'Onwetende' ondernemer kan renteswap vernietigen

Een ondernemer die op basis van een onjuiste voorstelling van zaken een zogeheten renteswap heeft afgesloten, mag die vernietigen. Dat antwoordt de Hoge Raad op vragen van de rechtbank in Amsterdam. Voor die vernietiging is het niet eens per se nodig dat de ondernemer is benadeeld door de renteswap.

3 juli 2019 | Door redactie

De renteswaps zijn al jarenlang een waar hoofdpijndossier in het Nederlandse mkb. Banken hebben duizenden van dergelijke rentederivaten verkocht aan ondernemers, gekoppeld aan een lening. Die swaps moesten bescherming bieden tegen een stijging van de rente op de lening. Maar toen de rente juist daalde, werden de mkb’ers geconfronteerd met flinke kosten. Banken zijn nog altijd drukdoende om gedupeerde ondernemers compensatie aan te bieden. En het klachtenloket voor de rentederivaten blijft nog het hele jaar open.

Risico’s renteswap onvoldoende in beeld

In deze zaak ging het om een onderneming die stelde dat de bank haar onvoldoende had geïnformeerd over de risico’s die aan de renteswap zaten. Zoals over de ‘additionele kosten’, de lange looptijd en dat het ‘feitelijk een inflexibel complex financieel product’ is. Als de onderneming dat allemaal had geweten, had zij de swap nooit afgesloten. Daarom vroeg zij  de rechtbank in Amsterdam om de overeenkomst te vernietigen op grond van ‘dwaling’.

Bank voldoet aan mededelingsplicht

De rechtbank vroeg vervolgens aan de Hoge Raad hoe zij daar juridisch mee om moet gaan. Eén van de vragen was wanneer de bank genoeg informatie verstrekt om dwaling te voorkomen. Daarvoor geeft de Hoge Raad een algemeen uitgangspunt: als de koper die zich redelijk inspant uit de productinformatie tijdig inzicht kan krijgen in de wezenlijke kenmerken en risico’s van het product, heeft de bank aan zijn mededelingsplicht voldaan.

Geen nadeel ondervonden, toch dwaling

Daarnaast stelde de Hoge Raad in de antwoorden vast dat een onderneming ook een beroep kan doen op dwaling als zij geen nadeel heeft gehad van de swap. Het gaat er alleen om dat de overeenkomst is gesloten op basis van een onjuiste voorstelling van zaken. En dat de onderneming de swap zonder de dwaling niet of niet onder die voorwaarden afgesloten had.

Betalingen overeenkomst terugdraaien

Staat de dwaling vast, dan kan de overeenkomst vernietigd worden (tool). De Hoge Raad stelde dat de onderneming in zo’n geval zo veel mogelijk in de positie moet komen zoals die was zónder de dwaling. Stel dat de onderneming er bij voldoende informatie voor had gekozen om het renterisico niet af te dekken, dan zouden alle betalingen teruggedraaid moeten worden. Als de ondernemer achteraf minder rigoureuze keuzes had gemaakt zou er ook minder gecompenseerd hoeven te worden. De rechtbank in Amsterdam kan op basis van de antwoorden van de Hoge Raad nu verder met de zaak.
Hoge Raad, 28 juni 2019, ECLI (verkort): 1046