Financieringsbehoefte mkb geslonken

Bijna een vijfde van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) had van juli 2018 tot juli 2019 behoefte aan externe financiering. Een jaar daarvoor was dat nog 24%. Dit blijkt uit de tweede editie van de Financieringsmonitor die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde.

31 januari 2020 | Door redactie

De Financieringsmonitor is in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat door het CBS opgezet. De monitor bestaat uit onder andere een digitale enquête die is uitgezet onder ondernemingen met 2 tot 250 werkzame personen in de business economy. Van de ondernemingen die aangeven een financieringsbehoefte te hebben, verkent 83% de mogelijkheden, en daarvan doet twee derde een financieringsaanvraag. Van die aanvragen wordt 84% gehonoreerd. Dat is een lager percentage dan het jaar daarvoor, maar de bedragen per aanvraag liggen juist hoger.

Aanvraagbedrag externe financiering hoger

Het doorsneebedrag voor externe financiering was tussen juli 2018 en juli 2019 zo’n € 175.000. Dat wil zeggen dat de helft een lager bedrag zocht en de andere helft een hoger bedrag. Een jaar eerder was dit € 70.000 minder. De oorzaak hiervoor ligt in een  afname van de financieringsbehoefte, die het sterkst zichtbaar is bij de kleinste ondernemingen. Het gemiddelde slagingspercentage varieert tussen 81% voor de groep micro-ondernemingen (2 tot 10 werkzame personen) tot 96% voor middelgrote ondernemingen (50-250 werkzame personen). Dit is lager dan bij grote ondernemingen, waar 98% van de aanvragen ook financiering oplevert. De grootte van een onderneming is dus van invloed op het slagingspercentage voor financiering. Daarnaast moet een onderneming zijn huishoudboekje goed op orde hebben en is het hebben van een onderpand een reden voor succesvolle aanvragen.

Vrouwen vinden de weg naar externe financiering minder

Vrouwelijke ondernemers doen minder vaak een beroep op externe financiering. Zij hebben minder vaak behoefte aan externe financiering, verkennen de mogelijkheden minder vaak en doen minder vaak een aanvraag. Een genoemde reden hiervoor is  dat ze vaker dan mannelijke ondernemers verwachten de gezochte financiering niet te zullen krijgen of dat deze te duur zal zijn. Die verschillen zijn significant, ook na correctie voor verschillen in kenmerken van de onderneming, zoals branche en grootte. Het verschil in slagingskans is 37% voor vrouwen, ten opzichte van 52% voor mannen. Voor deze laatste analyse zijn twee jaargangen van de Financieringsmonitor gecombineerd en beschreven in het onderzoeksrapport (pdf).

Bijlagen bij dit bericht