Positie concurrente mkb-schuldeisers nader onderzocht

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) schommelen uitkeringspercentages aan concurrente schuldeisers nu rond de 2%. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) liet mede daarom onderzoek doen naar de positie van concurrente mkb-schuldeisers bij een faillissement en naar eventuele verbetermogelijkheden.

27 september 2021 | Door redactie

Het doel van het onderzoek was om te analyseren welke voor- en nadelen verschillende nieuwe maatregelen zouden kunnen hebben bij een faillissement. Voor het onderzoek zijn onder andere regelingen onder de loep genomen die van kracht zijn of zijn geweest in Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een verplichting voor sommige zekerheidsgerechtigde schuldeisers om een deel van hun opbrengst af te dragen aan de faillissementsboedel;
  • inperking van de positie van de aandeelhouder; of
  • reservering van een bepaald bedrag per faillissement voor concurrente schuldeisers.

Regelingen zijn complex

Uit het onderzoeksrapport (pdf) blijkt dat de hiervoor genoemde regelingen niet steeds leiden tot grote voordelen voor de concurrente schuldeisers. Daarnaast zijn ze soms complex en kunnen ze veel extra administratieve handelingen met zich meebrengen. Ook blijkt dat sommige maatregelen kunnen leiden tot een situatie waarin concurrente schuldeisers zelfs meer ontvangen dan de preferente schuldeisers of zelfs de zekerheidsgerechtigden. Uit het onderzoek komt ook geen rechtvaardiging naar voren voor het bevoordelen van een bepaalde groep schuldeisers. In Nederland worden bij een faillissement (toolbox) schuldeisers naar rangorde uitbetaald. De rangorde van vorderingen is als volgt:

  • eerste rang: boedelvorderingen;
  • tweede rang: preferente vorderingen;
  • derde rang: concurrente vorderingen.

Of bij nieuwe maatregelen onderscheid kan worden gemaakt tussen concurrente mkb-schuldeisers en overige concurrente schuldeisers nodigt uit tot bezinning, aldus de onderzoekers van het Instituut voor Insolventierecht van de Rijksuniversiteit Groningen.