Borgsteller vrijuit omdat toestemming partner ontbreekt

Ondernemers kunnen zich borgstellen voor een lening van hun onderneming. Maar als zo’n borgstelling buiten de ‘normale bedrijfsvoering’ valt, moet de echtgenoot van die ondernemer volgens de wet óók toestemming geven. Zo niet, dan gaat de borgstelling van tafel. Dat merkte een crowdfundplatform bij het gerechtshof in Amsterdam.

20 januari 2021 | Door redactie

Om te voorkomen dat ondernemers onverantwoorde acties uitvoeren die het hele huishouden in de financiële malaise kunnen storten, staat het ‘toestemmingsvereiste’ in de wet. Dat houdt in dat de echtgenoot moet meetekenen bij rechtshandelingen zoals de verkoop van de echtelijke woning of enorme schenkingen.

Crowdfunding aanvulling op bankkrediet

Ook als een ondernemer een borgstelling aangaat voor een lening kan het toestemmingsvereiste een rol spelen. Er geldt daarbij één uitzondering. Als de ondernemer bestuurder is van een bv of nv, diegene de meerderheid van de aandelen van de vennootschap bezit én de borgstelling valt onder de ‘normale bedrijfsuitoefening’ is er geen toestemming nodig.
Wat dan precies onder de ‘normale’ bedrijfsvoering valt, wordt geregeld voorgelegd aan de rechter. Zo ook in deze zaak, waar een ondernemer zich borg had gesteld voor een lening bij een crowdfundplatform (toolbox). De financiering diende als aanvulling op een krediet van de bank, maar de echtgenote van de ondernemer had niet meegetekend voor de lening. De onderneming ging in 2016 failliet, en het crowdfundplatform sommeerde de ondernemer om vanwege de borgstelling ruim € 55.000 op te hoesten. De ondernemer beriep zich op de uitzondering dat deze lening niet onder de normale bedrijfsvoering viel, en dat hij daarom toestemming nodig had van zijn echtgenote. Nu zij niet had getekend, was hij ook niet aansprakelijk als borg.

Hof: bijzondere kenmerken aan crowdfundlening

Het gerechtshof kwam ook tot de conclusie dat deze lening buiten de normale uitoefening van het bedrijf viel. Het hof woog daarbij mee dat de lening diverse bijzondere kenmerken had in vergelijking met regulier bankkrediet, zoals de hogere rente. Ook speelde mee dat de onderneming al enkele weken nadat het bankkrediet was opgehoogd alsnog een aanvullende lening nodig had. Slotsom was dat de echtgenote toestemming had moeten geven voor de borgstelling. Nu die toestemming er niet was, kon de ondernemer ook niet als borg aangesproken worden.
Gerechtshof Amsterdam, 15 september 2020 (publicatiedatum 7 januari 2021), ECLI (verkort): 2609