Geen ontslag voor werknemers bij voorgekookt faillissement

Werknemers hebben bij een pre-pack dezelfde rechten als bij een reguliere overname van hun organisatie. Deze belangrijke uitspraak heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ) gedaan in de Estro/Smallsteps-zaak.

23 juni 2017 | Door redactie

Na faillissement in 2014 maakte kinderopvangorganisatie Estro een doorstart. De nieuwe organisatie Smallsteps nam zo’n 2.600 werknemers over van Estro, ruim 1.000 werknemers verloren hun baan. Er was sprake van een pre-pack, ofwel een ‘voorgekookt’ faillissement. Bij een pre-pack bereidt een organisatie die in de schulden zit (en waarvoor faillissement nadert) samen met een beoogde curator een doorstart voor. Die doorstart wordt direct na faillissement uitgevoerd, waarbij de werknemers – in tegenstelling tot bij een overgang van onderneming – zomaar ontslagen kunnen worden. Het HvJ heeft zich hier nu tegen uitgesproken.

Pre-pack niet in lijn met Europese voorschriften

Het arrest van het HvJ is onderdeel van de zaak die vakbond FNV met een aantal werknemers van Estro bij Rechtbank Midden-Nederland startte tegen Smallsteps. Om een oordeel te kunnen vellen, vroeg Rechtbank Midden-Nederland het HvJ om uitleg over de toepassing van een Europese richtlijn voor overnames. Volgens het HvJ is een pre-pack faillissement waarbij werknemers hun rechten verliezen, niet in overeenstemming met de Europese regels.

Onzekerheid over toekomst van pre-packconstructie

De gevolgen van het arrest kunnen groot zijn. Momenteel ligt het wetsvoorstel Continuïteit ondernemingen I bij de Eerste Kamer, dat de pre-pack in de wet verwerkt. De behandeling van het voorstel is uitgesteld in afwachting van het Europese arrest. Nu dit arrest er is, is de vraag welke toekomst de pre-pack heeft. Een pre-pack kan voordelig voor werknemers zijn doordat vergeleken met een ‘gewoon’ faillissement meer banen behouden kunnen blijven. Vakbond FNV ziet echter ook dat de pre-pack misbruikt wordt voor het lozen van werknemers en hun arbeidsvoorwaarden.
Europese Hof van Justitie, 22 juni 2017, ECLI (verkort): 489