VERDIEPINGSARTIKEL

Fiscale regelingen voor de financieringsmarkt

Ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb) hebben een financieringsprobleem. Om daar een oplossing voor te vinden heeft de Stichting MKB Financiering onderzoek gedaan naar buitenlandse fiscale regelingen die van invloed zijn op de non-bancaire mkb-financieringsmarkt in die landen. Deze regelingen zijn vergeleken met het Nederlandse belastingstelsel. Uiteraard is ook bekeken of die regelingen hier mogelijk uitkomst bieden. Een uiteenzetting van de aanbevelingen.


2 oktober 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Céline Smits, Stichting MKB Financiering, e-mail: info@stichtingmkbfinanciering.nl


Hoe kan de Nederlandse mkb-financieringsmarkt via non-bancaire financiers worden gestimuleerd en welke Nederlandse of uit andere EU-landen afkomstige belastingregelingen kunnen daarvan worden overgenomen in het Nederlandse belastingstelsel?

Stichting MKB Financiering, de organisatie die als doel heeft de toegang tot non-bancaire financieringsmogelijkheden voor ondernemers te verbeteren, zocht de antwoorden op deze vragen.

Financieringsprobleem in het mkb

Er zijn veel barrières die ervoor zorgen dat de non-bancaire mkb-financieringsmarkt niet de middelen kan gebruiken die nodig zijn om het financieringsprobleem in het mkb op te lossen of te verkleinen.

Een van de grote barrières is de tweestrijd tussen banken en non-bancaire financiers. Sinds de kredietcrisis zijn banken steeds minder welwillend geworden om financieringen te verstrekken aan ondernemers.

Tegelijkertijd vormt de non-bancaire mkb-financieringsmarkt een steeds groter platform. Deze sector loopt echter tegen veel fiscale en non-fiscale barrières aan waardoor het speelveld tussen banken en non-bancaire financiers steeds ongelijker dreigt te worden.

Barrières voor non-bancaire financiering

De voornaamste barrière die naar voren kwam uit het onderzoek was de naamsbekendheid. De non-bancaire mkb-financieringsmarkt groeit namelijk pas sinds een aantal jaar en is zich nog aan het ontwikkelen.

Er is daardoor veel aanbod op de markt waardoor het lastig is voor mkb-ondernemers, -adviseurs, -accountants en de overheid om hier een goed beeld van te krijgen. Dit gaat gepaard met een gebrek aan vertrouwen in non-bancaire financiering.

Regelingen bereiken een kleine groep investeerders 

Vermogensrendementsheffing raakt investerende particulieren

De belangrijkste barrière die uit onlinebronnen naar voren is gekomen is de vermogensrendementsheffing, de heffing die in box 3 valt en die het vanaf 2022 voordeliger maakt om te sparen en nadeliger om te beleggen. Hierdoor worden met name particulieren geraakt die via crowdfunding willen investeren.

Bij de aanbevelingen is daarom geprobeerd om deze sector een extra steun in de rug te geven. Tot slot is ook gebleken dat vooral startende bedrijven, groeibedrijven en innovatieve bedrijven moeite hebben om financieringen te krijgen.

Regelingen bereiken kleine groep investeerders

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de non-fiscale regelingen geen duurzame en structurele oplossing bieden voor het mkb-financieringsprobleem. De non-fiscale regelingen en de Regeling groenprojecten, waarmee de overheid in de nieuwste ontwikkelingen in milieutechnologie en duurzame en innovatieve (bouw)projecten stimuleert, bereiken slechts een kleine groep investeerders.

Deze regelingen zijn gezien dat feit niet erg belastend voor de Nederlandse overheid, maar bereiken daardoor in de breedte niet het gewenste doel: het verbeteren en stimuleren van de mkb-financieringssector.

Geen gelijk speelveld tussen banken en financiers

Effectieve regelingen bieden verlichting

Het bovenstaande wordt ook bevestigd bij de analyse van alle binnen- en buitenlandse fiscale regelingen die wel een positieve invloed hebben op de mkb-financieringsmarkt. De effectieve regelingen zijn immers regelingen die een daadwerkelijke verlichting bieden in tegenstelling tot een garantie, subsidie of belastinguitstel.

Deze daadwerkelijke verlichting zorgt ook voor het creëren van een gelijk speelveld tussen banken en non-bancaire financiers. Om ook in Nederland een gelijk speelveld te krijgen zullen er in de volle breedte enkele cruciale veranderingen moeten plaatsvinden.

Aanbevelingen voor regelingen

Tijdens de interviews, geanalyseerde bronnen en diverse rapporten die zijn doorgenomen voor dit onderzoek werden een aantal aspecten in kaart gebracht, die bij de keuze voor de aanbevelingen belangrijk zijn:

  • een stimulering bij vervreemding en/of verlies;
  • een gelijk speelveld tussen banken en non-bancaire financiers;
  • een extra stimulering voor kleine/middelkleine investeerders;
  • een gereguleerde markt;
  • naamsbekendheid;
  • het opvangen van de gebreken in de mkb-financieringsmarkt;
  • een eenvoudige uitwerking.

Tijdens het onderzoek zijn deze aspecten allemaal meegenomen. Na het bekijken van verschillende regelingen in verschillende EU-landen volgen uit het onderzoek de volgende 2 aanbevelingen: de herinvoering van de Durfkapitaalregeling, inclusief directe en indirecte beleggingen én een toevoeging van de groeibedrijven en innovatieve bedrijven, en de invoering van de Belgische Winwinlening.

De invoering van de Belgische Winwinlening

Tante Agaath-regeling terugbrengen

De Durfkapitaalregeling, voorheen ook bekend als de Tante Agaath-regeling, heeft een brede reikwijdte, als directe en indirecte beleggingen hierin worden meegenomen. Daarnaast is dit een al eerder toegepaste regeling waar de overheid ervaring mee heeft. Een voorgestelde toevoeging aan de regeling is het toepassingsbereik daarvan uit te breiden tot groeibedrijven en innovatieve bedrijven.

De Tante Agaath-regeling stamt uit 1996. Hiermee probeerde de overheid geldleningen aan startende ondernemers te stimuleren. Door deze lening als een belegging in durfkapitaal aan te merken, konden zij onder voorwaarden profiteren van een fiscaal voordeel. In 2011 schafte het kabinet de fiscale voordelen van deze regeling af.

Invoering van de Belgische Winwinlening

De tweede aanbeveling in het onderzoek is de invoering van de Belgische Winwinlening. Met de Winwinlening kan een particulier tot € 50.000 lenen aan een Vlaamse kleine of middelgrote onderneming (kmo) gedurende een looptijd van 8 jaar.

De kredietgever krijgt hiervoor een jaarlijks belastingkrediet van 2,5% op het openstaande kapitaal van de Winwinlening. Als de kredietnemer niet kan terugbetalen, kan de kredietgever daarnaast 30% van het verschuldigde bedrag terugkrijgen via een eenmalige belastingkorting. Een onderneming kan tot een bedrag van € 200.000 Winwinleningen aangaan, met een maximum van € 50.000 per kredietgever.

Volgens de Stichting MKB Financiering is de Winwinlening een goede fiscale regeling die de gebreken in de non-bancaire mkb-financieringsmarkt in Nederland opvangt.

Met de invoering van de nieuwe belastinggronden voor box 3 in 2022 zullen vooral de non-bancaire financiers die in crowdfunding investeren worden benadeeld. Door deze groep een extra verlichting aan te bieden wordt het speelveld over de gehele financieringssector gelijkgetrokken.

Fiscale regelingen zorgen voor bekendheid

De onbekendheid van non-bancaire mkb-financiering kan worden verholpen door nieuwe fiscale regelingen in Nederland te implementeren. Accountants en adviseurs zijn dan verplicht om er kennis van te nemen. Zo neemt de bekendheid van non-bancaire financieringsvormen toe.