Eindejaarstips 2021: Wat moet u vóór het einde van het jaar allemaal regelen?

Nu het jaar op zijn eind loopt, is er van alles af te ronden voor 2021 en op te starten voor het komende jaar. Hieronder vindt u veel tips met fiscale en administratieve aandachtspunten. Zo loopt u geen voordeel mis en heeft u alles netjes voor elkaar. Rendement heeft de eindejaarstips voor u op een rijtje gezet bij de volgende onderwerpen:Rendie

Laatst bijgewerkt op: 1 november 2021


TIPS VOOR DE PERSONEELSADMINISTRATIE

Let op wetswijzigingen per 1 januari 2022

Aan het einde van een kalenderjaar kunt u zich voorbereiden op wijzigingen in de wet- en regelgeving. Vanwege de langdurige formatie van een nieuw kabinet hoeft u bij de komende jaarwisseling geen rekening te houden met grote veranderingen. Toch zijn er allerlei wijzigingen per 1 januari 2022 waarvan u op de hoogte moet zijn en waarvoor u misschien actie wilt ondernemen (met de disclaimer dat nog niet alle wijzigingen definitief zijn):

  • U krijgt de mogelijkheid om maximaal € 2 per thuiswerkdag onbelast te vergoeden via een nieuwe gerichte vrijstelling. U mag niet voor dezelfde werkdag deze vrijstelling én de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek toepassen.
  • De tijdelijke uitzondering voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding bij (volledig) thuiswerken wordt stopgezet. U kunt eventueel terugvallen op de nieuwe vrijstelling voor de thuiswerkvergoeding. De 128-dagenregeling voor een onbelaste vaste reiskostenvergoeding past u vanaf 2022 pro rata toe als structureel (deels) wordt thuisgewerkt.
  • In 2022 zijn er diverse scholingssubsidies voor werkgevers en werknemers. Het gaat onder andere om de subsidie praktijkleren, de SLIM en het nieuwe STAP-budget.
  • Nieuwe werkvergunningen kunnen langer geldig zijn (maximaal drie jaar). U bent vanaf 2022 wel verplicht het volledige loon van de buitenlandse werknemer over te maken naar zijn bankrekening.
  • Voor start-ups wordt het aantrekkelijker om met aandelenopties te belonen.
  • Werknemers én uitzendkrachten krijgen sneller medezeggenschapsrechten. Bovendien krijgen uitzendkrachten bij hun eigen werkgever sneller recht op een vast contract en pensioenopbouw.
  • Voor beursgenoteerde bedrijven en grote bv’s en nv’s gaan strengere regels gelden voor diversiteit in de (sub)top.
  • In december veranderen de regels voor de interne meldprocedure voor klokkenluiders. Pas de procedure op tijd aan!
  • Rookruimtes in uw bedrijfspand moet u sluiten.
  • De duur van de loondoorbetalingsplicht voor zieke AOW’ers gaat van 13 naar 6 weken.
  • De tijdelijke verhoging van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) komt ten einde. In 2022 is de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het deel van de loonsom boven de € 400.000.
  • De hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract is komend jaar 7,7%. De lage WW-premie voor werknemers met een vast contract wordt 2,7%. 
  • Kleine werkgevers gaan een lagere Aof-premie betalen.
  • Ook diverse andere premies, bedragen en percentages wijzigen. Denk aan het minimumloon, de bijtelling voor de auto van de zaak en de maximale transitievergoeding. De AOW-leeftijd stijgt naar 66 jaar en zeven maanden. Let hierop!

Attendeer werknemers op hun vakantiedagen

Vakantiedagen zijn niet eeuwig houdbaar. Waarschuw de werknemers dat ze de vakantiedagen op tijd opnemen. U bent ook verplicht om ze hier duidelijk over te informeren. Per 1 januari 2022 verjaren de bovenwettelijke vakantiedagen uit 2016. De wettelijke vakantiedagen uit 2021 vervallen per 1 juli 2022 en de bovenwettelijke dagen van 2021 verjaren per 1 januari 2027. De periode rond de kerstdagen en jaarwisseling kan de ideale tijd zijn om wat dagen ‘weg te werken’. Maar let op: een vakantie verplichten kan in principe niet.

Neem contact op met pensioenuitvoerder

Net als in de voorgaande jaren verkeren veel pensioenfondsen in een onzekere situatie, al lijkt de positie van veel partijen wel te verbeteren. U doet er goed aan om contact op te nemen met uw pensioenuitvoerder om na te gaan wat uw organisatie en werknemers kunnen verwachten. Gaat de premie omhoog? Verandert de opbouw? Of zijn er misschien zelfs kortingen nodig? Mogelijk heeft u zelf ruimte om het één en ander aan te passen, in samenspraak met werknemers. Zorg dat u eventuele veranderingen in het pensioen duidelijk communiceert richting de werknemers. Zeker als de veranderingen duidelijke gevolgen hebben voor het besteedbaar inkomen, wilt u dat vóór het nieuwe jaar gemeld hebben.

Schoon de personeelsdossiers weer eens op

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) regelt niet alleen dat werknemers gegevens uit hun personeelsdossier mogen inzien, maar ook dat u die gegevens niet langer mag bewaren dan noodzakelijk is. Voor sommige gegevens is een concrete wettelijke bewaartermijn vastgesteld. Zo moet u de gegevens uit de loonadministratie zeven kalenderjaren bewaren. Voor loonbelastingverklaringen, kopieën van identiteitsbewijzen en kopieën van beschikkingen of verklaringen van uw werknemer (voor de fiscus) geldt een afwijkende termijn van vijf kalenderjaren na uitdiensttreding. Omdat het om kalenderjaren gaat, is het einde van het jaar een goed moment om de personeelsgegevens door te nemen en de gegevens te vernietigen waarvan de bewaartermijn verloopt.

Overigens geldt voor functionerings- en beoordelingsformulieren en correspondentie met de werknemer geen wettelijke bewaartermijn, maar toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens acht het niet noodzakelijk om de gegevens langer dan twee jaar na uitdiensttreding te bewaren. Soms is het nodig om gegevens langer te bewaren, bijvoorbeeld als er een rechtszaak loopt.

Zorg voor goede verwerking van beoordelingsverslagen

Als de beoordelingsgesprekken in uw organisatie nog traditioneel aan het einde van het kalenderjaar plaatsvinden, moet u ervoor zorgen dat leidinggevenden nu voor alle werknemers een beoordelingsformulier invullen. Het formulier kunt u in het personeelsdossier opnemen, maar dit hoeft niet. De leidinggevende mag de formulieren ook zelf bewaren, zolang hij dit maar zorgvuldig doet. Zeker voor werknemers die niet goed genoeg presteren, is het belangrijk dat uw organisatie nauwkeurig bijhoudt hoe zij zich kunnen en moeten verbeteren.

Analyseer reglementen

Het is verstandig om uw personeelsreglement aan het einde van het jaar onder de loep te nemen. De kans dat hierin regelingen staan die een actualisatieslag kunnen gebruiken, is dit jaar vrij groot. Denk bijvoorbeeld aan de voorschriften voor de vergoedingen rond reizen en vervoer. Besef u arbeidsvoorwaarden niet zomaar zelf mag wijzigen, tenzij dit voortvloeit uit een wijziging van een wet of de cao.

Kijk vooruit naar 2022

Het is lastig om ver vooruit te kijken, zo is in de coronatijd gebleken. Maar een deel van uw werkzaamheden in 2022 kunt u al wel inplannen. Denk aan het werk rondom werknemers die met pensioen gaan en aflopende contracten van werknemers of externe partijen. Ook kunt u alvast voorsorteren op wet- en regelgeving en data voor subsidieaanvragen verwerken. Verder is het waardevol en motiverend om uitdagende doelen te stellen. Wat wil uw HR-afdeling in 2022 bereiken?

Terug naar boven


TIPS VOOR SALARISADMINISTRATIE

Verzamel beschikkingen fiscale regelingen

Bij veel fiscale regelingen heeft u voor de toepassing daarvan een beschikking of verklaring nodig. Denk aan:

  • de aanvullende gegevens voor de loonheffingen die nodig zijn voor toepassing van de studenten- of scholierenregeling;
  • de S&O-verklaring die nodig is voor toepassing van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk;
  • de doelgroepverklaring die u moet hebben om bepaalde loonkostenvoordelen te kunnen toepassen.

Zorg ervoor dat u de juiste documenten in de administratie opneemt! Doet u dat niet, dan kunt u met een naheffingsaanslag of boete geconfronteerd worden.

Bespaar premie door controle Whk-beschikking

U ontvangt in deze tijd van het jaar van de Belastingdienst de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) voor komend jaar. Daarin vindt u de volgende twee premiedelen:

  • WGA-totaal;
  • ZW-flex.

Een goede controle kan u in de praktijk een premiebesparing opleveren. Als de gegevens op de beschikking onjuist zijn, betaalt uw organisatie in 2022 misschien wel meer premie dan de bedoeling is.

Controleer dus goed of de gegevens op de beschikking kloppen en maak op tijd bezwaar als er iets niet klopt. Dat moet binnen zes weken na dagtekening. U vindt alle controlepunten voor uw Whk-beschikking 2022 in de checklist met de aandachtspunten bij deze controle. Bent u in 2022 eigenrisicodrager voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) of de Ziektewet (ZW), dan krijgt u wel een Whk-beschikking, maar moet het betreffende premiepercentage voor 2022 op 0% staan. Controleer goed of dat daadwerkelijk het geval is.

Doe laatste aangifte loonheffingen over december op tijd

De fiscus heeft uw loongegevens nodig om een goede vooringevulde aangifte inkomstenbelasting (IB) te kunnen maken. Het is daarom aan te raden dat u uw laatste aangifte loonheffingen over december op tijd doet. De uiterste aangiftedatum voor de laatste aangifte van 2021 is 31 januari 2022.

Onderzoek besparen via de eindheffingsregeling

Onderzoek of u kunt besparen op belasting door via de eindheffingsregeling belasting te voldoen. Er kan soms afgerekend worden tegen een gunstiger tarief: het enkelvoudige in plaats van het gebruteerde tabeltarief.

Verstuur de jaaropgaven of laatste loonstroken

Elk jaar moet u aan alle werknemers een jaaropgaaf verstrekken. Voor deze jaaropgaaf heeft u de cumulatieve bedragen van het hele jaar nodig. Ook de laatste loonstrook van het kalenderjaar mag dienen als jaaropgaaf; daar staan immers alle totalen ook op. Geef dan wel duidelijk aan de werknemers aan dat deze loonstrook ook dient als jaaropgaaf. Werknemers weten dan dat ze er zuinig op moeten zijn. Gebruik deze modeljaaropgaaf met alle verplichte gegevens.

Pas uw aangiftetijdvak aan vóór 14 december

Wilt u per 2022 van vierwekelijkse loonaangiftes naar maandelijkse loonaangiftes wisselen of andersom, dan moet u op de site van de Belastingdienst het formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’ downloaden. Daar is de nodige haast bij, want het ingevulde formulier moet uiterlijk op 13 december 2021 bij de Belastingdienst binnen zijn. Het nieuwe aangiftetijdvak gaat dan per 1 januari 2022 in. Bent u te laat, dan kan wisselen pas weer per 1 januari 2023.

Zorg dat administraties op elkaar aansluiten

Het is raadzaam om aan het einde van het jaar na te gaan of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Soms komt u erachter dat er één of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per ongeluk niet zijn verwerkt in de loonadministratie, met alle gevolgen van dien. over deze vergoedingen zijn dan hoogstwaarschijnlijk geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Zulke afwijken komen aan het licht als u de aansluiting tussen de loonadministratie en de financiële administratie maakt. Draag de verschuldigde loonheffingen dan alsnog af.

Haal de bezem door uw administratie

U bent verplicht om de loonadministratie zeven jaar lang te bewaren. Gedurende deze termijn kan de Belastingdienst om inzage vragen. Op 1 januari 2022 mag u de administratie van 2014 en eerder dus weggooien. Zorg ervoor dat dit zorgvuldig gebeurt, zodat persoonlijke gegevens niet op straat komen te liggen.

Let er wel goed op dat niet alle administratie na zeven jaar de prullenbak in mag: kopieën van identiteitsbewijzen en de verklaring loonheffingskorting mag u bijvoorbeeld pas vijf jaar na het einde van de dienstbetrekking van de werknemer weggooien. Bekijk ook de infographic Verschillende bewaartermijnen per onderwerp voor een overzicht van de bewaartermijnen.

Staat loonkostenvoordeel goed in de loonaangifte?

Komt uw onderneming in aanmerking voor een loonkostenvoordeel (LKV) op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL), dan moet u in de loonaangiftes over 2021 in alle tijdvakken waar dat van toepassing is het vinkje van het juiste LKV hebben aangevinkt. In uw administratie moet u bovendien de corresponderende doelgroepverklaring bewaren om voor uitkering van een LKV in aanmerking te komen na afloop van 2021.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE WERKKOSTENREGELING

Kiest u voor de concernregeling of niet?

Als u kiest voor toepassing van de concernregeling vindt de verruiming van de vrije ruimte plaats op concernniveau. Hierdoor kan voor alle concernmaatschappijen samen maar één keer gebruik worden gemaakt van de tijdelijk verhoogde vrije ruimte van 3% tot en met een loonsom van € 400.000. Kijk goed of het dit jaar nog wel zo voordelig is om de concernregeling toe te passen.

Onderzoek vaste kostenvergoedingen

Een vaste kostenvergoeding kunt u als (deels) gerichte vrijstelling belastingvrij betalen als deze voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U wijst de vergoeding aan als eindheffingsloon.
  • U heeft een specificatie naar aard en omvang van de vergoeding opgesteld en bewaart die bij uw administratie.
  • U heeft een onderzoek gedaan naar de werkelijk gemaakte kosten. Dat mag in de vorm van een steekproef.

Bestaat de vergoeding ook voor een deel uit intermediaire kosten? Dan blijft de vergoeding hiervan alleen buiten de loonsfeer als u een specificatie naar aard en veronderstelde omvang heeft en u een (steekproefsgewijs) onderzoek heeft gedaan. Controleer vóór het eind van het jaar of de vaste vergoedingen aan de eisen voldoen.

Overweeg een bonus tot een bedrag van € 2.400

Als u aan het einde van 2021 nog vrije ruimte over heeft én uw organisatie overweegt om één of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van de vrije ruimte. Voor de werknemer is het voordelig dat hij de bonus daardoor netto kan ontvangen en u bespaart werkgeverslasten over de bonus.

Het is dan wel van belang dat u de bonus nog dit jaar uitbetaalt en dat de bonus voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat deze niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst de vergoedingen/verstrekkingen in ieder geval als gebruikelijk. En zelfs als u de vrije ruimte overschrijdt, is het aanwijzen van de bonus als eindheffingsloon een redelijk goedkope oplossing. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt u weliswaar 80% eindheffing, maar dat is vaak alsnog een fiscaal meer aantrekkelijke oplossing voor u en de werknemer dan bruteren.

Let op het overschrijden van de vrije ruimte

Na afloop van het jaar moet u toetsen of u de vrije ruimte overschrijdt. Dat doet u in 2021 door de totale fiscale loonsom van alle werknemers te berekenen en daarover 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over de rest te nemen. Als het loon uit vroegere dienstbetrekking meer dan 10% is van de totale fiscale loonsom, moet dit buiten beschouwing blijven.

Als de som van alle vergoedingen en verstrekkingen die u in 2021 ten laste van de vrije ruimte heeft gebracht hoger is dan dat bedrag, moet u over het meerdere 80% eindheffing betalen. Dat doet u uiterlijk bij de aangifte over het tweede tijdvak van 2022. Heeft uw organisatie in de loop van 2021 al eindheffing betaald en komt u er nu achter dat u te veel of te weinig betaald heeft, dan corrigeert u dat uiterlijk in de aangifte over het tweede tijdvak van 2022.

Heeft u juist ruimte over dit jaar, dan kunt u bekijken of u bepaalde kosten voor 2022 nog dit jaar kunt betalen.

Maak plan voor nieuwe thuiswerkvergoeding

Vanaf volgend jaar is het mogelijk om werknemers een belastingvrije vergoeding van € 2 per thuiswerkdag te geven. Ga tijdig aan de slag als uw organisatie de huidige kostenvergoedingsregelingen voor de werknemers wil aanpassen. En let erop dat u volgend jaar moet kiezen voor een thuiswerkvergoeding of een reiskostenvergoeding, op een dag waarop de werknemer zowel thuis als op kantoor werkt. Voor uw organisatie is het goedkoper om op zo’n ‘gemengde’ dag een thuiswerkvergoeding te betalen als de werknemer zes kilometer of meer van zijn werk woont. Overigens moeten de Tweede en Eerste Kamer nog instemmen met het Belastingplan 2022.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE AUTO VAN DE ZAAK

Regel auto nog in 2021

Als werknemers meer dan 500 privékilometers rijden met hun auto van de zaak, is de bijtelling van toepassing. Het algemene tarief daarvoor is 22%, maar voor nieuwe volledig elektrische auto’s geldt dit jaar een lager tarief van 12%. Er is wel een plafond, de zogeheten ‘cap’. De verlaagde bijtelling geldt namelijk maar tot een catalogusprijs van € 40.000, daarboven geldt alsnog 22%. Per 1 januari 2022 stijgt de bijtelling voor elektrische auto’s en de cap daalt naar € 35.000. Het kan daarom voordelig zijn om nog in 2021 voor auto’s contracten af te sluiten, want het nieuwe, hogere bijtellingspercentage geldt alleen voor auto’s met een tenaamstelling in 2022 of later.

Controleer de bijtelling

Als werknemers van uw organisatie in een auto van de zaak rijden, moet u een percentage van de cataloguswaarde bij hun loon tellen als zij de auto meer dan vijfhonderd kilometer per jaar privé gebruiken of niet kunnen bewijzen dat dit niet het geval is. Als u geen bijtelling toepast, moet u in het bezit zijn van een kopie van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ of een andere vorm van bewijs dat de werknemer de auto niet (te veel) privé gebruikt.

Controleer dus goed of u alle verklaringen of andere bewijzen heeft van werknemers voor wie u geen bijtelling voor privégebruik toepast. Heeft u die bewijzen niet, dan moet u misschien de aangiften van het hele jaar corrigeren en hierover afrekenen.

Corrigeer het privégebruik van auto van de zaak

De BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u niet vergeten mee te nemen in de laatste aangifte van het jaar. Deze correctie bedraagt 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Als u echter kunt aantonen aan de hand van bijvoorbeeld een kilometeradministratie dat uw privégebruik lager is dan de standaard 2,7%, mag u een lagere correctie opnemen. Voor marge-auto’s en auto’s ouder dan vijf jaar mag u een correctie van 1,5% nemen.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE AANGIFTE BTW

Meld u aan voor de OSS

Vanaf 1 juli 2021 zijn er nieuwe BTW-regels in werking getreden voor digitale diensten en goederen die aan particulieren in andere EU-landen worden verkocht. Bent u zo’n BTW-ondernemer en overschrijdt u de omzetgrens van € 10.000 dan moet u de BTW-tarieven van het land van de particulier toepassen.

U kunt er dan voor kiezen om de BTW in elk afzonderlijk EU-land aan te geven of dit via de Unieregeling (OSS-regeling) in een keer te verwerken wat een heleboel tijd scheelt. U moet zich aanmelden op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Vraag buitenlandse BTW terug

De buitenlandse BTW over 2021 terugvragen kunt u nog doen tot 1 oktober 2022, dus u heeft nog wel even de tijd. Het kan natuurlijk altijd eerder. Doet u een verzoek na afloop van een kalenderjaar? Dan moet het BTW-bedrag ten minste € 50 zijn. Doet u een verzoek tijdens het kalenderjaar, over een periode van ten minste drie maanden? Dan moet het BTW-bedrag minstens € 400 zijn.

Houd rekening met correctieposten in kader van privégebruik

Naast de correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u ook rekening houden met de volgende correctieposten in de laatste aangifte van het jaar 2021:

  • correctie van de BTW-post op het privégebruik van gas, water, elektra en warmte;
  • verdere correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan uw werknemers (loon in natura), relatiegeschenken enzovoort;
  • correcties in het kader van de bedrijfskantineregeling;

Geef eventuele suppletie aan voor 1 april 2022

Heeft u de afgelopen vijf jaar te weinig BTW aangegeven, dan bent u verplicht om een suppletieaangifte in te dienen. De Belastingdienst controleert hier sterk op. U bent verplicht om een suppletieaangifte te doen zolang de naheffingstermijn loopt, dus gedurende vijf jaar na het jaar waarover u suppletie moet doen. De fiscus kan een vergrijpboete opleggen als u het indienen van een correctie achterwege laat. U moet de suppletieaangifte met een verplicht gesteld formulier indienen.

U kunt natuurlijk ook digitaal een verzoek sturen naar de Belastingdienst via het beveiligde gedeelte van de website. De kleine correcties hoeft u niet te corrigeren met dit formulier, maar kunt u verwerken in uw eerstvolgende aangifte BTW. Dit is mogelijk tot een te betalen of terug te krijgen bedrag van € 1.000. Als u vrijwillig vóór 1 april 2022 de correctie voor te weinig aangegeven BTW van 2021 aangeeft en betaalt, bent u geen heffingsrente verschuldigd.

Zorg dat u alle facturen van dit jaar ontvangen heeft

Zorg ervoor dat u aan het einde van het jaar alle facturen van uw zakelijke relaties heeft ontvangen. Heeft u een bepaalde factuur nog niet binnen, vraag die dan snel nog even op. Anders kunt u ook geen BTW-aftrek claimen. Let er ook goed op dat alle gegevens op de factuur zijn vermeld, zoals de NAW-gegevens. Bij veel bonnen zal dit niet altijd het geval zijn.

Verstuur de huurverklaring

Huurt u een pand met een optie voor belaste verhuur, dan moet er in de schriftelijke huurovereenkomst zijn aangegeven dat u de onroerende zaak gebruikt uitsluitend voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van BTW bestaat. Gebruikt u de onroerende zaak niet meer voor deze doeleinden, dan moet u aan de verhuurder binnen vier weken na afloop van het betreffende kalenderjaar een ondertekende verklaring sturen. Ook moet u een afschrift hiervan aan de inspecteur sturen binnen dezelfde termijn.

Herzie BTW-aftrek investeringsgoederen

Heeft u investeringsgoederen waarbij de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik aan het eind van het (boek-)jaar afwijkt van de verhouding waarin de aankoop-BTW oorspronkelijk in aftrek is gebracht? Dan moet u de oorspronkelijk door u afgetrokken BTW op basis van dit verschil herzien.

Stuur een kopersverklaring

Heeft u met een optie voor belaste levering een pand aangekocht, dan heeft u een verklaring nodig dat dit voor 90% is gebruikt voor BTW-belaste doeleinden. Zo niet, dan wordt de BTW achteraf door de fiscus gecorrigeerd. Heeft u een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar en in 2021 met een optie voor belaste levering een pand gekocht, dan moet u voor het einde van januari 2023 aan zowel de verkoper als de fiscus een verklaring sturen dat u het aangekochte onroerend goed in 2021 en 2022 voor 90% of meer heeft gebruikt voor BTW-belaste prestaties.

Doe tijdig aangifte voor het laatste tijdvak 2021

Bij het leveren van goederen en diensten, bent u verplicht om uiterlijk op de vijftiende van de maand na het leveren van de prestatie een factuur te sturen. U moet ook de BTW die in rekening is gebracht afdragen in het tijdvak waarin u de factuur heeft verstuurd. Bij een BTW-aangifte per kwartaal of per maand moet de laatste aangifte van 2021 uiterlijk 31 januari 2022 bij de Belastingdienst zijn.

Meld u dit jaar nog aan of af voor de KOR

Wilt u zich aanmelden voor de kleineondernemersregeling (KOR)? Dat kan alleen met het aanmeldingsformulier op de website van de Belastingdienst. Dit moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan binnen zijn bij de fiscus. U krijgt een brief met daarin de definitieve ingangsdatum van de KOR. De KOR gerelateerd aan uw omzet. Is die minder dan € 20.000, dan kunt u de regeling gebruiken.

Ook bv’s, stichtingen en verenigingen kunnen een beroep doen op de KOR. De volgende voorwaarden zijn van toepassing:

  • u moet ondernemer voor de BTW zijn;
  • u moet als ondernemer in Nederland gevestigd zijn;
  • uw omzet is niet hoger dan € 20.000 per kalenderjaar. Niet alle omzet telt echter mee bij het bepalen van deze grens.

Wilt u geen gebruik meer maken van de KOR, meld u dan af met het afmeldingsformulier dat u vindt op de website van de fiscus.

Controleer of NAW-gegevens op de factuur aanwezig zijn

Eén van de factuureisen is dat de NAW-gegevens van de afnemer op de factuur vermeld moeten zijn. Bij veel bonnen zal dit niet altijd het geval zijn. Is daarom de BTW op deze bonnen niet aftrekbaar? Voor bonnen tot € 100 (inclusief BTW) kunt u over het algemeen de BTW gewoon aftrekken, ook als uw NAW-gegevens niet op deze factuur vermeld zijn. Op de bon moeten dan wel de volgende gegevens vermeld zijn (een zogenoemde vereenvoudigde factuur):

  • datum van de bon;
  • NAW-gegevens van leverancier/dienstverrichter;
  • wat is er geleverd/verricht?;
  • het BTW-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan dit BTW-bedrag kan worden berekend.

Ontbreken uw NAW-gegevens op een bon van € 100 of meer (inclusief BTW)? Dan kunt u de BTW toch aftrekken als door de wijze van betalen te achterhalen is dat u de afnemer van de levering/dienst bent. Betaal daarom met bankpas, creditcard of brandstofpas (zie hieronder).

Let ook goed op de vereenvoudigde facturen

U moet er dus voor zorgen dat de vereenvoudigde facturen van uw zakelijke contacten voor het einde van het jaar ook binnen zijn. Vereenvoudigde facturen zijn facturen die slechts een aantal gegevens nodig hebben, omdat zij bijna niet fraudegevoelig zijn. Denk onder andere aan documenten die betrekking hebben op eerdere nota’s. Voorbeelden zijn creditnota’s of bonnen tot € 100 (inclusief BTW). Daarover kunt u meestal de BTW gewoon aftrekken, ook als uw NAW-gegevens niet op deze bon vermeld zijn. De bon moet de volgende gegevens bevatten:

  • de datum;
  • wat er geleverd/verricht is;
  • de NAW-gegevens van de leverancier of dienstverrichter;
  • het BTW-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan dit BTW-bedrag kan worden berekend.

Ontbreken uw NAW-gegevens op een bon van € 100 of meer (inclusief BTW)? Dan kunt u de BTW toch aftrekken als door de wijze van betalen te achterhalen is dat u de afnemer van de levering/dienst bent. Betaal daarom met bankpas, creditcard of brandstofpas (zie hieronder).

Vraag BTW op oninbare vorderingen 2021 terug

U mag de BTW op oninbare vorderingen terugvragen op het moment dat vast is komen te staan dat uw debiteur de factuur niet betaalt. Dat is in ieder geval zo een jaar na de uiterste betaaldatum van het gefactureerde bedrag. Dit brengt met zich dat u voor vorderingen die opeisbaar zijn geworden in 2021 de BTW volgend jaar kunt terugvragen, tenzij al eerder duidelijk is (geweest) dat de vordering niet zal worden betaald.

Corrigeer het privégebruik van auto van de zaak

De BTW-correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak moet u niet vergeten mee te nemen in de laatste aangifte van het jaar. Deze correctie bedraagt 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Als u echter kunt aantonen aan de hand van bijvoorbeeld een kilometeradministratie dat uw privégebruik lager is dan de standaard 2,7%, mag u een lagere correctie opnemen. Voor marge-auto’s en auto’s ouder dan vijf jaar mag u een correctie van 1,5% nemen.

Meld verbreken van fiscale eenheid

Moet de fiscale eenheid (fe) voor de BTW tussen twee bv’s worden verbroken? Vergeet dan niet om dat schriftelijk te melden bij de inspecteur als er een beschikking fe is afgegeven. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de leden van de fe voor de BTW eindigt namelijk pas als de verbreking bij de fiscus is gemeld. Meldt u dit niet, dan kunt u aansprakelijk gesteld worden voor de BTW-schuld van de vroegere fe.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE

Ruim administratie 2014 op

De wettelijke bewaartermijn voor uw administratie is zeven jaar. Dit betekent dat u de administratie over 2014 en eerdere jaren kunt afvoeren. U bewaart de facturen in de vorm waarin u ze heeft verstuurd of ontvangen. Houd daarbij in het achterhoofd dat deze termijn niet geldt voor de BTW ten aanzien van onroerende zaken. Deze is namelijk tien jaar. Documenten zoals aktes, pensioen- en lijfrentepolissen en dergelijke zijn ook verstandig om te bewaren.

Bespreek alvast uw conceptjaarrekening

Maakt uw onderneming gebruik van externe adviseurs, dan is het handig om dit jaar al een conceptjaarrekening op te laten stellen. Als u dit nog voor het einde van het jaar met hen bespreekt, kunt u wellicht nog gebruikmaken van de mogelijkheden om fiscale aftrekposten te creëren en andere fiscale faciliteiten.

Vergeet niet overlopende passiva op te voeren

Zorg ervoor dat u bij het opmaken van de jaarstukken over 2021 alle overlopende passiva opvoert. Elke passiefpost die u kunt opvoeren, vermindert de winst. Denk aan alle posten waarvoor de nota of afrekening pas in 2022 zal binnenkomen, maar die betrekking heeft op dit jaar.

Zorg voor voorziening voor dubieuze debiteuren

Bij het samenstellen van de eindbalans moet u nagaan of u nog voorzieningen kunt vormen. Misschien komt u erachter dat u in de toekomst geconfronteerd wordt met kosten die verband houden met de bedrijfsuitoefening van de afgelopen jaren. Denk bijvoorbeeld aan een voorziening voor dubieuze debiteuren.In deze tijd moet u er rekening mee houden dat sommige debiteuren extra moeite hebben met het op tijd betalen van uw facturen.

Voldoe aan de fiscale eisen voor zakendoen op internet

Gebruikt uw onderneming het internet als verkoopkanaal, zorg dan dat u de eisen kent die de Belastingdienst stelt aan het zakendoen via internet en de vele wettelijke regelingen ter bescherming van consumenten. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt hier toezicht op. Denk aan de spelregels voor het elektronisch factureren, een digitale administratie, het verplicht melden van BTW- en KvK-nummers.

Terug naar boven


TIPS VOOR INVESTEREN

Denk aan de aflopende termijn voor uw herinvestering

Heeft uw onderneming een herinvesteringsreserve (HIR) op uw balans staan, let dan op de driejaarstermijn die geldt voor herinvestering. U moet voor de afloop van drie jaar zijn overgegaan tot herinvestering in een nieuw bedrijfsmiddel. Loopt uw boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan loopt op 31 december 2021 de termijn af voor de herinvesteringsreserve van 2018.

Check de investeringsaftrek

Beoordeel of het wenselijk is om in 2021 of in 2022 te investeren. Als tijdstip van investering geldt het moment waarop u de verplichtingen tot aanschaf of verbetering van het bedrijfsmiddel aangaat.

Stel desinvesteren uit tot volgend jaar

Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf investeringsaftrek heeft ontvangen, geldt dat bij verkoop binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de investering plaatsvond, een desinvesteringsbetaling verschuldigd is.

Ter voorkoming van een desinvesteringsbijtelling kan het wenselijk zijn niet in 2021 te desinvesteren, maar bijvoorbeeld pas in januari 2022.

Betaal niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel

Heeft u geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel heeft u nog niet in gebruik genomen en ook nog niet betaald, betaal dan dit jaar nog minstens een bedrag dat even hoog is als het bedrag van de investeringsaftrek. Doet u dit niet, dan krijgt u dit jaar de investeringsaftrek niet uitbetaald en wordt deze doorgeschoven naar volgende jaren. Bij een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel krijgt u dit jaar dus maximaal het bedrag dat u betaald heeft aan investeringsaftrek.

Terug naar boven


TIPS VOOR FONDSENWERVING

Houd fondsenwerving binnen grenzen BTW-heffing

Fondsenwerving valt in principe gewoon onder de heffing van BTW, maar gelukkig gelden er vrijgestelde prestaties. Zijn uw hoofdactiviteiten vrijgesteld van BTW, dan hoeft u over zogenoemde fondsenwervende activiteiten onder voorwaarden geen BTW af te dragen. Deze vrijstelling geldt alleen voor:

  • organisaties die personen verzorgen en verplegen in instellingen;
  • organisaties voor jeugd- en jongerenwerk;
  • sportorganisaties en sportclubs;
  • instellingen voor wettelijk geregeld onderwijs;
  • collectieve belangenbehartigers;
  • sociale en culturele instellingen.
    Voor het toepassen van deze vrijstelling is wel vereist dat de fondsenwerving binnen de volgende grenzen blijft:
    • goederenleveringen: € 68.067 per jaar;
    • diensten: € 22.689 per jaar;
    • diensten door sportclubs: € 50.000 per jaar.
  • Komen uw inkomsten boven die grens uit, dan is het hele bedrag belast met BTW. Om te voorkomen dat u die grenzen overschrijdt, kunt u mogelijk nog inkomsten uitstellen naar begin volgend jaar.

Informeer donateurs over voordelen van gift

Donateurs kunnen profiteren van een belastingvoordeel als ze een gift doen. Een gift aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), culturele ANBI of steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) levert namelijk een aftrek op in de aangifte inkomstenbelasting van de donateur. Voor een gewone gift geldt wel een drempel van 1% van het inkomen van de donateur en een minimum van € 60. Het bedrag dat boven deze drempel komt, mag de donateur aftrekken. Dit is mogelijk tot een maximum van 10% van het drempelinkomen. Gaat het om een periodieke gift, dan mag de donateur het volledige bedrag van de gift aftrekken. En ook voor organisaties geldt een aftrek van de winst. De aftrek is ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000.

Wijs donateurs op deze voordelen en voorwaarden. Het is zonde als zij net na de jaarwisseling een gift aan uw organisatie doen, waardoor ze voor 2021 onder de genoemde drempel blijven. In dat geval is het mogelijk voordeliger om de gift niet uit te stellen tot 2022.

Informeer donateurs over mogelijk voordeeltje

De huidige coronacrisis heeft grote invloed op de fondsenwerving van uw organisatie. Veel non-profitorganisaties hebben te maken met een daling van de inkomsten. Het is daarom belangrijk om donateurs te wijzen op een belastingvoordeel als ze willen doneren. Een gift aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), culturele ANBI of steunstichting SBBI (sociaal belang behartigende instelling) levert namelijk een aftrek op in de aangifte inkomstenbelasting van de donateur. Dat kan potentiële donateurs net dat laatste zetje in de goede richting geven.

Voor een gewone gift geldt een drempel van 1% van het inkomen van de donateur en een minimum van € 60. Het bedrag dat boven deze drempel komt, mag de donateur aftrekken. Dit is mogelijk tot een maximum van 10% van het drempelinkomen. Gaat het om een periodieke gift, dan mag de donateur het volledige bedrag van de gift aftrekken. En ook voor organisaties geldt een aftrek van de winst. De aftrek is ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000. Wijs donateurs op deze voordelen en voorwaarden. Het is zonde als zij net na de jaarwisseling een gift aan uw organisatie doen, waardoor ze voor 2021 onder de genoemde drempel blijven. In dat geval is het mogelijk voordeliger om de gift niet uit te stellen tot 2022.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE VENNOOTSCHAPSBELASTING

Bekijk of het opbreken van de fiscale eenheid VPB gunstig is

Het lage tarief voor de VPB is in 2022 15% (wel tot een winst van € 395.000). Het wordt dus steeds aantrekkelijker om winsten over meerdere bv’s te verdelen en de fiscale eenheid voor de VPB op te heffen. Als u de fiscale eenheid wilt verbreken per 1 januari 2022, moet u dat verzoek uiterlijk 31 december 2021 indienen. Bespreek dit wel met een adviseur want er kunnen wat haken en ogen zitten aan de verbreking! Als u juist een fiscale eenheid voor de VPB wilt vormen, moet u die aanvraag voor 1 april 2022 indienen.

Zoek de innovatiebox op

De VPB kent een tarief van 9% voor innovaties. Deze speciale behandeling geldt voor winsten uit zelfontwikkelde immateriële activa waarvoor uw bv een octrooi en S&O-verklaring heeft gekregen. U kunt er ook voor kiezen om de forfaitaire regeling te gebruiken. Die gaat ervan uit dat een kwart van uw winst (maar maximaal € 25.000) door innovatie komt.

Onderbouw de interne verrekenprijzen

Uw bv moet in de administratie een onderbouwing hebben van de prijzen die zij rekent bij de levering van goederen of diensten aan gelieerde vennootschappen. Hieruit moet blijken dat deze prijzen ‘at arm’s length’ zijn, zoals dat heet. Dit houdt in dat het prijzen zijn die ook tussen onafhankelijke derden tot stand zouden (kunnen) zijn gekomen. Is de onderbouwing onvoldoende, dan kan dat tot dubbele heffing leiden.

Maak een keuze voor de gemengde kosten

Uw bv mag de gemengde kosten tot een bedrag van € 4.700 niet in aftrek brengen. Gemengde kosten zijn betalingen voor onder meer voedsel, recepties en congressen. Heeft u werknemers in dienst, dan wordt dit bedrag vervangen door 0,4% van de totale loonkosten. Bij een totale loonsom van € 1.175.000 of meer wordt de aftrekbeperking dus hoger dan € 4.700. U kunt ook nog kiezen voor de 73,5%-regeling. Dan is 73,5% van de gemende kosten tóch aftrekbaar, en de overige 26,5% dus niet.

Vorm een kostenegalisatiereserve voor onderhoud

Ga na of u een kostenegalisatiereserve kunt vormen voor bepaalde uitgaven. U kunt deze reserve vormen voor bijvoorbeeld groot onderhoud onder de volgende voorwaarden. Het moet gaan om:

  • kosten die in de toekomst ongelijkmatig verdeeld worden uitgegeven (piekeis); en
  • waarvoor een redelijke mate van zekerheid bestaat dat ze zullen worden gedaan; en
  • die worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening van het dotatiejaar.

Onderzoek of u vrijgesteld bent van de VPB

Stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven, zijn vrijgesteld van de VPB als de winst niet te hoog is. Uw organisatie is vrijgesteld van de VPB als:

  • de fiscale winst in een jaar niet hoger is dan € 15.000;
  • de fiscale winst in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaar bij elkaar niet hoger is dan € 75.000.

Komt uw organisatie in de buurt van deze grenzen, dan kunt u daar mogelijk nog invloed op uitoefenen. U kunt winsten uitstellen of kosten naar voren halen, zodat u binnen de grenzen blijft. Soms kan het echter gunstiger zijn om wel belastingplichtig te zijn voor de VPB. In dat geval kunt u ervoor kiezen om niet te worden vrijgesteld voor de heffing van VPB. Deze keuze voor belastingplicht wordt gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor culturele instellingen geldt een keuze voor belastingplicht voor een periode van tien jaar. Zet de beide mogelijkheden eens naast elkaar om te kijken wat voor uw organisatie gunstig is.

Voer dit jaar al een voorziening op

U kunt toekomstige uitgaven al dit jaar ten laste te brengen van de bedrijfsresultaten. Met een voorziening rekent u de kosten toe aan het jaar waarin die thuishoren én incasseert u de belastingbesparing op de toekomstige uitgaven eerder in de tijd. De voorwaarden zijn de volgende:

  • de toekomstige uitgaven vinden hun oorsprong in feiten of omstandigheden die zich voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan;
  • er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat die uitgaven zich zullen voordoen;
  • de uitgaven kunnen ook aan de periode voorafgaand aan de balansdatum worden toegerekend.

Zet de voorlopige aanslag op nihil bij verlies

Als u dit jaar een verlies dreigt te gaan lijden, kunt u het weglekken van liquiditeit voorkomen door de voorlopige aanslag voor 2021 op nihil te stellen.

Daarnaast kunt u volgend jaar bij het indienen van de aangifte een verzoek om voorlopige verliesverrekening doen. U kunt dan 80% van het verlies alvast benutten. De definitieve beschikking volgt dan bij de aanslag.

Schuif winst deels door

Dit jaar moet u 15% VPB betalen over de winst van uw bv tot € 245.000. Boven die grens betaalt u 25%. Volgend jaar ligt de grens van de 15% bij € 395.000. Wilt u nog iets besparen en verwacht u dit jaar een winst boven de € 245.000, dan kan het u misschien wat opleveren als u winst verschuift naar volgend jaar.

Voorkom belastingrente, vraag voorlopige aanslag

De belastingrente die de Belastingdienst in rekening brengt is vanaf 1 oktober 2020 4%. Om te voorkomen dat uw bv deze rente moet aftikken, moet u checken of de door u ontvangen voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan. Voor 2021 geldt dat als u voor 1 mei 2022 een voorlopige aanslag VPB aanvraagt er geen belastingrente verschuldigd is. Dient u de VPB-aangifte voor 1 juni 2022 in en deze wordt niet aangepast, dan bent u geen belastingrente verschuldigd.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE DIRECTEUR-GROOTAANDEELHOUDER

Doe beroep op afdrachtvermindering

Ook voor dga’s is het mogelijk om een beroep te doen op de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O). Die afdrachtvermindering verlaagt de loonkosten voor werknemers (en dus ook voor een dga die in dienst is van zijn bv) die zich bezighouden met S&O-werk. Een werkgever kan een korting krijgen van 40% van de loonkosten voor S&O-werk, tot € 350.000. Boven die grens kunt u nog eens 16% korting krijgen. Het spreekt voor zich dat u dan wel zelf de S&O-uren moet maken. Als u op de loonlijst van de holding staat, geldt de S&O-verklaring van de werk-bv niet. U moet dan voor de holding ook een S&O-verklaring aanvragen.

Bepaal uw gebruikelijk loon in 2021

Als dga moet u in principe ten minste € 47.000 als salaris opnemen in de loonaangifte. Dit is het door de overheid vastgestelde ‘gebruikelijk loon’ voor dga’s in 2021. Volgens de vaste regels mag het loon lager zijn als u kunt aantonen dat bij de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’ (dus bij een werknemer zonder aanmerkelijk belang) een lager loon gebruikelijk is. U mag dan uw salaris daaraan gelijkstellen.

Is volgens de fiscus juist een hoger loon gebruikelijk voor uw positie, dan moet u het hoogste nemen van deze drie bedragen:

  • 75% van dat hogere loon;
  • het loon van de werknemer die in een aan u verbonden bv het meest verdient;
  • maar minimaal € 47.000.

Zoals gezegd zijn dit de vaste regels, maar het zijn bijzondere tijden. Daarom mag u dit jaar het gebruikelijk loon baseren op de omzet van uw bv. De formule daarvoor is:

Gebruikelijk loon in 2021 = gebruikelijk loon over 2019 x (omzet exclusief BTW over heel 2021 / omzet exclusief BTW over heel 2019)

Dit mag overigens zonder vooroverleg te voeren met de inspecteur, maar niet met terugwerkende kracht. 

In alle gevallen geldt bij het gebruikelijk loon dat het van belang is dat u kunt onderbouwen waarom u dit loon hanteert. Rechtszaken laten zien dat de bewijslast hiervoor bij u als dag ligt. En ook dat rechters het loon los zien van wat u nodig heeft voor uw levensonderhoud, maar alleen kijken naar of het salaris daadwerkelijk gebruikelijk is voor uw werkzaamheden. Vraag u dus af of u dit bij een eventuele controle voldoende kunt onderbouwen.

Kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon. Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Zo betaalt u minder belasting in box 1.

Neem huur of rente op in aangifte IB

Heeft u dit jaar zaken verhuurd aan uw bv of heeft u geld geleend aan uw bv? Dan moet u een (fictieve) huur of rente opnemen in uw aangifte IB als resultaat uit overige werkzaamheden. U kunt daarnaast dan ook aanspraak maken op de aftrek van kosten, zoals de onderhoudskosten.

Vraag juiste vergoeding borg

Als u borg staat voor schulden van uw bv, moet u daarvoor een zakelijke vergoeding vragen. U zou dat immers ook doen als u borg zou staan voor een willekeurige andere onderneming. Wordt u als dga aangesproken op grond van deze borgstelling en betaalt u de bank, dan heeft u een zogeheten regresvordering op uw bv. Deze vordering mag u in principe stellen op het bedrag dat aan de bank is betaald. U mag de vordering in principe afwaarderen op uw inkomen in box 1. De Belastingdienst let wel streng op deze vorderingen!

Verminder gebruikelijk loon door kostenvergoedingen

Kostenvergoedingen kunt u in mindering brengen op het gebruikelijk loon. Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Door de vermindering van het gebruikelijk loon, betaalt u als dga minder belasting in box 1.

Houd rekening-courant onder plafond van € 17.500

Heeft u een rekening-courantovereenkomst met uw bv, let dan op het saldo. Als dit saldo namelijk in het hele kalenderjaar niet hoger is geweest dan € 17.500, hoeft u geen rente te berekenen. Let wel op: het gaat om élke dag in een jaar. Als het saldo halverwege het jaar bij wijze van spreken op € 17.501 stond, moet u over het complete boekjaar rente gaan berekenen over uw schuld aan uw bv. En dat kan een fikse klus zijn als er veel over en weer wordt geboekt.

Leen zakelijk en niet te ‘excessief’ van uw bv

Als u geld leent van uw bv moet die lening zakelijke voorwaarden hebben. Dat betekent dat er in principe afspraken moeten zijn over een zakelijke rente, aflossingen en dat er zekerheden moeten zijn gesteld. De zakelijkheid geldt ook als er tussen verschillende bv’s binnen uw concern groepsleningen zijn afgesloten.

Wat lenen van de bv betreft: vanaf 2023 krijgt u hoogstwaarschijnlijk te maken met een wet die ‘excessieve leningen’ van dga’s bij hun eigen bv aanpakt. De behandeling in het parlement loopt nog. Als alles doorgaat, peilt de fiscus eind 2023 voor het eerst de hoogte van de schulden. Komt u (en een schuld van uw partner wordt dan meegeteld) boven de grens van € 500.000 dan is het meerdere belast als inkomen in box 2. Leningen voor een eigen woning zijn uitgezonderd.

Zoals gezegd gaat de peilstok pas eind 2023 in de bv’s, dus er is nog wat tijd. Maar daar staat tegenover dat het ook niet altijd meevalt om een hoge schuld terug te dringen, bijvoorbeeld als u dat zou willen doen door de verkoop van vastgoed.

Zet uw partner op de loonlijst

Het kan aantrekkelijk zijn om uw echtgenoot of partner die werkzaamheden verricht voor uw bv op de loonlijst te plaatsen. Uw partner is dan verzekerd voor de premies werknemersverzekeringen (er moet dan wel sprake zijn van een materiële gezagsverhouding!).

Onderbouw dat uw groepsleningen wel zakelijk genoeg zijn

Zijn er tussen verschillende bv’s binnen uw concern groepsleningen afgesloten, zorg er dan voor dat deze aan de eisen van zakelijkheid voldoen. Dat wil zeggen dat een onafhankelijke derde de lening ook zou hebben verstrekt. Daarnaast zijn ook de volgende aspecten van belang:

  • Is zekerheid gesteld en wordt afgelost?
  • Sluit het rentepercentage aan bij de omvang van de lening, de voorwaarden van de lening en de kredietwaardigheid van de partij aan wie de lening verstrekt is?

Zorg dus dat uw administratie voldoende informatie bevat om de zakelijkheid van de prijzen te kunnen laten checken.

Verreken belastingkorting bij niet te verrekenen verlies

Als u en uw partner in een kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang meer hebben, kunt u door een verzoek in te dienen een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang laten omzetten in een belastingkorting voor 26,9% van het bedrag van dit verlies. Deze belastingkorting is alleen te verrekenen met de belasting van box 1.

Kies voor dividend boven extra loon

Het is de jaarlijks terugkerende vraag voor dga’s op zoek naar een extraatje: wordt het extra loon of extra dividend? De laatste route is in de regel fiscaal voordeliger. Dat hangt samen met het tariefsverschil dat bestaat tussen de IB en het gecombineerde tarief van de dividendbelasting en de VPB.

Doe wel een uitkeringstoets als u uw bv dividend laat uitkeren. Risico is dat u de uitkering anders moet terugbetalen of dat u in privé aansprakelijk wordt gesteld.

Terug naar boven


TIPS VOOR DE INKOMSTENBELASTING

Zet de voorlopige aanslag op nihil bij verlies

Als u dit jaar een verlies dreigt te gaan lijden, kunt u het weglekken van liquiditeit voorkomen door de voorlopige aanslag voor 2021 op nihil te stellen.

Daarnaast kunt u volgend jaar bij het indienen van de aangifte een verzoek om voorlopige verliesverrekening doen. U kunt dan 80% van het verlies alvast benutten. De definitieve beschikking volgt dan bij de aanslag.

Vorm een kostenegalisatiereserve voor onderhoud

Ga na of u een kostenegalisatiereserve kunt vormen voor bepaalde uitgaven. U kunt deze reserve vormen voor bijvoorbeeld groot onderhoud onder de volgende voorwaarden. Het moet gaan om:

  • kosten die in de toekomst ongelijkmatig verdeeld worden uitgegeven (piekeis); en
  • waarvoor een redelijke mate van zekerheid bestaat dat ze zullen worden gedaan; en
  • die worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening van het dotatiejaar.

Waardeer onvolledige vorderingen af

Bevinden er zich activa op uw fiscale balans die een lagere waarde hebben, dan kunt u deze afwaarderen binnen de grenzen van goed koopmansgebruik. Dit betekent dat u in principe iedere vordering op de balansdatum moet bekijken en waarderen. Is de kans groot dat u niets terugkrijgt, bijvoorbeeld bij een faillissement waar geen of nauwelijks activa zijn, dan kunt u naar nul afwaarderen. Het belangrijkste is dat u goed kunt onderbouwen waarom u oninbare vorderingen, voorraden, of bedrijfspanden afwaardeert. Het levert u in elk geval een flinke aftrekpost op.

Hevel box 3-tegoeden over naar ondernemingsvermogen

Heeft u box 3-tegoeden, dan kan het zijn dat deze binnen uw onderneming minder zwaarder belast worden dan in privé in box 3. U kunt uw tegoeden dan ook beter overhevelen naar uw onderneming en op uw ondernemersrekening zetten. Dit vermogen mag dan niet overtollig zijn voor de onderneming anders is het toch box 3-vermogen ook al staat het op een ondernemersrekening.

Betaal lijfrentepremie

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u dit tekort aanvullen door een lijfrente te storten. Dan moet u de lijfrentepremie echter wel voor 31 december 2021 storten. Doet u dit namelijk later, dan kunt u deze in uw aangifte IB voor 2021 niet meer aftrekken, maar moet u een jaartje wachten om deze mee te nemen.

Start een man-vrouwfirma

Drijft u samen met uw partner een eenmanszaak en wil uw partner ook in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek? Dan kunt u onder bepaalde voorwaarden ook samen een man-vrouwfirma oprichten. Uw partner kan dan ook in aanmerking komen voor de ondernemersfaciliteiten als aan het urencriterium wordt voldaan.

Voldoet uw partner niet aan het urencriterium en is er geen sprake van een ongebruikelijk samenwerkingsverband, dan kan een man-vrouwfirma toch nog wel voordeel opleveren. Aan uw partner kan namelijk een deel van de winst worden toegerekend die anders bij u belast zou zijn, waardoor de belastingdruk op de totale winst waarschijnlijk lager wordt.

Houd rekening met gebruikelijkheidstoets

Bij een vof of maatschap met uw partner, moet u bij de taakverdeling rekening houden met de gebruikelijkheidstoets. Die toets richt zich op het aantal uren dat uw partner binnen het samenwerkingsverband werkt. Daarbij tellen de gewerkte uren niet mee als de partner hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) ondersteunende werkzaamheden verricht én derden in eenzelfde situatie geen vof of maatschap zouden aangaan. Zorg er dus voor dat uw partner kan aantonen dat hij/zij voor ten minste 31% van de werktijd een hoofdtaak verricht.

Hevel vermogensbestanddeel over naar privévermogen

Als u vermogensbestanddelen (bijvoorbeeld een woon/praktijkpand) kunt aanmerken als privévermogen, kunt u eens berekenen of hieruit een fiscaal voordeel voortvloeit. U mag dan namelijk een (fictieve) gebruiksvergoeding aftrekken van uw fiscale winst. Dit kan een voordeel opleveren: de vergoeding is aftrekbaar tegen maximaal 49,5% (zonder rekening te houden met MKB-winstvrijstellling) in box 1 van de inkomstenbelasting en de vermogensbestanddelen zijn belast tegen het box 3-tarief.

Voeg toe aan de oudedagsreserve

Dit jaar kunt u nog 9,44%, met een maximum van € 9.395, toevoegen aan uw oudedagsreserve (OR). Om uw dotatie veilig te stellen voor 2021 is het ook nog slim om vóór het eind van het jaar na te gaan of uw ondernemingsvermogen eind 2020 ten minste gelijk was aan uw OR per ultimo 2020 plus de verwachte toevoeging over 2021. Als dit niet zo is, kunt u nog maatregelen treffen om uw ondernemingsvermogen te verhogen.

Voer dit jaar al een voorziening op

U kunt toekomstige uitgaven al dit jaar ten laste te brengen van de bedrijfsresultaten. Met een voorziening rekent u de kosten toe aan het jaar waarin die thuishoren én incasseert u de belastingbesparing op de toekomstige uitgaven eerder in de tijd. De voorwaarden zijn de volgende:

  • de toekomstige uitgaven vinden hun oorsprong in feiten of omstandigheden die zich voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan;
  • er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat die uitgaven zich zullen voordoen;
  • de uitgaven kunnen ook aan de periode voorafgaand aan de balansdatum worden toegerekend.

Zorg dat u op tijd een herinvestering doet

Heeft u een herinvesteringsreserve op uw balans staan, houd dan de termijn voor herinvestering in de gaten. U moet voor de afloop van de driejaarstermijn zijn overgegaan tot herinvestering (een verplichting zijn aangegaan) in een nieuw bedrijfsmiddel.

Heeft u bijvoorbeeld een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar, dan loopt op 31 december 2021 de driejaarstermijn af voor de herinvesteringsreserve die in de loop van 2018 op de balans is gezet.

Voor gemengde kosten voordeligste optie kiezen

Voor de beperkt aftrekbare gemengde kosten zoals representatiekosten geldt in principe een vaste bijtelling van € 4.700. Maar u kunt er ook voor kiezen om 80% van de gemengde kosten in aftrek te brengen. U moet dan wel de gemengde kosten specificeren, terwijl dit bij de vaste bijtelling niet hoeft.

Maak dus eens een berekening van wat voor u voordeliger uitpakt: de aftrek van 80% of de bijtelling van € 4.700.

Kijk eens naar een bv

Het VPB-tarief van 15% gaat volgend gelden voor winsten tot € 395.000. En de zelfstandigenaftrek die nu nog € 6.670 bedraagt, wordt de komende jaren afgebouwd tot € 3.240. Twee goede redenen dus om eens te onderzoeken of een bv om fiscale (en andere) redenen misschien niet een stuk aantrekkelijker is. Inbreng in een bv kan onder voorwaarden plaatsvinden zonder afrekening in de IB.

Als u besluit uw onderneming om te zetten in een bv, is het verstandig om voor het beoogde overgangstijdstip een intentieverklaring of voorovereenkomst op te (laten) stellen en te ondertekenen. Dit wil echter nog niet zeggen dat u dan verplicht bent ook daadwerkelijk de bv op te gaan richten.

WBSO-aanvraag indienen

Als uw onderneming per 1 januari 2022 met S&O-werkzaamheden wil starten, geldt als uiterste aanvraagdatum 20 december 2021. Voor de overige maanden geldt een uiterste indieningsdatum van de 30e of 31e van de maand voorafgaand aan de maand waarbinnen het S&O-werk gaat plaatsvinden.

Terug naar boven


TIPS VOOR ONDERNEMERS

Bepaal uw boekjaar

Ga na of u het boekjaar per 1 januari 2022 wilt aanpassen. Een aanpassing kan alleen als het besluit daartoe aantoonbaar vóór het einde van het lopende boekjaar is genomen. De meeste ondernemers hebben een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar. Soms kan een aanpassing van het boekjaar administratieve, bedrijfseconomische en fiscale voordelen opleveren. Voorbeelden zijn een tariefvoordeel, een langere termijn voor verliesverrekening of een langere termijn om te herinvesteren.

Bespreek alvast uw conceptjaarrekening

Maakt uw onderneming gebruik van externe adviseurs, dan is het aan te raden om al in 2021 een conceptjaarrekening op te laten stellen. Bespreekt u die dit jaar nog, dan kunt u wellicht nog gebruikmaken van de mogelijkheden voor het creëren van fiscale aftrekposten en andere fiscale faciliteiten.

Neem uw verzekeringen door

Het einde van het jaar is een mooi moment om uw verzekeringen door te nemen. Bij een ingrijpende verbouwing, een veranderd assortiment en een gewijzigde omzet bijvoorbeeld, kan het lonen om te bekijken of de verzekeringen nog passen bij uw situaties. U wilt natuurlijk te allen tijde voorkomen dat u achteraf wordt geconfronteerd met een forse onderdekking en een uitkering die aanzienlijk lager is dan u had verwacht.

Terug naar boven


TIPS VOOR PARTICULIEREN

Pas aftrekposten toe in aangifte IB

Het maximale aftrektarief voor alle grondslagverminderende posten in de IB gaat sinds 2020 in stappen omlaag. Uiteindelijk komt het aftrektarief in 2023 uit op 37,05%.Het gaat dan om de volgende posten:

  • ondernemersaftrek: zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek;
  • de mkb-winstvrijstelling;
  • de terbeschikkingstellingsvrijstelling;
  • de persoonsgebonden aftrek: uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, scholingsuitgaven, aftrekbare giften, het restant van persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en de verliezen op beleggingen in durfkapitaal.

Betaalt u partneralimentatie dan heeft u dus minder belastingvoordeel als u deze kosten aftrekt tegen het hoogste belastingtarief (inkomen > € 68.500). Kijk daarom eens of er een mogelijkheid bestaat om de partneralimentatie af te kopen.

Leg een papieren schenking vast

Als u geld wilt schenken aan uw kinderen maar dit nog niet heeft of nog niet wilt overmaken, kunt u ook onder schulderkenning (papieren schenking) het geld schenken. Over de schuld moet u 6% rente betalen en u moet de schuld in een notariële akte vastleggen.

Check uw voorlopige aanslag 2021

Voorkom dat u de belastingrente van 4% verschuldigd wordt! Controleer daarom of uw voorlopige aanslag 2021 correct is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Ga groen beleggen

Als u of uw fiscale partner geld in een groenfonds belegt krijgt u hiervoor een korting. De heffingskorting voor groene beleggingen wordt berekend over uw vrijstelling voor groene beleggingen. De heffingskorting is 0,7% van uw vrijstelling. Deze vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 bedraagt in 2021 € 60.429. Voor fiscale partners geldt een dubbele vrijstelling. De vrijstelling kan nooit hoger zijn dan de waarde van uw groenfonds op 1 januari.

Bekijk rentemiddeling om rente te besparen

Rentemiddeling biedt u een mogelijkheid om tegen een lagere hypotheekrente te lenen, zonder dat u de boeterente vanwege vervroegd aflossen moet betalen. Bij rentemiddeling is de boeterente namelijk niet ineens verschuldigd, maar wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Kijk daarom of in uw situatie rentemiddeling een mogelijkheid is.

Betaal hypotheekrente half jaar vooruit

Valt uw inkomen in 2022 in een lager tarief dan in 2021 en/of wilt u uw box 3-vermogen verlagen, dan is het financieel aantrekkelijk om in 2021 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2021 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief en uw box 3-vermogen zal per 1 januari 2021 lager zijn. Informeer wel even bij uw bank of die hieraan wil meewerken, want deze doen daar vaak moeilijk over.

Betaal lijfrentepremie

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u dit tekort aanvullen door een lijfrente te storten. Dan moet u de lijfrentepremie echter wel voor 31 december 2021 storten. Doet u dit namelijk later, dan kunt u deze in uw aangifte IB voor 2021 niet meer aftrekken, maar moet u een jaartje wachten om deze mee te nemen.

Los kleine schulden af

Heeft u (lage) schulden die in box 3 vallen en beschikt u over voldoende vermogen? Dan kunt u fiscaal voordeel behalen als u de box 3-schulden aflost. Voordat deze schulden namelijk de heffingsgrondslag van box 3 verminderen moet eerst een drempel per partner zijn overschreden. Los deze schulden dus zo veel mogelijk vóór de peildatum af.

Vraag middeling aan bij sterk wisselende inkomens

Als u een sterk wisselend belastbaar inkomen heeft in een aaneengesloten periode van drie jaren, kunt u dat inkomen middelen. Daarmee kunt u een tariefvoordeel bereiken. Het verzoek tot middeling moet u hebben ingediend binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag IB over de 3 jaren van het herrekentijdvak onherroepelijk is komen vast te staan.

Het verschil tussen de werkelijk door u betaalde belasting en de belasting na middeling wordt echter pas teruggegeven als het te ontvangen belastingbedrag hoger is dan € 545.

Ga op tijd boxhoppen

De box 3-heffing is voor veel mensen momenteel een doorn in het oog. Het verschil tussen het fictieve en werkelijke rendement, dat voor de meeste spaarrekeningen nu nihil is onredelijk volgens velen. Des te meer reden om eens na te denken bij hoge vermogens over een andere box in de IB. Let er dan wel op dat u tijdelijke vermogensverschuivingen tussen box 3 en de boxen 1 en 2 voorkomt.

Terug naar boven