Opheffing verpandingsverbod helpt ook in coronacrisis

In de Tweede Kamer is onlangs een wetsvoorstel ingediend om verpandingsverboden op te heffen. Verpandingsverboden treffen vooral ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb), omdat zij lastiger een lening kunnen krijgen bij een bank en daardoor in liquiditeitsproblemen kunnen komen. Dat is zeker niet wenselijk in tijden van de coronacrisis.

3 juni 2020 | Door redactie

Tot nu toe nemen vooral grotere opdrachtgevers verpandingsverboden regelmatig op in hun inkoopvoorwaarden. Bij een verbod kunnen leveranciers de vorderingen niet overdragen - verpanden - aan andere partijen. Opdrachtgevende ondernemingen willen zo voorkomen dat ze met onbekende debiteuren (tool) te maken krijgen. Maar dit betekent ook dat een verpandingsverbod een spaak in het wiel is van de kredietverlening. Met name mkb-ondernemingen, hebben hier last van omdat zij de facturen niet kunnen inzetten als onderpand voor het aanvragen van krediet.

Meer ruimte om te investeren

Het opheffen van verpandingsverboden moet er toe leiden dat ondernemingen meer ruimte krijgen om te investeren en innovatieve plannen te financieren. Alleen al voor het mkb zou dit kunnen leiden tot een extra kredietruimte van bijna € 1 miljard, en dit is nog maar een schatting van de Nederlandse Vereniging van Banken en de Factoring & Asset Based Financing Association Netherlands. De afschaffing van het verpandingsverbod bevordert ook nog eens de concurrentiepositie van Nederland, want in omliggende landen gelden vorderingen wel als dekking in het financieringsverkeer.

Verpandingsverbod in coronacrisis extra vervelend

Een vast onderdeel van de financiering van ondernemingen is dat het gehele actief van de onderneming in pand moet worden gegeven. Daaronder valt dan ook de verpanding van vorderingen op derden. In de algemene voorwaarden of contracten van veel ondernemingen is in de afgelopen jaren meestal een ‘standaardbepaling’ opgenomen: “Overdracht door een Partij van haar rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de Overeenkomst is slechts toegestaan na verkrijging van schriftelijke toestemming van de andere Partij.” Maar die bepaling brengt met zich mee dat verpanding onmogelijk is. In dat geval brengt dat de zekerheid van de bank en daarmee de kredietverlening in gevaar. En dat is vooral voor mkb-ondernemingen vervelend, zeker nu zij door de coronacrisis (tools) getroffen worden. Het wetsvoorstel (pdf) verruimt in elk geval de financiële positie van ondernemingen en verstevigt hun liquiditeitspositie.