VERDIEPINGSARTIKEL

Belastingdienst als preferent schuldeiser

Als de coronasteunmaatregelen stoppen, is het de verwachting dat het aantal faillissementen flink zal gaan toenemen. De Belastingdienst staat als preferent schuldeiser als een van de eerste in de rij als een onderneming failliet wordt verklaard en hij nog wat van die onderneming te vorderen heeft. En die kans is groot als de onderneming gebruik heeft gemaakt van bijzonder uitstel van betaling. Maar er verandert binnenkort wel (tijdelijk) wat aan de voorrangspositie.


7 januari 2022 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Na het failliet verklaren van een onderneming kunnen schuldeisers hun vorderingen indienen bij de curator. Die schuldeisers worden naar rangorde uitbetaald. En die rangorde is weer afhankelijk van het soort vordering. Er bestaat onderscheid tussen boedelvorderingen, preferente vorderingen en concurrente vorderingen.
Schuldeisers met vorderingen hoog  in de rangorde hebben een grotere kans op betaling. De rangorde van vorderingen luidt als volgt:

  • eerste rang: boedelvorderingen;
  • tweede rang: preferente vorderingen;
  • derde rang: concurrente vorderingen.

Uitleg diverse vorderingen

Boedelvorderingen (rang 1) zijn schulden die zijn ontstaan na de verklaring van het faillissement. Denk hierbij aan de salariskosten van de curator, maar bijvoorbeeld ook aan huurschulden. Deze schulden worden door de wet als boedelschuld aangemerkt. Schuldeisers met boedelvorderingen krijgen altijd voorrang op alle andere schuldeisers.
Ook schuldeisers met een preferente vordering (rang 2) hebben wettelijk recht op voorrang. Preferente schuldeisers zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst en UWV, maar ook werknemers die nog loon tegoed hebben van de schuldenaar. Deze schuldeisers krijgen hun vorderingen nog voldaan voor de laatste groep schuldeisers: schuldeisers met concurrente vorderingen.

Klein gedeelte uitgekeerd

Schuldeisers met concurrente vorderingen (rang 3) hebben geen voorrang, hebben geen zekerheden en krijgen alleen betaald als er nog geld over is na betaling van de boedelvorderingen en preferente schuldeisers. Denk bij concurrente vorderingen bijvoorbeeld aan facturen van leveranciers. Hoeveel een concurrente schuldeiser nog uitbetaald krijgt, is afhankelijk van de hoogte van de vordering. In de praktijk krijgen schuldeisers met een concurrente vordering vaak maar een klein gedeelte van hun vordering uitgekeerd.

Separatisten zijn uitzondering

Separatisten vormen een uitzondering op de bovenstaande schuldeisers. Separatisten zijn schuldeisers met een pand-, hypotheek- of retentierecht, zoals banken. Vorderingen van separatisten blijven altijd in stand en staan los van een faillissement. Een separatist mag de vordering bij een faillissement direct opeisen, dus zonder tussenkomst van de curator. De curator mag de separatist nog wel vragen om daarbij een redelijke termijn te wachten.

Soepeler opstellen bij saneringsakkoord

Voor ondernemers die ondanks de coronasteunmaatregelen toch in de financiële moeilijkheden belanden heeft het demissionaire kabinet onlangs aangegeven dat de Belastingdienst zich tijdelijk soepeler zal opstellen bij een saneringsakkoord. Normaal gesproken staat de Belastingdienst namelijk als preferent schuldeiser vooraan in de rij om te worden betaald bij faillissement maar hij neemt straks genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage (nu is dit nog het dubbele percentage) als aan concurrente schuldeisers toekomt.

Deelname saneringsakkoord stuk aantrekkelijker

De staatssecretaris van Financiën verwacht dat door deze maatregel deelname aan een saneringsakkoord voor private schuldeisers een stuk aantrekkelijker wordt. Dit versoepelde beleid start op 1 augustus 2022 en loopt door tot en met 30 september 2023. Als er geen saneringsakkoord tot stand komt en de onderneming alsnog failliet gaat of in een dwanginvorderingstraject terechtkomt, heeft en houdt de Belastingdienst echter wel een preferente positie.

Aantrekkelijker om in te stemmen met akkoord

De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dit een mooi gebaar van de fiscus. Het soepele beleid maakt het voor private schuldeisers namelijk aantrekkelijker om in te stemmen met een akkoord, omdat zij relatief minder hoeven op te offeren.
Maar daarnaast vinden ze ook dat het kabinet meer kan doen voor ondernemers die met hoge (corona-)schulden zitten. Het moet volgens hen eenvoudiger worden om te stoppen met de onderneming en er moet voorkomen worden dat ze bij een faillissement ook privé alles verliezen. 

Belangen van de bv gaan voor het betalen van de belastingschulden 

Als uw bv door onbehoorlijk bestuur failliet gaat en er blijft nog een flinke belastingschuld openstaan, zal de fiscus u als bestuurder hiervoor aansprakelijk stellen. Maar u kunt niet beschuldigd worden van onbehoorlijk bestuur als u de belangen van uw bv vóór het betalen van belastingschulden laat gaan. 
Het ging hier om een rijschool die de belastingen niet kon betalen. De bv meldde tijdig de betalingsonmacht. De bv betaalde wel het nettoloon van de werknemers en andere crediteuren zoals de leasemaatschappij, brandstofleveranciers en de bank. Hierdoor kon de bv haar activiteiten blijven verrichten. De inspecteur vond dit niet terecht (fiscus was immers preferente crediteur) en stelde de eigenaar op basis van kennelijk onbehoorlijk bestuur aansprakelijk.

 

Geen redelijk denkend bestuurder

De rechter gaf aan dat er pas sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden hetzelfde gehandeld zou hebben. Een redelijk handelend bestuurder moet de belangen van alle betrokkenen bij de bv in ogenschouw nemen. De bestuurder was niet te verwijten dat hij de fiscus later betaalde dan was toegestaan, omdat hij zo de continuïteit van de bv kon waarborgen. Hiervoor was wel vereist dat hij mocht verwachten dat het toekomstperspectief van de bv rooskleuriger was. Uit bewijsmiddelen van de bestuurder bleek dit. Er was hier dus geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur (Hof Den Haag, 18 maart 2014, ECLI (verkort): 1774).

Voorrangspositie doorn in het oog

De voorrangspositie van de fiscus is ondernemersorganisatie MKB-Nederland al wel een tijdje een doorn in het oog. Kleine en middelgrote ondernemingen krijgen bij een faillissement maar een zeer klein gedeelte van hun vorderingen terug omdat zij alleen nog geld zien als de schuldeisers die eerder in de rij staan volledig zijn terugbetaald. Dat is niet alleen slecht voor het vertrouwen van ondernemers, maar ook slecht voor de Nederlandse economie als geheel. Want kleine schuldeisers die hun geld niet terugzien kunnen op hun beurt weer in financiële moeilijkheden komen. Mochten ze omvallen, dan loopt de schatkist dus ook weer belastinginkomsten mis.

Pijlen op bodemrecht

De organisatie richt haar pijlen vooral op het bodemrecht van de Belastingdienst. Dit geeft de fiscus de mogelijkheid om beslag te leggen op goederen die in gebruik zijn bij de failliete onderneming, of die nu eigendom zijn van de onderneming of niet. Dit gaat bijvoorbeeld om inventaris of machines, die zich op het moment van de beslaglegging ‘op de bodem’ van de failliete onderneming bevinden. Geen enkel ander Europees land kent zo’n bodemrecht. Maar de fiscus zal er niet erg happig op zijn om dit voorrecht op te geven.