Advies voor professioneel bestuur bij familiebedrijven

Familiebedrijven hebben vaak de gunfactor omdat ze gericht zijn op de lange termijn, maar ze hebben ook hun eigen struikelblokken. Het valt niet altijd mee om daar als directie soepel mee om te gaan. Als steun in de rug heeft belangenvereniging FBNed een pakket aanbevelingen opgesteld voor 'goed bestuur' binnen familiebedrijven.

23 december 2019 | Door redactie

Nederland heeft al de Corporate Governance Code (infographic). Beursgenoteerde ondernemingen moeten deze code toepassen, of anders in hun jaarverslag uitleggen waarom zij ervan zijn afgeweken. Maar FBNed noemt het pakket nadrukkelijk geen ‘code’, maar aanbevelingen. Want iets opleggen strookt niet met de drijfveer van familiebedrijven (infographic) ‘om in vrijheid en onafhankelijkheid te kunnen ondernemen’.

Klanten zien familiebedrijf als betrouwbaar

Bij familiebedrijven spelen specifieke delicate zaken die kunnen uitmonden in een hoop ruzie. Denk aan kinderen die denken dat ze in het familiebedrijf ‘moeten’ of daar juist buiten gehouden worden. Of werknemers van buiten de familie die het gevoel hebben dat er van alles wordt besloten op familiefeestjes zonder dat ze daar invloed op hebben.
Om familiebedrijven handvatten te geven doet FBNed 35 aanbevelingen voor goed bestuur. Die kunnen een startpunt zijn voor discussie binnen het familiebedrijf, of om vast te leggen in een familiestatuut. Het is een update van een soortgelijk document van begin deze eeuw. Er is nu een pijler toegevoegd over de maatschappelijke positie van het familiebedrijf. Daarbij hoort onder meer de aanbeveling om ‘beslotenheid en bescheidenheid’ los te laten. FBNed raadt aan om zeker te benoemen dat een onderneming een familiebedrijf is, omdat klanten dat een teken van betrouwbaarheid vinden. Ook is het advies om vooral een jaarverslag te publiceren, om zo verantwoording af te leggen.

Aanbevelingen bij opvolging binnen familiebedrijf

Verder is één van de aanbevelingen om als familie ook regelmatig te overleggen over de onderneming en de betrokkenheid van de familie. Het is verleidelijk om even aan de keukentafel of op een verjaardag knopen door te hakken, maar daardoor kunnen sommige familieleden het gevoel hebben dat ze niet genoeg geïnformeerd worden. Door regelmatig een overleg in te bouwen voorkomt de onderneming dat.
Rond de opvolging raadt FBNed aan om duidelijke criteria op te stellen om in het familiebedrijf te mogen werken, zodat familieleden weten waar ze aan toe zijn. Zo ligt het ‘voortrekken’ van familieleden minder voor de hand. Ook zou opvolging in elk geval jaarlijks op de agenda van de bestuursvergadering moeten staan.