Buitenland buitenspel voor FE VPB

U kunt geen fiscale eenheid vennootschapsbelasting (FE VPB) aangaan met uw buitenlandse dochter. De inspecteur mag een verzoek om toepassing van het fiscale-eenheidsregime in dat geval afwijzen. Volgens de Hoge Raad is dit niet in strijd met de Europese regels.

17 januari 2011 | Door redactie

Vorming van een FE VPB kan voor uw onderneming voordelig zijn, omdat de fiscus uw ondernemingen aanmerkt als één zelfstandige onderneming. Hierdoor hoeft u maar één aangifte te doen voor alle ondernemingen tezamen, zijn transacties tussen de ondernemingen fiscaal neutraal en kunt u de winsten en verliezen van uw ondernemingen in de fiscale eenheid onderling verrekenen. De vraag in deze zaak was of deze voordelen ook open zouden moeten staan voor een FE VPB tussen een Nederlandse moedermaatschappij en een Belgische dochtermaatschappij. De inspecteur kon zich hier niet in vinden en was van mening dat de FE VPB alleen openstond voor Nederlandse ondernemingen. De Hoge Raad moest zich uiteindelijk hierover buigen.

Nederlandse wetgeving omtrent FE VPB

In de Nederlandse wetgeving is opgenomen dat in Nederland gevestigde ondernemingen een
FE VPB aan kunnen gaan. Voor buitenlandse ondernemingen staat dit systeem alleen open als die een filiaal in Nederland heeft. Is dat niet het geval dan is het niet mogelijk om een FE VPB met uw buitenlandse dochters te vormen. De Hoge Raad wilde zich hier niet over uitspreken en heeft de casus voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.

Heffingsbevoegdheden in gevaar

Het Europese Hof vond dat Nederland terecht het verzoek tot toepassing van de FE VPB had afgewezen. Zou een FE VPB over de grenzen mogelijk zijn dan zou de moedermaatschappij zelf kunnen bepalen in welk land ze de verliezen wil verrekenen. Dit is niet de bedoeling van het systeem en het zou de heffingsbevoegdheden tussen de verschillende lidstaten in gevaar kunnen brengen. De Hoge Raad ging mee met het Hof van Justitie en vond de afwijzing van de inspecteur niet in strijd met het Europese recht. Een FE VPB over de grens is dus terecht niet mogelijk.
Hoge Raad, 7 januari 2011, LJN: BN0900