Dga zorgt voor economische verwevenheid

De holding van uw bv kan onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid BTW met een werkmaatschappij, als de werkmaatschappij geen vergoeding voor de werkzaamheden van de dga van de holding betaalt en de holding zelf geen BTW-ondernemer is. Volgens Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan dit als de holding-bv zogenoemde beleidsbepalende beslissingen neemt voor de werkmaatschappij.

10 september 2015 | Door redactie

Het draaide in die zaak om een holding-bv met drie dochterondernemingen op het gebied van vastgoed. De aandelen van de holding waren in handen van een dga die verschillende werkzaamheden verrichtte voor één van de werkmaatschappijen. De holding wilde graag een fiscale eenheid vormen om de BTW terug te vragen van een auto die de dga voor de holding had gekocht. De holding was zelf echter geen ondernemer voor de BTW. Volgens de inspecteur kon er geen fiscale eenheid gevormd worden omdat er niet aan de voorwaarden zou worden voldaan. Er was namelijk wel sprake van financiële en organisatorische verwevenheid, maar niet van een economische verwevenheid.

Sturende rol maakt fiscale eenheid

De inspecteur beargumenteerde dat er geen sprake was van een economische verwevenheid omdat de holding geen vergoeding kreeg voor de werkzaamheden die de dga namens haar verrichtte voor de werk-bv. De bv wees echter op de holdingresolutie. Dit besluit bepaalt dat een holding een fiscale eenheid kan vormen met een werkmaatschappij als de holding beleidsbepalend is voor de werkmaatschappij. In de praktijk nam de dga van de holding beslissingen over de verhuur, onderhoud en vergunningen voor de werk-bv. Volgens de rechter zijn deze beleidsbepalende handelingen van wezenlijk economisch belang voor de werk-bv. Daarom was er wel degelijk sprake van economische verwevenheid en konden holding en werk-bv toch een fiscale eenheid BTW vormen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 augustus 2015, ECLI (verkort): 6335