VERDIEPINGSARTIKEL

AFM-onderzoekt non-bancaire financiering

De mkb-ondernemer is steeds vaker aangewezen op non-bancaire financiering. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet echter dat mkb’ers hier vaak maar weinig verstand van hebben. Ook heeft niet elke ondernemer de financiële middelen om goed advies in te winnen.

De AFM verdiepte zich in de markt van non-bancaire financiering en komt tot de conclusie dat er voor kleine ondernemers risico’s aan kunnen zitten.


5 mei 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De bank is nog steeds de belangrijkste bron van financiering voor mkb-ondernemers. Toch neemt het uitstaande bedrag aan bancair krediet sinds 2012 af, terwijl de uitstaande financieringsbedragen bij verschillende non-bancaire financieringsvormen juist toenemen. Dat geldt vooral voor equipment lease en factoring.

Dit is te lezen in het recent verschenen AFM-rapport ‘Verkenning naar non-bancaire mkb-financiering: groeiende financieringsmarkt met risico’s voor kleine ondernemers’, dat geschreven is op basis van onderzoek dat eind 2020 plaatsvond.

Getroffen door coronacrisis

De coronacrisis heeft veel ondernemers getroffen. Daardoor gaan veel ondernemers juist nu op zoek naar financieringsmogelijkheden om kosten te kunnen blijven betalen of toekomstige groei te kunnen verwezenlijken.

Mede door strengere eisen bij bancaire kredietverlening zijn kleinzakelijke klanten steeds vaker aangewezen op non-bancaire financieringsverstrekkers. Zij worden daar ook steeds vaker op gewezen door hun financieel adviseur, accountant of huisbank.

Kleine ondernemers staan vaak met hun persoonlijk vermogen garant

Kleine ondernemers kwetsbaar

Kleine ondernemers, zoals zzp’ers, eenmanszaken of micro-ondernemingen (tot tien werknemers), verschillen qua kennis, ervaring en financiële positie vaak niet heel veel van consumenten. Zij staan vaak ook met hun persoonlijk vermogen garant voor hun zakelijke leningen.

Door hun beperkte ervaring met financieringsvraagstukken zijn zij ook echt afhankelijk van een intermediair bij het verkrijgen van een passende financiering. Een deel van deze groep is zeer kwetsbaar, aldus de AFM.

Gebrek aan toezicht

De Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op partijen met een bankvergunning maar niet op non-bancaire financieringspartijen. Bestuurders van non-bancaire finanieringspartijen worden dus niet standaard getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid. Het gebrek aan toezicht op de non-bancaire financieringsmarkt kan nadelig uitpakken voor de kleine ondernemer. Heeft een ondernemer een conflict met een financier, dan kan dat in de praktijk vrij snel leiden tot een rechtzaak.

De kosten van non-bancaire financiering zijn vaak hoger

Duurder kapitaal

Bij non-bancaire financiering zijn de kosten vaak hoger dan bij bancaire financiering. Dat is te verklaren doordat de toegang tot kapitaal voor deze kredietverleners duurder is dan voor banken en het risico op wanbetaling groter. Ook is er meestal sprake van minder onderpand. Kostenpercentages bij kleine kortlopende kredieten van gemiddeld 126% zijn echter excessief.

Informatie beperkt

De financier licht de kostenstructuur van non-bancaire financering ook niet altijd even duidelijk toe. Er kan daarnaast sprake zijn van gebrekkige informatie over de financieringsvoorwaarden.

De AFM constateert op basis van deskresearch dat de informatie die online te vinden is over de werking van een product niet altijd makkelijk vindbaar of begrijpelijk is. Zo is niet altijd duidelijk wat er wordt aangeboden of hoe het product werkt.

De AFM ziet dat in veel gevallen maar beperkt wordt geadviseerd

Rol van de intermediair

De intermediair speelt een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op het gebied van non-bancaire financiering. Daarbij moet de kwaliteit van het advies hoogwaardig zijn en in het belang van de mkb’er.

Er is soms echter sprake van prikkels die niet in het belang van de mkb’er werken, zoals niet-transparante provisiestromen. Dit leidt mogelijk tot dure of niet-passende producten voor de mkb’er.

AFM ziet ook dat in veel gevallen maar beperkt wordt geadviseerd. Soms is er meer sprake van bemiddeling. De intermediair redeneert daarbij vanuit één product en kijkt niet of er andere financieringsvormen interessanter kunnen zijn voor de ondernemer.

Overigens is advies niet altijd toegankelijk voor kleine ondernemer, omdat advies inwinnen niet altijd kostenefficiënt is bij kleinzakelijke financiering.

Twijfels over zelfregulering

Volgens de AFM staat het belang van de ondernemer bij aanbieders op dit moment onvoldoende centraal. Zij worden op dit moment nog onvoldoende beschermd bij het afsluiten van een non-bancaire lening. Dit wordt volgens de toezichthouder niet volledig opgelost door een goed functionerende adviesmarkt.

De AFM heeft ook twijfels bij het animo en vermogen van de sector om zelfregulering naar een voldoende hoog niveau te tillen, ondanks goede initiatieven van bijvoorbeeld de Stichting MKB Financiering.

Kijk naar andere mogelijkheden om kleine ondernemers te beschermen

Transparante markt

Betere zelfregulering en meer zelfredzaamheid van de kleine ondernemer bieden volgens de AFM vermoedelijk onvoldoende soelaas. Daarom is het wenselijk dat beleidsmakers en de sector kijken naar andere mogelijkheden om kleine ondernemers te beschermen.

De AFM noemt in het rapport als optie een maximale kredietvergoeding voor consumenten. Ook een uniforme kostenmaatstaf kan interessant zijn. Door dit laatste wordt de markt van non-bancaire financiering transparanter en kunnen aanbieders beter met elkaar worden vergeleken.

Er is wel meer onderzoek nodig om te bepalen of dergelijke maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn. De AFM is daarvoor overigens niet de aangewezen partij vanwege het ontbreken van een wettelijk mandaat. De AFM beperkt zich nu tot het delen van observaties. De toezichthouder ziet het als haar taak om trends in de financiële markt in kaart te brengen en te vertalen naar mogelijke risico’s.

Denk aan initiatieven die de kennis en vaardigheden van ondernemers versterken

Educatie kleine ondernemers

Bij het onderzoeken van stappen die de positie van kleine ondernemers kan verbeteren wijst de AFM op het belang om oog te houden voor het onderscheid tussen het vergroten van de zelfredzaamheid van kleine ondernemers en betere bescherming van kleine ondernemers.

Denk bij het vergroten van zelfredzaamheid aan initiatieven die door middel van educatie en informatie de kennis en vaardigheden van ondernemers versterken. De voordelen van dergelijke initiatieven zijn onder meer dat die geen bedreiging vormen voor de toegang tot financiering. Er zal ook weinig weerstand zijn in de markt.

Opzet en doelstelling rapport

Voor het onderzoek sprak de toezichthouder in het vierde kwartaal van 2020 onder andere met verschillende marktpartijen, brancheorganisaties en mkb-financieringsadviseurs. Ook deed de AFM aanvullend deskresearch.

De bevindingen in het AFM-rapport zijn bedoeld voor beleidsmakers, marktpartijen en andere stakeholders. De AFM hoopt dat zij daarmee aan de slag gaan. De toezichthouder hoopt met het rapport bij te dragen aan de professionalisering van de alternatieve financieringsmarkt, zodat de risico’s voor kleinzakelijke klanten worden beperkt en de toegang tot passende financiering voor hen wordt verbeterd.

Het rapport ‘Verkenning naar non-bancaire mkb-financiering: groeiende financieringsmarkt met risico’s voor kleine ondernemers’ is te vinden op de website van de AFM.