Faillissementswet krijgt groen licht van Eerste Kamer

De Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa) is aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet zorgt ervoor dat er een gecontroleerde afwikkeling van schulden plaatsvindt als een onderneming in financiële problemen komt, waarbij de schuldeisers in een betere positie terechtkomen dan bij een faillissement.

9 oktober 2020 | Door redactie

De Whoa geldt nadrukkelijk voor ondernemingen die beschikken over bedrijfsactiviteiten die nog levensvatbaar zijn, zodat zij geherstructureerd worden voordat zij in faillissement belanden. Dankzij de Whoa kan de schuldenaar straks proberen om samen met de schuldeisers tot een akkoord te komen. Daarna wordt dit akkoord voorgelegd aan de rechter, die er vervolgens voor kan kiezen om het akkoord goed te keuren. Schuldeisers of aandeelhouders die medewerking weigeren, kunnen met de Whoa in de hand gedwongen worden om akkoord te gaan. Dat was eerder niet mogelijk. Een onderneming moet vaak noodgedwongen faillissement (toolbox) aanvragen als een schuldeiser geen medewerking verleent. Vooral nu tijdens de coronacrisis veel ondernemingen dreigen om te vallen is dit onwenselijk.

Om de Whoa was jarenlang veel te doen

Het wetstraject duurde bijna 8 jaar en de wet is door veel partijen becommentarieerd. Zo vond een aantal dat dat de positie van de mkb’er te wensen over liet in het oorspronkelijke wetsvoorstel. Sindsdien zijn veel voorgestelde amendementen en moties aangenomen, waaronder een amendement dat regelt dat kleine mkb'ers en zzp'ers altijd recht houden op een minimumpercentage van het geld dat ze nog tegoed hebben.

De Whoa helpt ondernemingen in coronatijd

Een andere oproep deden insolventiejuristen begin dit jaar: zij wezen er op dat faillissementsschade aanzienlijk kan worden beperkt als ondernemingen een dwangakkoord aan hun crediteuren kunnen aanbieden. Dan kan de onderneming door blijven draaien, behouden werknemers hun baan en kunnen verplichtingen aan afnemers en toeleveranciers in ieder geval ten dele worden nagekomen. Aandeelhouders en crediteuren worden weliswaar gekort, maar zijn niet slechter af dan bij faillissement. Dankzij de Whoa zouden kleine en (middel)grote ondernemingen die zwaar door de coronacrisis zijn getroffen kunnen herstructureren. Zelfs al zou dat slechts in beperkte mate een faillissement voorkomen, dan nog zou dat miljarden aan waardeverlies schelen en leidt dat tot baanbehoud en voortzetting van diensten, bijvoorbeeld door kleine ondernemers en zzp’ers.

Maatwerk bij het inroepen van deskundigen

Eerder wees de Commissie MKB van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants erop dat als een onderneming gebruikmaakt van de WHOA, de rechtbank een deskundige kan benoemen die specialist is passend bij de (grootte van de) omvallende onderneming. De mkb-accountant kan deze rol als deskundige op zich nemen, omdat hij over de noodzakelijke financieel-economische kennis van het mkb beschikt. Huidige partijen die op dit moment reorganisaties en herstructureringen van (grote) ondernemingen begeleiden, zijn niet altijd passend voor dezelfde werkzaamheden in het mkb. Door gebruik te maken van een onafhankelijke accountant met een passende aanvullende opleiding, kunnen de belangen van de schuldeisers, het behoud van ook de kleinere onderneming en de werkgelegenheid goed worden geborgd.