Thincapregeling echt niet onrechtvaardig

31 maart 2011 | Door redactie

De regeling die de aftrek van rente op vreemd vermogen moet beperken, de zogenoemde thincapregeling, voldoet aan de Europese regels. Er is geen sprake van een ongelijke behandeling van bv’s die tot een binnenlands concern behoren in vergelijking met bv’s die tot een buitenlands concern behoren. De Hoge Raad heeft dit recent bepaald.

De thincapregeling is in 2004 in de fiscale wet opgenomen en moet de aftrek van rente beperken. De fiscus zal de aftrek van rente beperken als uw bv teveel vreemd vermogen bezit. De rente op dit bovenmatige deel aan vreemd vermogen zult u dan niet in aftrek kunnen brengen. De Belastingdienst zal het vreemd vermogen als bovenmatig aanmerken als het vreemd vermogen van uw bv meer bedraagt dan drie maal het fiscale eigen vermogen plus de drempel van € 500.000. De thincapregeling zal alleen van toepassing zijn als uw bv deel uitmaakt van een groep. Wat de wetgever met een groep bedoelt is omschreven in het Burgerlijk Wetboek.

Tegengaan financieringsconstructies

In een recente zaak ging het om een bv die door de thincapregeling niet alle rente op een concernlening in aftrek mocht brengen. De bv was het hier niet mee eens en vond de thincapregeling in strijd met het EU-verdrag. De thincapregeling zou namelijk onterecht een binnenlands concern gelijk behandelen met een concern over de grens. Terwijl de regeling volgens de bv juist bedoeld was om buitenlandse financieringsconstructies tegen te gaan. Daarnaast vond de bv dat er onterecht een verschil bestond tussen de behandeling van rente betaald aan een bv en de rente betaald aan een natuurlijk persoon. In het laatste geval was de thincapregeling niet van toepassing.

Thincapregeling EU-proof

De Hoge Raad moest uiteindelijk in deze zaak beslissen. Volgens de Hoge Raad was bij de thincapregeling bewust ervoor gekozen om geen onderscheid te maken tussen binnenland en buitenland, omdat het anders in strijd zou zijn met het EU-verdrag. De wetgever had dus de keus om de regeling voor beide niet in te voeren of voor beide wel en heeft uiteindelijk voor het laatste gekozen. Daarnaast mocht de wetgever de reikwijdte van de regeling beperken tot bv’s. Het doel van de regeling was om een onevenwichtige verdeling van de financieringslasten van een concern tegen te gaan. De wetgever was in beide gevallen niet buiten zijn beleidsvrijheid gekomen en er was geen sprake geweest van schending van het EU-recht. De thincapregeling zal dus in zijn huidige vorm van toepassing blijven.
Hoge Raad, 4 februari 2011, LJN: BO2013