Hoge Raad vult faillissementsrecht aan

Zijn de goederen waarop u beslag heeft gelegd onverhoopt toch doorverkocht? Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat u uw vordering in de situatie van een faillissement mag richten tegen de derde (verkrijgende) partij. Hiermee vult de Hoge Raad het huidige faillissementsrecht aan.

19 november 2015 | Door redactie

Als u een vordering heeft op een debiteur die u maar niet wil betalen, kunt u er met een conservatoir beslag voor zorgen dat u uw centjes aan het einde van de juridische strijd ook daadwerkelijk terugziet. Een conservatoir beslag is een bewarend beslag op de vermogensbestanddelen (tool) van de debiteur. Dit heeft tot gevolg dat hij niet meer over zijn bezittingen beschikt. Mocht u aan het einde van de juridische procedure (de hoofdzaak) gelijk krijgen van de rechter, dan kunt u uw vordering incasseren. Dit doet u door de bezittingen die onder het beslag vallen te verkopen. Een toewijzing van de hoofdzaak was tot nu toe een strikte wettelijke voorwaarde. In een recent arrest heeft de Hoge Raad hier verandering in gebracht. In dit arrest heeft de Hoge Raad verduidelijkt hoe u moet handelen als de vermogensbestanddelen, ondanks een gelegd beslag, zijn doorverkocht door de debiteur.

De aandelen waren door de curator doorverkocht

In deze zaak ging het om een failliete onderneming (Yokos Oil), die op 1 augustus 2006 door de Russische rechter failliet was verklaard. Twee van haar schuldeisers (Yukos Capital en Glendale) legden beslag op enkele bezittingen. Tot dit beslag behoorden onder andere de aandelen in Yukos Finance bv, die gevestigd is in Amsterdam. Op 15 november 2007 is de faillissementsprocedure geëindigd (tool). De aandelen in Yukos Finance waren door de curator niettemin doorverkocht aan een derde partij: Promneftstroy. De curator had het beslag dus genegeerd. Yukos Capital en Glendale konden zich hierdoor niet meer verhalen op de bezittingen waarop beslag was gelegd. Bovendien zorgde het feit dat de faillissementsprocedure inmiddels was afgerond ervoor dat de twee schuldeisers Yokos Oil niet meer aansprakelijk konden stellen. Dit kwam doordat het huidige faillissementsrecht geen regel bevat die het mogelijk maakt om Promneftstroy als derde partij aansprakelijk te stellen. Een toewijzing van de hoofdzaak is immers een voorwaarde. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat het in deze situatie mogelijk is om de derde (verkrijgende) partij aansprakelijk te stellen.
Hoge Raad, 13 november 2015, ECLI (verkort): 3299