De kleine lettertjes: de fiscale eenheid voor de VPB

In artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting (VPB) is opgenomen dat belastingplichtigen onder voorwaarden een fiscale eenheid voor de VPB kunnen aangaan. Wanneer is dit nu mogelijk? En wat zijn de voor- en nadelen van toepassing van dit artikel?

16 juli 2019 | Door redactie

In artikel 15 van de Wet op de VPB staat onder welke voorwaarden belastingplichtigen voor de VPB samen een fiscale eenheid aan kunnen gaan. Hiervoor moeten zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de moederonderneming moet ten minste 95% van de aandelen met stemrecht van de dochtermaatschappij bezitten;
  • alle betrokken ondernemingen moeten in Nederland zijn gevestigd;
  • de ondernemingen hebben hetzelfde boekjaar;
  • de ondernemingen zijn aan hetzelfde belastingregime onderworpen;
  • de winst van de ondernemingen wordt op dezelfde manier berekend;
  • de dochterondernemingen zijn een naamloze of besloten vennootschap (nv of bv);
  • de ondernemingen hebben een verzoek (tool) ingediend bij de Belastingdienst om een fiscale eenheid te vormen. 

Voordelen fiscale eenheid voor de VPB

Waarom zouden ondernemingen nu een fiscale eenheid aangaan? Wat zijn de voordelen van zo’n eenheid?

  • Er hoeft maar een aangifte voor de VPB te worden ingediend in plaats van dat iedere onderneming dit afzonderlijk doet.
  • De verliezen van een onderneming in de fiscale eenheid kunnen worden verrekend met de winsten van een andere onderneming uit dezelfde groep.
  • Vinden er transacties tussen de ondernemingen binnen een fiscale eenheid plaats, dan heeft dit geen fiscale consequenties. Zakelijke verrekenprijzen spelen dus geen rol.

Nadelen fiscale eenheid voor de VPB

Een fiscale eenheid voor de VPB heeft echter niet alleen maar voordelen. Sta daarom ook stil bij de nadelen!

  • Een fiscale eenheid VPB kan over een belastingjaar maar één keer de eerste schijf (19% over de eerste € 200.000, tool) van de VPB gebruiken.
  • De ondernemingen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden van een fiscale eenheid over de periode waarin zij tot die fiscale eenheid behoorden. Dit is vooral een nadeel bij een eventueel faillissement van een onderneming in de fiscale eenheid.
  • De Belastingdienst mag van een onderneming in de fiscale eenheid de te innen bedragen verrekenen met aan andere ondernemingen in de fiscale eenheid uit te betalen bedragen.
  • De Belastingdienst telt voor de investeringen alle investeringsbedragen van alle ondernemingen in de fiscale eenheid bij elkaar op. Dit kan ongunstig uitpakken voor  de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
  • In sommige gevallen kunnen liquidatieverliezen op een lager bedrag moeten worden gesteld.
  • Er kunnen beperkingen gelden voor de genoten resultaten als ondernemingen uit de fiscale eenheid treden of de fiscale eenheid verbroken wordt (tool)