Bestuursverbod na faillissementsfraude

Rechters krijgen in de toekomst meer mogelijkheden om frauderende bestuurders van bv’s en andere rechtspersonen een bestuursverbod op te leggen. Dat staat in een nieuw wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. Het gaat om een eerder aangekondigde maatregel in de strijd tegen faillissementsfraude.

4 april 2013 | Door redactie

De overheid maakt veel werk van het aanpakken van faillissementsfraude. Dat is niet voor niets, want deze vorm van fraude raakt veel bonafide ondernemingen. Uit cijfers van Opstelten blijkt bijvoorbeeld dat in 2010 ongeveer € 700 miljoen aan schulden onbetaald bleef door frauduleuze handelingen bij faillissementen.

Redenen voor een bestuursverbod

Volgens het wetsvoorstel kunnen onder meer curatoren in de toekomst bij de rechter verzoeken om een bestuursverbod van maximaal vijf jaar op te leggen bij het vermoeden van faillissementsfraude. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als bestuurders vóór het faillissement vermogen uit de bv sluizen om schuldeisers te benadelen. Ook staat in het wetsvoorstel dat bestuurders die opvallend vaak te maken krijgen met faillissementen een bestuursverbod kunnen krijgen. Op dit moment is voor een soortgelijk verbod nog een strafrechtelijke procedure noodzakelijk.

Reageren op het wetsvoorstel

Krijgt een ondernemer een bestuursverbod opgelegd, dan komt zijn naam in een openbaar register. Notarissen en de Kamer van Koophandel werken dan niet meer mee aan de oprichting en inschrijving van een nieuwe onderneming waarin die persoon als bestuurder is benoemd. Overigens staat in het wetsvoorstel ook een bepaling om te voorkomen dat ondernemers met een bestuursverbod indirect via ‘stromannen’ ondernemingen besturen. U kunt zelf op het wetsvoorstel reageren via de internetconsultatie civiel bestuursverbod