Geslaagd beroep op dwaling in strijd tegen swap

Bent u in de problemen geraakt door een renteswap, terwijl u vooraf onvoldoende op de hoogte was van de risico’s, dan kunt u met een beroep op dwaling de overeenkomst ongedaan laten maken bij de rechter. Gerechtshof Amsterdam ontbond onlangs een renteswap op deze grond.

1 oktober 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een ondernemer die in 2008 een aantal winkelpanden wilde kopen om ze vervolgens te verhuren. Hij klopte voor een lening aan bij ING. Die wilde hem de lening verstrekken op voorwaarde dat hij een renteswap afnam om het risico op een stijgende rente af te dekken. Maar omdat de rente juist na verloop van tijd daalde, bleek de ondernemer door die renteswap een rente-opslag te moeten betalen. De ondernemer ging ontstemd op zoek naar een andere bank waar de rentestanden lager waren om de leningen te herfinancieren. Overstappen bleek echter alleen mogelijk als hij in privé aanvullende zekerheden stelde voor de swap ter waarde van € 1,35 miljoen.

Onvoldoende voorgelicht over risico’s

Hierop stapte de ondernemer naar de rechter en vorderde de ontbinding van de overeenkomst. Hij stelde namelijk dat hij onvoldoende was voorgelicht over de verplichtingen en de risico’s van de renteswap. Hij beriep zich op het artikel uit het Burgerlijk Wetboek dat stelt dat een overeenkomst die onder invloed van dwaling tot stand is gekomen vernietigbaar is. De rechter was het met de man eens dat ING onvoldoende voorlichting had gegeven over de risico’s en niet aan haar informatieplicht had voldaan. De ondernemer had dus terecht een beroep gedaan op dwaling.

Beroep op dwaling voor het eerst succesvol

Het is voor het eerst dat een ondernemer zich met succes op dwaling beroept in zo’n zaak. In het nieuwsartikel ‘Bank moet schade door derivaten vergoeden’ werd een bank nog veroordeeld tot een schadevergoeding omdat de ondernemer onvoldoende op de risico’s was gewezen. De grond voor de veroordeling lag hier op het schenden van de zorgplicht. Een beroep op dwaling werd in die zaak nog afgewezen. De rechter in die zaak vond het onwenselijk dat de overeenkomst dan door dwaling feitelijk niet zou hebben bestaan.
Gerechtshof Amsterdam, 15 september 2015, ECLI (verkort): 3842