Bij thincapregeling is zeggenschap bepalend

Hebben aandeelhouders overheersende zeggenschap, maar zijn ze niet verbonden met de onderneming dan kunnen ze toch onderdeel uitmaken van een groep. Dit is belangrijk, omdat als uw onderneming onderdeel uitmaakt van de groep de thincapregeling van toepassing kan zijn. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad, waarbij geen sprake was van verbondenheid maar wel van overheersende zeggenschap in de onderneming.

1 december 2011 | Door redactie

Als uw onderneming deel uitmaakt van een groep – een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch met elkaar verbonden zijn – kan uw onderneming te maken krijgen met de thincapregeling. Deze regeling beperkt de renteaftrek op vreemd vermogen. De Belastingdienst beschouwt het vreemd vermogen als ‘teveel’ als het meer is dan drie keer uw eigen vermogen en het meerdere de drempel van € 500.000 te boven gaat.  

Beperking renteaftrek

In de zaak stond een bv centraal die samen met een aantal dochtervennootschappen een fiscale eenheid vormde. In 2004 zou er sprake zijn van een teveel aan vreemd vermogen, dus werd de aftrek van rente beperkt op basis van de thincapregeling. Hier was de bv het niet mee eens. Zij stelde geen onderdeel van een groep te zijn, omdat er geen geconsolideerde jaarrekening was opgesteld en omdat er geen sprake was van een organisatorische verbondenheid, wat belangrijke criteria zijn. De centrale leiding over de vennootschap lag namelijk bij een in België gevestigde niet verbonden vennootschap. Maar de aandeelhouders van de bv hadden nog wel doorslaggevende zeggenschap over de bv en eventueel haar beleid. Dit was volgens de Hoge Raad bepalend voor een groep. De thincapregeling moest daarom wel toegepast worden, wat een beperking van de renteaftrek betekende voor de bv. 
Hoge Raad, 18 november 2011, LJN: BQ2860