van deze vrijstelling is wel vereist dat de fondsenwerving binnen de volgende grenzen blijft:

    • goederenleveringen: € 68.067 per jaar;
    • diensten: € 22.689 per jaar;
    • diensten door sportclubs: € 50.000 per jaar.

    Komen uw inkomsten boven die grens uit, dan is het hele bedrag belast met BTW. Om te voorkomen dat u die grenzen overschrijdt, kunt u mogelijk nog inkomsten uitstellen naar begin volgend jaar.

Informeer donateurs over voordelen van gift

Donateurs kunnen profiteren van een belastingvoordeel als ze een gift doen. Een gift aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), culturele ANBI of steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) levert namelijk een aftrek op in de aangifte inkomstenbelasting van de donateur. Voor een gewone gift geldt wel een drempel van 1% van het inkomen van de donateur en een minimum van € 60. Het bedrag dat boven deze drempel komt, mag de donateur aftrekken. Dit is mogelijk tot een maximum van 10% van het drempelinkomen. Gaat het om een periodieke gift, dan mag de donateur het volledige bedrag van de gift aftrekken. En ook voor organisaties geldt een aftrek van de winst. De aftrek is ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000.

Wijs donateurs op deze voordelen en voorwaarden. Het is zonde als zij net na de jaarwisseling een gift aan uw organisatie doen, waardoor ze voor 2020 onder de genoemde drempel blijven. In dat geval is het mogelijk voordeliger om de gift niet uit te stellen tot 2021.

Informeer donateurs over mogelijk voordeeltje 

De huidige coronacrisis heeft grote invloed op de fondsenwerving van uw organisatie. Veel non-profitorganisaties hebben te maken met een daling van de inkomsten. Het is daarom belangrijk om donateurs te wijzen op een belastingvoordeel als ze willen doneren. Een gift aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), culturele ANBI of steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) levert namelijk een aftrek op in de aangifte inkomstenbelasting van de donateur. Dat kan potentiële donateurs net dat laatste zetje in de goede richting geven.

Voor een gewone gift geldt een drempel van 1% van het inkomen van de donateur en een minimum van € 60. Het bedrag dat boven deze drempel komt, mag de donateur aftrekken. Dit is mogelijk tot een maximum van 10% van het drempelinkomen. Gaat het om een periodieke gift, dan mag de donateur het volledige bedrag van de gift aftrekken. En ook voor organisaties geldt een aftrek van de winst. De aftrek is ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000. Wijs donateurs op deze voordelen en voorwaarden. Het is zonde als zij net na de jaarwisseling een gift aan uw organisatie doen, waardoor ze voor 2020 onder de genoemde drempel blijven. In dat geval is het mogelijk voordeliger om de gift niet uit te stellen tot 2021.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE VENNOOTSCHAPSBELASTING

Vraag bijzonder belastinguitstel aan

Als ‘coronamaatregel’ kunnen ondernemers bijzonder uitstel krijgen van belastingbetaling. Heeft u nog geen uitstel aangevraagd, dan kan dat nog tot eind dit jaar bij de Belastingdienst. Houd er rekening mee dat u vanaf 2021 (of eerder, als uw uitstel eerder afloopt) nieuwe belastingschulden weer gewoon moet afrekenen. Denkt u dat dit tegen die tijd nog niet gaat lukken, dan moet u in overleg met de inspecteur proberen om regulier uitstel van betaling te krijgen. Bereid u hier dan dus vast op voor.

Vorm een coronareserve

Sluit u het jaar 2020 af met een verlies, dan kunt u het coronagerelateerde verlies uit dit jaar versneld verrekenen met de winst uit 2019 door een coronareserve te vormen. De voorwaarden luiden als volgt:

  • Er moet sprake van een verwacht coronagerelateerd verlies in boekjaar 2020.
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies mag niet hoger zijn dan het totale verlies dat de VPB-plichtige verwacht over het boekjaar 2020.
  • De dotatie aan de coronareserve in 2019 is maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  • De coronareserve moet uiterlijk in het boekjaar 2020 helemaal in de winst zijn opgenomen.
  • De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte VPB 2019 in de rubriek Overige fiscale reserves opgenomen.

Bekijk of het opbreken van de fiscale eenheid VPB gunstig is

Het tarief voor de VPB daalt in 2021 tot 15% (tot een winst van € 245.000). Het wordt dus steeds aantrekkelijker om winsten over meerdere bv’s te verdelen en de fiscale eenheid voor de VPB op te heffen. Als u de fiscale eenheid wilt verbreken per 1 januari 2021, moet u dat verzoek uiterlijk 31 december 2020 indienen. Bespreek dit wel met een adviseur want er kunnen wat haken en ogen zitten aan de verbreking! Als u juist een fiscale eenheid voor de VPB wilt vormen, moet u die aanvraag voor 1 april 2021 indienen.

Zoek de innovatiebox op

De VPB kent nu nog een tarief van 7% voor innovaties. Volgend jaar stijgt het tarief in deze innovatiebox naar 9%. Deze speciale behandeling geldt voor winsten uit zelfontwikkelde immateriële activa waarvoor uw bv een octrooi en S&O-verklaring heeft gekregen. U kunt er ook voor kiezen om de forfaitaire regeling te gebruiken. Die gaat ervan uit dat een kwart van uw winst (maar maximaal € 25.000) door innovatie komt.

Onderbouw de interne verrekenprijzen

Uw bv moet in de administratie een onderbouwing hebben van de prijzen die zij rekent bij de levering van goederen of diensten aan gelieerde vennootschappen. Hieruit moet blijken dat deze prijzen ‘at arm’s length’ zijn, zoals dat heet. Dit houdt in dat het prijzen zijn die ook tussen onafhankelijke derden tot stand zouden (kunnen) zijn gekomen. Is de onderbouwing onvoldoende, dan kan dat tot dubbele heffing leiden.

Maak een keuze voor de gemengde kosten

Uw bv mag de gemengde kosten tot een bedrag van € 4.700 niet in aftrek brengen. Gemengde kosten zijn betalingen voor onder meer voedsel, recepties en congressen. Heeft u werknemers in dienst, dan wordt dit bedrag vervangen door 0,4% van de totale loonkosten. Bij een totale loonsom van € 1.150.000 of meer wordt de aftrekbeperking dus hoger dan € 4.700. U kunt ook nog kiezen voor de 73,5%-regeling. Dan is 73,5% van de gemende kosten tóch aftrekbaar, en de overige 26,5% dus niet.

Vorm een kostenegalisatiereserve voor onderhoud

Ga na of u een kostenegalisatiereserve kunt vormen voor bepaalde uitgaven. U kunt deze reserve vormen voor bijvoorbeeld groot onderhoud onder de volgende voorwaarden. Het moet gaan om:

  • kosten die in de toekomst ongelijkmatig verdeeld worden uitgegeven (piekeis); en
  • waarvoor een redelijke mate van zekerheid bestaat dat ze zullen worden gedaan; en
  • die worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening van het dotatiejaar.

Onderzoek of u vrijgesteld bent van de VPB

Stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven, zijn vrijgesteld van de vennootschapsbelasting (VPB) als de winst niet te hoog is. Uw organisatie is vrijgesteld van de VPB als:

  • de fiscale winst in een jaar niet meer is dan € 15.000;
  • de fiscale winst in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaar bij elkaar niet meer is dan € 75.000.

Komt uw organisatie in de buurt van deze grenzen, dan kunt u daar mogelijk nog invloed op uitoefenen. U kunt winsten uitstellen of kosten naar voren halen, zodat u binnen de grenzen blijft. Soms kan het echter gunstiger zijn om wel belastingplichtig te zijn voor de VPB. In dat geval kunt u ervoor kiezen om niet te worden vrijgesteld voor de heffing van VPB. Deze keuze voor belastingplicht wordt gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor culturele instellingen geldt een keuze voor belastingplicht voor een periode van tien jaar. Zet de beide mogelijkheden eens naast elkaar om te kijken wat voor uw organisatie gunstig is.

Richt een spaar-bv op

Met de lage rente is het steeds aantrekkelijker om uw spaargeld onder te brengen in een zogenoemde spaar-bv. Dit levert geld op vanaf ongeveer € 250.000.

Hevel vermogensbestanddeel over naar privévermogen

Als u vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld een woon/praktijkpand) kunt aanmerken als privévermogen, kunt u eens berekenen of hieruit een fiscaal voordeel voortvloeit. U mag dan namelijk een (fictieve) gebruiksvergoeding aftrekken van uw fiscale winst. Dit kan een voordeel opleveren: de vergoeding is aftrekbaar tegen maximaal 49,5% (zonder rekening te houden met MKB-winstvrijstellling) en de vermogensbestanddelen zijn belast tegen het box 3-tarief.

Voer dit jaar al een voorziening op

U kunt toekomstige uitgaven, bijvoorbeeld reorganisatiekosten die u moet maken als gevolg van de coronapandemie, al dit jaar ten laste te brengen van de bedrijfsresultaten. Met een voorziening rekent u de kosten toe aan het jaar waarin die thuishoren én incasseert u de belastingbesparing op de toekomstige uitgaven eerder in de tijd. De voorwaarden zijn de volgende:

  • de toekomstige uitgaven vinden hun oorsprong in feiten of omstandigheden die zich voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan;
  • er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat die uitgaven zich zullen voordoen;
  • de uitgaven kunnen ook aan de periode voorafgaand aan de balansdatum worden toegerekend.

Zet de voorlopige aanslag op nihil bij verlies

Als u dit jaar een verlies dreigt te gaan lijden, kunt u het weglekken van liquiditeit voorkomen door de voorlopige aanslag voor 2020 op nihil te stellen.

Daarnaast kunt u volgend jaar bij het indienen van de aangifte een verzoek om voorlopige verliesverrekening doen. U kunt dan 80% van het verlies alvast benutten. De definitieve beschikking volgt dan bij de aanslag.

Schuif winst deels door

Dit jaar moet u 16,5% VPB betalen over de winst van uw bv tot € 200.000. Boven die grens betaalt u 25%. Wilt u nog iets besparen en verwacht u dit jaar een winst boven de € 200.000, dan kan het u misschien wat opleveren als u winst verschuift naar volgend jaar, als het tarief dus daalt naar 15%.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE DIRECTEUR-GROOTAANDEELHOUDER

Doe beroep op afdrachtvermindering

Ook voor dga’s is het mogelijk om een beroep te doen op de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O). Die afdrachtvermindering verlaagt de loonkosten voor werknemers (en dus ook voor een dga die in dienst is van zijn bv) die zich bezighouden met S&O-werk. Een werkgever kan een korting krijgen van 32% van de loonkosten voor S&O-werk, tot € 350.000. Boven die grens kunt u nog eens 16% korting krijgen. Het spreekt voor zich dat u dan wel zelf de S&O-uren moet maken. Als u op de loonlijst van de holding staat, geldt de S&O-verklaring van de werk-bv niet. U moet dan voor de holding ook een S&O-verklaring aanvragen.

Bepaal uw gebruikelijk loon in 2020

Als dga moet u in principe ten minste € 46.000 als salaris opnemen in de loonaangifte. Dit is het door de overheid vastgestelde ‘gebruikelijk loon’ voor dga’s in 2020. Volgens de vaste regels mag het loon lager zijn als u kunt aantonen dat bij de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’ (dus bij een werknemer zonder aanmerkelijk belang) een lager loon gebruikelijk is. U mag dan uw salaris daaraan gelijkstellen. Is volgens de fiscus juist een hoger loon gebruikelijk voor uw positie, dan moet u het hoogste nemen van deze drie bedragen:

  • 75% van dat hogere loon;
  • het loon van de werknemer die in een aan u verbonden bv het meest verdient;
  • maar minimaal € 46.000.

Zoals gezegd zijn dit de vaste regels, maar het zijn bijzondere tijden. Daarom mag u dit jaar het gebruikelijk loon baseren op de omzet van uw bv. De formule daarvoor is:

Gebruikelijk loon in 2020 = gebruikelijk loon over 2019 x (omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2020 / omzet over de eerste vier kalendermaanden van 2019)

Dit mag overigens zonder vooroverleg te voeren met de inspecteur, maar niet met terugwerkende kracht. Of u deze formule ook nog in 2021 mag hanteren, is op het moment van schrijven nog niet duidelijk.

In alle gevallen geldt bij het gebruikelijk loon dat het van belang is dat u kunt onderbouwen waarom u dit loon hanteert. Rechtszaken laten zien dat de bewijslast hiervoor bij u als dag ligt. En ook dat rechters het loon los zien van wat u nodig heeft voor uw levensonderhoud, maar alleen kijken naar of het salaris daadwerkelijk gebruikelijk is voor uw werkzaamheden. Vraag u dus af of u dit bij een eventuele controle voldoende kunt onderbouwen.

Kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon. Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Zo betaalt u minder belasting in box 1.

Neem huur of rente op in aangifte IB

Heeft u dit jaar zaken verhuurd aan uw bv of heeft u geld geleend aan uw bv? Dan moet u een (fictieve) huur of rente opnemen in uw aangifte IB als resultaat uit overige werkzaamheden. U kunt daarnaast dan ook aanspraak maken op de aftrek van kosten, zoals de onderhoudskosten.

Vraag juiste vergoeding borg

Als u borg staat voor schulden van uw bv, moet u daarvoor een zakelijke vergoeding vragen. U zou dat immers ook doen als u borg zou staan voor een willekeurige andere onderneming. Wordt u als dga aangesproken op grond van deze borgstelling en betaalt u de bank, dan heeft u een zogeheten regresvordering op uw bv. Deze vordering mag u in principe stellen op het bedrag dat aan de bank is betaald. U mag de vordering in principe afwaarderen op uw inkomen in box 1. De Belastingdienst let wel streng op deze vorderingen!

Verminder gebruikelijk loon door kostenvergoedingen

Kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon. Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Door de vermindering van het gebruikelijk loon, betaalt u als dga minder belasting in box 1.

Houd rekening-courant onder plafond van € 17.500

Heeft u een rekening-courantovereenkomst met uw bv, let dan op het saldo. Als dit saldo namelijk in het hele kalenderjaar niet hoger is geweest dan € 17.500, hoeft u geen rente te berekenen. Let wel op: het gaat om élke dag in een jaar. Als het saldo halverwege het jaar bij wijze van spreken op € 17.501 stond, moet u over het complete boekjaar rente gaan berekenen over uw schuld aan uw bv. En dat kan een fikse klus zijn als er veel over en weer wordt geboekt.

Waardeer onvolledige vorderingen af

Bevinden er zich activa op uw fiscale balans die een lagere waarde hebben, dan kunt u deze afwaarderen binnen de grenzen van goed koopmansgebruik. Dit betekent dat u in principe iedere vordering op de balansdatum moet bekijken en waarderen. Is de kans groot dat u niets terugkrijgt, bijvoorbeeld bij een faillissement waar geen of nauwelijks activa zijn, dan kunt u naar nul afwaarderen. Het belangrijkste is dat u goed kunt onderbouwen waarom u oninbare vorderingen, voorraden, of bedrijfspanden afwaardeert. Het levert u in elk geval een flinke aftrekpost op.

Leen zakelijk en niet te ‘excessief’ van uw bv

Als u geld leent van uw bv moet die lening zakelijke voorwaarden hebben. Dat betekent dat er in principe afspraken moeten zijn over een zakelijke rente, aflossingen en dat er zekerheden moeten zijn gesteld. De zakelijkheid geldt ook als er tussen verschillende bv’s binnen uw concern groepsleningen zijn afgesloten. Wat lenen van de bv betreft: vanaf 2023 krijgt u hoogstwaarschijnlijk te maken met een wet die ‘excessieve leningen’ van dga’s bij hun eigen bv aanpakt. De behandeling in het parlement loopt nog. Als alles doorgaat, peilt de fiscus eind 2023 voor het eerst de hoogte van de schulden. Komt u (en een schuld van uw partner wordt dan meegeteld) boven de grens van € 500.000 dan is het meerdere belast als inkomen in box 2. Leningen voor een eigen woning zijn uitgezonderd.

Zoals gezegd gaat de peilstok pas eind 2023 in de bv’s, dus er is nog wat tijd. Maar daar staat tegenover dat het ook niet altijd meevalt om een hoge schuld terug te dringen, bijvoorbeeld als u dat zou willen doen door de verkoop van vastgoed. Ook is het nog goed om te weten wat er in het ‘bouwstenen-rapport’ voor een toekomstig belastingstelsel staat over deze wet. Eén van de beleidsopties in dit rapport is namelijk het verlagen van de grens van € 500.000 naar € 17.500 (de hiervoor genoemde grens voor een rekening-courant). Mocht een nieuw kabinet hier voor kiezen, dan krijgt een veel grotere groep dga’s hiermee te maken.

Zet uw partner op de loonlijst

Het kan aantrekkelijk zijn om uw echtgenoot of partner die werkzaamheden verricht voor uw bv op de loonlijst te plaatsen. Uw partner is dan verzekerd voor de premies werknemersverzekeringen (er moet dan wel sprake zijn van een materiële gezagsverhouding!).

Onderbouw dat uw groepsleningen wel zakelijk genoeg zijn

Zijn er tussen verschillende bv’s binnen uw concern groepsleningen afgesloten, zorg er dan voor dat deze aan de eisen van zakelijkheid voldoen. Dat wil zeggen dat een onafhankelijke derde de lening ook zou hebben verstrekt. Daarnaast zijn ook de volgende aspecten van belang:

    • Is zekerheid gesteld en wordt afgelost?
    • Sluit het rentepercentage aan bij de omvang van de lening, de voorwaarden van de lening en de kredietwaardigheid van de partij aan wie de lening verstrekt is?

Zorg dus dat uw administratie voldoende informatie bevat om de zakelijkheid van de prijzen te kunnen laten checken.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE INKOMSTENBELASTING

Pas aftrekposten toe in aangifte IB

Het maximale aftrektarief voor alle grondslagverminderende posten in de IB is vanaf 2020 in stappen omlaag. Uiteindelijk komt het aftrektarief in 2023 uit op 37,05%.Het gaat dan om de volgende posten:

    • ondernemersaftrek: zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek;
    • de mkb-winstvrijstelling;
    • de terbeschikkingstellingsvrijstelling;
    • de persoonsgebonden aftrek: uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, scholingsuitgaven, aftrekbare giften, het restant van persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en de verliezen op beleggingen in durfkapitaal.

Betaalt u parteralimentatie dan heeft u dus minder belastingvoordeel als u deze kosten aftrekt tegen het hoogste belastingtarief (inkomen > € 68.500). Kijk daarom eens of er een mogelijkheid bestaat om de partner- alimentatie af te kopen.

Verreken belastingkorting bij niet te verrekenen verlies

Als u en uw partner in een kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang meer hebben, kunt u door een verzoek in te dienen een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang laten omzetten in een belastingkorting voor 25% van het bedrag van dit verlies. Deze belastingkorting is alleen te verrekenen met de belasting van box 1.

Betaal hypotheekrente half jaar vooruit

Valt uw inkomen in 2021 in een lager tarief dan in 2020 en/of wilt u uw box 3-vermogen verlagen, dan is het financieel aantrekkelijk om in 2020 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2020 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief (46% in plaats van 43%) en uw box 3-vermogen zal per 1 januari 2021 lager zijn. Informeer wel even bij uw bank of die hieraan wil meewerken, want deze doen daar vaak moeilijk over.

Vraag bijzonder belastinguitstel aan

Als ‘coronamaatregel’ kunnen ondernemers bijzonder uitstel krijgen van belastingbetaling. Heeft u nog geen uitstel aangevraagd, dan kan dat nog tot eind dit jaar bij de Belastingdienst. Houd er rekening mee dat u vanaf 2021 (of eerder, als uw uitstel eerder afloopt) nieuwe belastingschulden weer gewoon moet afrekenen. Denkt u dat dit tegen die tijd nog niet gaat lukken, dan moet u in overleg met de inspecteur proberen om regulier uitstel van betaling te krijgen. Bereid u hier dan dus vast op voor.

Hevel box 3-tegoeden over naar ondernemingsvermogen

Heeft u box 3-tegoeden, dan kan het zijn dat deze binnen uw onderneming minder zwaarder belast worden dan in privé in box 3. U kunt uw tegoeden dan ook beter overhevelen naar uw onderneming en op uw ondernemersrekening zetten. Maak wel een berekening of dit echt voordeliger is.

Betaal lijfrentepremie

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u dit tekort aanvullen door een lijfrente te storten. Dan moet u de lijfrentepremie echter wel voor 31 december 2020 storten. Doet u dit namelijk later, dan kunt u deze in uw aangifte IB voor 2020 niet meer aftrekken, maar moet u een jaartje wachten om deze mee te nemen.

Los kleine schulden af

Heeft u (lage) schulden die in box 3 vallen en beschikt u over voldoende vermogen? Dan kunt u fiscaal voordeel behalen als u de box 3-schulden aflost. Voordat deze schulden namelijk de heffingsgrondslag van box 3 verminderen moet eerst een drempel per partner zijn overschreden. Los deze schulden dus zo veel mogelijk vóór de peildatum af.

Start een man-vrouwfirma

Drijft u samen met uw partner een eenmanszaak en wil uw partner ook in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek? Dan kunt u onder bepaalde voorwaarden ook samen een man-vrouwfirma oprichten. Uw partner kan dan ook in aanmerking komen voor de ondernemersfaciliteiten als aan het urencriterium wordt voldaan.

Voldoet uw partner niet aan het urencriterium en is er geen sprake van een ongebruikelijk samenwerkingsverband, dan kan een man-vrouwfirma toch nog wel voordeel opleveren. Aan uw partner kan namelijk een deel van de winst worden toegerekend die anders bij u belast zou zijn, waardoor de belastingdruk op de totale winst waarschijnlijk lager wordt.

Kies voor dividend boven extra loon

Het is de jaarlijks terugkerende vraag voor dga’s op zoek naar een extraatje: wordt het extra loon of extra dividend? De laatste route is in de regel fiscaal voordeliger. Dat hangt samen met het tariefsverschil dat bestaat tussen de inkomenstenbelasting (IB) en het gecombineerde tarief van de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting (VPB).

Dividend uitkeren is in 2020 voordeliger dan in 2021. Het tarief in box 2 stijgt volgend jaar namelijk van 26,25% naar 26,9%. Doe wel een uitkeringstoets als u uw bv dividend laat uitkeren. Risico is dat u de uitkering anders moet terugbetalen of dat u in privé aansprakelijk wordt gesteld.

Vraag middeling aan bij sterk wisselende inkomens

Als u een sterk wisselend belastbaar inkomen heeft in een aaneengesloten periode van drie jaren, kunt u dat inkomen middelen. Daarmee kunt u een tariefvoordeel bereiken. Het verzoek tot middeling moet u hebben ingediend binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag IB over de 3 jaren van het herrekentijdvak onherroepelijk is komen vast te staan.

Het verschil tussen de werkelijk door u betaalde belasting en de belasting na middeling wordt echter pas teruggegeven als het te ontvangen belastingbedrag hoger is dan € 545.

Richt een spaar-bv op

Met de lage rente is het steeds aantrekkelijker om uw spaargeld onder te brengen in een zogenoemde spaar-bv. Dit levert geld op vanaf ongeveer € 250.000.

Voeg toe aan de oudedagsreserve

Dit jaar kunt u nog 9,44%, met een maximum van € 9.218, toevoegen aan uw oudedagsreserve (OR). Om uw dotatie veilig te stellen voor 2020 is het ook nog slim om vóór het eind van het jaar na te gaan of uw ondernemingsvermogen eind 2020 ten minste gelijk was aan uw OR per ultimo 2019 plus de verwachte toevoeging over 2020. Als dit niet zo is, kunt u nog maatregelen treffen om uw ondernemingsvermogen te verhogen.

Vraag nieuwe voorlopige aanslag 2020 aan

Voorkom dat u de belastingrente van 4% verschuldigd wordt! Controleer daarom of uw voorlopige aanslag 2020 correct is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

VPB-tarief gaat omlaag, kijk eens naar een bv

Het VPB-tarief voor winsten tot € 245.000 gaat volgend jaar van 16,5% naar 15%. En de zelfstandigenaftrek die nu nog € 7.030 bedraagt, wordt de komende jaren afgebouwd tot € 3.240. Twee goede redenen dus om eens te onderzoeken of een bv om fiscale (en andere) redenen misschien niet een stuk aantrekkelijker is. Inbreng in een bv kan onder voorwaarden plaatsvinden zonder afrekening in de IB.

Als u besluit uw onderneming om te zetten in een bv, is het verstandig om voor het beoogde overgangstijdstip een intentieverklaring of voorovereenkomst op te (laten) stellen en te ondertekenen. Dit wil echter nog niet zeggen dat u dan verplicht bent ook daadwerkelijk de bv op te gaan richten. Op rendement.nl/fiscaaltools vindt u een tool die u kan helpen bij het maken van de berekening of een bv wel of niet voordeliger is.

Terug naar boven


TIPS VOOR ONDERNEMERS

Bepaal uw boekjaar

Ga na of u het boekjaar per 1 januari 2021 wilt aanpassen. Een aanpassing kan alleen als het besluit daartoe aantoonbaar vóór het einde van het lopende boekjaar is genomen. De meeste ondernemers hebben een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar. Soms kan een aanpassing van het boekjaar administratieve, bedrijfseconomische en fiscale voordelen opleveren. Voorbeelden zijn een tariefvoordeel, een langere termijn voor verliesverrekening of een langere termijn om te herinvesteren.

Bespreek alvast uw conceptjaarrekening

Maakt uw onderneming gebruik van externe adviseurs, dan is het aan te raden om al in 2020 een conceptjaarrekening op te laten stellen. Bespreekt u die dit jaar nog, dan kunt u wellicht nog gebruikmaken van de mogelijkheden voor het creëren van fiscale aftrekposten en andere fiscale faciliteiten.

Vraag KIA aan voor meerdere ondernemingen

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wijzigt vanaf 2021 voor ondernemers met meerdere ondernemingen voor de inkomstenbelasting, zoals een eenmanszaak of vennootschap onder firma. De aftrek wordt dan namelijk berekend per onderneming, en niet per ondernemer. Stel dat een ondernemer twee aparte ondernemingen heeft die allebei investeren. Tot nu toe zouden deze investeringen worden toegerekend aan de ondernemer en dus bij elkaar opgeteld. Daardoor zou de ondernemer eerder aan het plafondbedrag van € 16.307 (2020) van de KIA zitten. Vanaf 2021 kunnen allebei de ondernemingen tot het plafondbedrag KIA krijgen. Dit maakt een investering in 2021 dus voordeliger.

Houd rekening met gebruikelijkheidstoets

Bij een vof of maatschap met uw partner, moet u bij de taakverdeling rekening houden met de gebruikelijkheidstoets. Die toets richt zich op het aantal uren dat uw partner binnen het samenwerkingsverband werkt. Daarbij tellen de gewerkte uren niet mee als de partner hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) ondersteunende werkzaamheden verricht én derden in eenzelfde situatie geen vof of maatschap zouden aangaan. Zorg er dus voor dat uw partner kan aantonen dat hij/zij voor ten minste 31% van de werktijd een hoofdtaak verricht.

Vraag tegemoetkoming aan voor vaste lasten ondernemers

De coronaregeling TVL (tegemoetkoming vaste lasten) is in het vierde kwartaal eenmalig opengesteld voor alle branches. U kunt de TVL aanvragen via de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Voorwaarde is onder meer dat u in drie maanden tijd minstens € 3.000 aan vaste lasten moet hebben. De subsidie is minimaal € 750 en maximaal € 90.000. Deze subsidie is vrijgesteld van belastingheffing. Dat wil dus ook zeggen dat als u eventueel moet terugbetalen, die betaling niet aftrekbaar is. Door deze vrijstelling is de TVL anders dan de subsidie op loonkosten, de NOW. Die telt wél mee voor de belaste winst.

Neem uw verzekeringen door voor 2021

Het einde van het jaar is een mooi moment om uw verzekeringen door te nemen. Bij een ingrijpende verbouwing, een veranderd assortiment en een gewijzigde omzet bijvoorbeeld, kan het lonen om te bekijken of de verzekeringen nog passen bij uw situaties. U wilt natuurlijk te allen tijde voorkomen dat u achteraf wordt geconfronteerd met een forse onderdekking en een uitkering die aanzienlijk lager is dan u had verwacht.

Terug naar boven


TIPS VOOR PARTICULIEREN

Leg een papieren schenking vast

Als u geld wilt schenken aan uw kinderen maar dit nog niet heeft of nog niet wilt overmaken, kunt u ook onder schulderkenning (papieren schenking) het geld schenken. Over de schuld moet u 6% rente betalen en u moet de schuld in een notariële akte vastleggen.

Bekijk rentemiddeling om rente te besparen

Rentemiddeling biedt u een mogelijkheid om tegen een lagere hypotheekrente te lenen, zonder dat u de boeterente vanwege vervroegd aflossen moet betalen. Bij rentemiddeling is de boeterente namelijk niet ineens verschuldigd, maar wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Kijk daarom of in uw situatie rentemiddeling een mogelijkheid is.

Betaal hypotheekrente half jaar vooruit

Valt uw inkomen in 2021 in een lager tarief dan in 2020 en/of wilt u uw box 3-vermogen verlagen, dan is het financieel aantrekkelijk om in 2020 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2020 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief (46% in plaats van 43%) en uw box 3-vermogen zal per 1 januari 2021 lager zijn. Informeer wel even bij uw bank of die hieraan wil meewerken, want deze doen daar vaak moeilijk over.

Terug naar boven