'Efficiënter faillissement' ondernemer mogelijk

Nederlandse bedrijven die in surseance van betaling belanden, hebben een relatief kleine kans om weer succesvol door te starten. Om die kans te verhogen, pleit het Centraal Planbureau (CPB) voor een aanpassing in het faillissementsrecht.

23 januari 2017 | Door redactie

Het CPB schrijft in een rapport (pdf) dat de vaderlandse economie nog een stuk flexibeler kan worden als het reorganiseren of opheffen van ondernemingen sneller en goedkoper wordt. In Nederland maakt maar 2,5% van de failliete bedrijven een doorstart na een faillissement (tool). In Amerika ligt dat op 10%, aldus het CPB. Dat moet dus een stuk beter kunnen, vinden de beleidsadviseurs. Bovendien helpt het de economie als ‘improductieve bedrijven minder lang blijven voortbestaan’.

Schuldeisers achteraan in de rij

Eén van de aanbevelingen is om de rangorde van schuldeisers te wijzigen. Nu telt het faillissementsrecht vier soorten schuldeisers. De preferente (werknemers, UWV en Belastingdienst) staan vooraan, gevolgd door bijzondere schuldeisers (financiers die een onderpand hebben), concurrente schuldeisers (financiers zonder onderpand) en tot slot de achtergestelde schuldeisers. Die laatste categorie komt pas aan de beurt als het failliete bedrijf alle schulden van de andere categorieën heeft ingelost.

Soort schuld van tevoren bepalen

Het CPB stelt een andere verdeling voor. De preferente schuldeisers blijven hetzelfde, maar daaronder komen twee soorten schuldeisers: A en B. De vorderingen van A en B worden tegelijkertijd ingelost, maar A krijgt een grotere aflossing per euro schuld. De ‘A-categorie’ staat dus meer vooraan in de rij, maar het onderscheid tussen schuldeisers met en zonder onderpand vervalt in dit voorstel.
Bovendien zouden partijen die zaken doen al van tevoren moeten bepalen in welke categorie schuldeiser zij vallen, mocht het tot een faillissement komen. Dat heeft als voordeel dat van tevoren duidelijk is waar de zakenpartner aan toe is, schrijft het CPB. Daardoor hoeven er mogelijk minder veiligheidskleppen te worden ingebouwd, in de vorm van extra renteopslagen of extra onderpanden.

Bestuur houdt de regie bij faillissement

Verder stelt het CPB voor om een zogenoemde ‘debtor-in-possession’-regeling in te voeren. Nu is het nog zo dat een ondernemer het liefst zo laat mogelijk de betalingsproblemen aan de grote klok hangt. Want anders stapt er een bewindvoerder in en is de ondernemer de regie over zijn bedrijf goeddeels kwijt.
De ondernemer moet er dus meer baat bij hebben om eerder aan de bel te trekken, aldus het CPB. Daar komt de ‘debtor-in-possession’ om de hoek kijken. Bij zo’n regeling blijft het bestuur aan het roer zitten bij de herstructurering en komt het zelf met een voorstel voor een akkoord met de curator. De rechtbank houdt toezicht op de procedure. Op deze manier krijgt de ondernemer een prikkel om eerder surseance aan te vragen, stelt het CPB, en zou de kans op een succesvolle herstructurering of doorstart groter worden.