Miljardenfonds voor investeringen in groei economie

De overheid tuigt de komende jaren een miljardenfonds op voor investeringen in onder meer infrastructuur, innovatie en duurzaamheid. Die investeringen moeten het 'verdienvermogen' van Nederland op langere termijn vergroten. Het kabinet wil de eerste projecten nog deze kabinetsperiode goedkeuren.

7 september 2020 | Door redactie

Het miljardenfonds staat in Den Haag ook wel bekend als het Wopke-Wiebesfonds, naar de ministers Wopke Hoekstra van Financiën en Eric Wiebes van Economische Zaken. Het fonds moet de Nederlandse economie helpen om het hoofd te bieden aan allerhande ‘uitdagingen’, zoals klimaatverandering en vergrijzing, maar ook de gevolgen van de coronacrisis.

Ondernemingen kunnen projecten aandragen

Het verdienvermogen van Nederland moet omhoog om ervoor te zorgen dat voorzieningen als onderwijs en zorg ook in de toekomst betaalbaar blijven. Daar komt bij dat de Nederlandse Staat momenteel bijzonder goedkoop kan lenen op de kapitaalmarkt. Een ideaal moment dus om een fonds te vullen voor investeringen in de toekomst. Voor de komende 5 jaar wil het kabinet € 20 miljard uittrekken voor het Nationaal Groeifonds.
Ondernemingen en kennisinstellingen kunnen projecten aandragen voor het fonds. Met zo’n project moet minimaal € 30 miljoen gemoeid zijn. Een maximum is er niet. Het moet gaan om een eenmalige investering en niet om een doorlopende overheidsbijdrage. Het Groeifonds is daarmee anders dan Invest-NL. Dat is ook een overheidsfonds, maar dat investeert in onder meer ondernemingen die op de reguliere markt geen lening kunnen krijgen. Ook heeft Invest-NL een rendementsdoelstelling, en dat heeft het Groeifonds niet. Het Groeifonds richt zich op projecten met een ‘publiek belang’ en gaat investeren op 3 terreinen:

  • Kennisontwikkeling (bijvoorbeeld ontwikkeling van kennis en vaardigheden van werknemers).
  • Research & development en innovatie (bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, robots en duurzaamheidstechnologie).
  • Infrastructuur (niet alleen bijvoorbeeld wegen maar ook infrastructuur voor energie).

Commissie van experts beoordeelt voorstellen

De ministeries van Economische Zaken en Financiën stellen een begroting op voor het fonds, waarbij zij het budget over de 3 investeringsterreinen verdelen. Het parlement moet die verdeling goedkeuren, maar het geld is dan nog niet aan een specifiek project gekoppeld. Vervolgens buigt een commissie van experts zich over de voorstellen. In die commissie zitten onder meer Peter Wennink (topman van chipmachinemaker ASML), prins Constantijn en voormalig minister Jeroen Dijsselbloem. Deze beoordelingscommissie geeft een ‘zwaarwegend en leidend’ advies over een project, zo schrijven Hoekstra en Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer (pdf). Als daarna ook het kabinet de investering goedkeurt, kan de financiering van het project van start.

Bijlagen bij dit bericht