Opvolger fiscale eenheid in de VPB minder ‘gezamenlijk’

Bij de ‘opvolger’ van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting (VPB) gaat waarschijnlijk een belangrijk uitgangspunt overboord. Namelijk dat alle ondernemingen in een concern worden belast als één belastingplichtige. Dat valt op te maken uit nieuwe antwoorden van het kabinet over de nieuwe groepsregeling in de VPB.

16 februari 2021 | Door redactie

Dat de Belastingdienst ondernemingen in een fiscale eenheid voor de VPB ziet als één belastingplichtige is nu juist één van de grootste voordelen. Ondernemingen kunnen zo onderling winsten en verliezen verrekenen. En ook bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten van de ene naar de andere bv verplaatsen zonder af te rekenen met de fiscus.

Vier opties voor opvolger fiscale eenheid VPB

Die voordelen zullen niet terugkeren in een nieuwe groepsregeling in de VPB, schrijft staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer (pdf). Dat zulke transacties binnen het concern belastingvrij zijn strookt namelijk niet met Europees recht. En dat is wel van belang, want problemen met Europees recht zijn juist de reden dat er überhaupt nagedacht wordt over een nieuwe groepsregeling in de VPB. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in 2018 beslist dat Nederland discrimineert met de regeling.
Sindsdien heeft het kabinet met een noodverband gezorgd dat de fiscale eenheid weer in lijn is met EU-recht. Maar dat heeft de regeling er bepaald niet eenvoudiger op gemaakt. Het is daarom de bedoeling dat er een ‘opvolger’ komt die strookt met EU-recht, uitvoerbaar is en bijdraagt aan een gunstig vestigingsklimaat in Nederland. Eerder zijn in een internetconsultatie vier varianten voorgelegd voor een mogelijke opvolger:

  1. De regeling voortzetten zoals die nu is, inclusief de reparatiemaatregelen.
  2. De fiscale eenheid helemaal afschaffen (zonder vervanger).
  3. De regeling vervangen door een nieuwe beperktere regeling, die er alleen voor zorgt dat ondernemingen binnen een groep winsten of verliezen kunnen verrekenen.
  4. Een nieuwe concernregeling die ook bruikbaar is voor concerns met een buitenlandse tak. Winsten binnen het concern die in een ander land belast zijn vallen dan buiten de Nederlandse belastingheffing.

Opzetten nieuwe groepsregeling VPB duurt vijf jaar

Van die vier was er volgens het kabinet alleen voor de opties 1 en 3 voldoende draagvlak. Maar de keuze is aan een nieuw kabinet. Zeker nu het kabinet demissionair is zal de verdere voortgang aan een nieuw kabinet zijn, schrijft Vijlbrief.
In de antwoorden valt tussen de regels door wel te lezen welke kant het op kán gaan met de nieuwe groepsregeling. Zo meldt Vijlbrief dat een constructie waarbij groepsmaatschappijen eerst zelf hun resultaat berekenen en pas daarna winsten en verliezen verrekend kunnen worden ‘het meest EU-rechtelijk bestendig is’. Verder vindt het kabinet het ’t meest logisch om voor de nieuwe groepsregeling aan te sluiten bij de voorwaarden van de huidige fiscale eenheid. Zo is een eis dat de moedermaatschappij een belang van minstens 95% in een dochtermaatschappij moet hebben.
Uit de antwoorden blijkt ook dat het kabinet geen fan is van het voortzetten van de huidige regeling inclusief de noodreparaties. Toch zal dat voorlopig moeten, want Vijlbrief schat in dat het zo’n vijf jaar duurt om een nieuwe groepsregeling uit te denken en in te voeren. Ondertussen blijft het huidige regime dus gelden. Waarbij wel geldt dat het kabinet nieuwe Europese jurisprudentie nauwlettend in de gaten zal houden, en waar nodig met nieuwe reparaties komt.