Werknemer verstrekt geen bodemlozeputlening

Een werknemer zou nooit bereid zijn om aandelen te kopen in een organisatie en een lening te verstrekken aan die organisatie als hij nog geen aandelen heeft en weet dat die lening niet terugbetaald wordt. Hierdoor kan volgens Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in zo’n geval geen sprake zijn van een zogenoemde bodemlozeputlening.

8 februari 2016 | Door redactie

Bij het verkrijgen van financiering is het belangrijk dat uw organisatie zakelijke voorwaarden (tool) afspreekt. Mocht dit namelijk niet zo zijn, dan kan de Belastingdienst de lening aanmerken als het verstrekken van eigen vermogen in plaats van vreemd vermogen. In deze zaak ging het om een financieel directeur van een organisatie. De organisatie hield zich bezig met de inrichting van winkels en de verkoop van kantoormeubilair. In 2007 kreeg de organisatie een grote opdracht. Daardoor ontstond er een extra financieringsbehoefte. De financieel directeur wilde de organisatie wel helpen en kocht in 2008 5.067 aandelen van € 1 en verstrekte een lening van € 300.000.

Een zinnig denkende werknemer zou de lening niet verstrekken

De directeur ging in 2011 uit dienst en verkocht de aandelen voor € 1 en de vordering voor € 30.000. In zijn aangifte inkomstenbelasting nam hij in box 1 een afwaarderingsverlies van € 337.972 op. De inspecteur ging daar echter niet mee akkoord, omdat er volgens hem sprake was van een bodemlozeputlening (box 2). Het gerechtshof was het niet eens met de inspecteur. De directeur had namelijk nog niet eerder geld verstrekt aan de organisatie of aandelen in de organisatie gekocht. Het was volstrekt onaannemelijk dat de organisatie de lening niet zou terugbetalen. Een zinnig denkende werknemer zou ook nooit aandelen kopen en een lening verstrekken als hij wist dat het geld direct in een bodemloze put zou verdwijnen. Er was volgens het gerechtshof ook geen sprake van een deelnemerschapslening of onzakelijke lening. De afwaardering van de lening was dus terecht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 januari 2016, ECLI (verkort): 277