VERDIEPINGSARTIKEL

De nieuwe fiscale eenheid venootschapsbelasting

Bij de ‘opvolger’ van de fiscale eenheid in de VPB gaat waarschijnlijk een belangrijk uitgangspunt overboord. Namelijk dat alle ondernemingen in een concern worden belast als één belastingplichtige. Dat valt op te maken uit nieuwe antwoorden van het kabinet over de nieuwe groepsregeling in de VPB.


18 maart 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In 2018 heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat Nederland discrimineert met de fiscale eenheid voor de VPB. Concerns met een buitenlandse tak kunnen namelijk niet zo’n eenheid vormen. Nederland zou sommige voordelen van dit fiscale regime daarom ook moeten toestaan voor ondernemingen met bijvoorbeeld een dochterbedrijf over de grens.

Fiscale eenheid is één belastingplichtige

Dat de Belastingdienst ondernemingen in een fiscale eenheid voor de VPB ziet als één belastingplichtige is één van de grootste voordelen van de fiscale eenheid. Ondernemingen kunnen zo onderling winsten en verliezen verrekenen. En ook bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten van de ene naar de andere bv verplaatsen zonder af te rekenen met de fiscus.

Die voordelen zullen niet terugkeren in een nieuwe groepsregeling in de VPB, schrijft staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer. Dat zulke transacties binnen het concern belastingvrij zijn strookt namelijk niet met Europees recht. En dat is wel van belang, want problemen met Europees recht zijn juist de reden dat er überhaupt nagedacht wordt over een nieuwe groepsregeling in de VPB.

Sinds het arrest van het Hof heeft het kabinet met een noodverband gezorgd dat de fiscale eenheid weer in lijn is met EU-recht. Maar dat heeft de regeling er bepaald niet eenvoudiger op gemaakt. Het is daarom de bedoeling dat er een ‘opvolger’ komt die strookt met EU-recht, uitvoerbaar is en bijdraagt aan een gunstig vestigingsklimaat in Nederland.

Fiscale eenheid VPB kan meer ruimte bieden

Ondernemingen die op zoek zijn naar financiële ruimte in de coronacrisis kunnen kijken naar het vormen van een fiscale eenheid voor de VPB. Als de ene onderneming nog goed draait, kan die winst verrekend worden met een verlies bij een andere onderneming binnen de eenheid. Dat kan fiscaal voordeel opleveren, maar let op de constructie is niet in alle situaties voordelig!

Varianten mogelijke opvolger VPB

Eerder zijn in een internetconsultatie vier varianten voorgelegd voor een mogelijke opvolger:

  1. De regeling voortzetten zoals die nu is, inclusief de reparatiemaatregelen.
  2. De fiscale eenheid helemaal afschaffen (zonder vervanger).
  3. De regeling vervangen door een nieuwe beperktere regeling, die er alleen voor zorgt dat ondernemingen binnen een groep winsten of verliezen kunnen verrekenen.
  4. Een nieuwe concernregeling die ook bruikbaar is voor concerns met een buitenlandse tak. Winsten binnen het concern die in een ander land belast zijn vallen dan buiten de Nederlandse belastingheffing.

Van die vier was er volgens het kabinet alleen voor de opties 1 en 3 voldoende draagvlak. Maar de keuze is aan een nieuw kabinet. Zeker nu het kabinet demissionair is zal de verdere voortgang aan een nieuw kabinet zijn, schrijft Vijlbrief.

In de antwoorden valt tussen de regels door wel te lezen welke kant het op kán gaan met de nieuwe groepsregeling. Zo meldt Vijlbrief dat een constructie waarbij groepsmaatschappijen eerst zelf hun resultaat berekenen en pas daarna winsten en verliezen verrekend kunnen worden ‘het meest EU-rechtelijk bestendig is’. Verder vindt het kabinet het ’t meest logisch om voor de nieuwe groepsregeling aan te sluiten bij de voorwaarden van de huidige fiscale eenheid.

Zo is een eis dat de moedermaatschappij een belang van minstens 95% in een dochtermaatschappij moet hebben. Uit de antwoorden blijkt ook dat het kabinet geen fan is van het voortzetten van de huidige regeling inclusief de noodreparaties. Toch zal dat voorlopig moeten, want Vijlbrief schat in dat het zo’n vijf jaar duurt om een nieuwe groepsregeling uit te denken en in te voeren.

Voor- en nadelen van een fiscale eenheid voor de VPB

Waarom zouden ondernemingen nu een fiscale eenheid aangaan? Wat zijn nu nog de voordelen van zo’n eenheid?

  • Er hoeft maar een aangifte voor de VPB te worden ingediend in plaats van  iedere onderneming afzonderlijk.
  • De verliezen van een onderneming in de fiscale eenheid kunnen worden verrekend met de winsten van een andere onderneming uit dezelfde groep.
  • Vinden er transacties tussen de ondernemingen binnen een fiscale eenheid plaats, dan heeft dit geen fiscale consequenties. Zakelijke verrekenprijzen spelen dus geen rol.

Nadelen

Een fiscale eenheid voor de VPB heeft echter niet alleen maar voordelen. Sta daarom ook stil bij de nadelen!

  • Een fiscale eenheid VPB kan over een belastingjaar maar één keer de eerste lagere schijf van de VPB gebruiken.
  • De ondernemingen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schulden van een fiscale eenheid over de periode waarin zij tot die fiscale eenheid behoorden. Dit is vooral een nadeel bij een eventueel faillissement van een onderneming in de fiscale eenheid.
  • De Belastingdienst mag van een onderneming in de fiscale eenheid de te innen bedragen verrekenen met aan andere ondernemingen in de fiscale eenheid uit te betalen bedragen.
  • De Belastingdienst telt voor de investeringen alle investeringsbedragen van alle ondernemingen in de fiscale eenheid bij elkaar op. Dit kan ongunstig uitpakken voor  de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
  • In sommige gevallen kunnen liquidatieverliezen op een lager bedrag moeten worden gesteld.
  • Er kunnen beperkingen gelden voor de genoten resultaten als ondernemingen uit de fiscale eenheid treden of de fiscale eenheid verbroken wordt.

Vervangen is ingrijpende operatie

Het afschaffen van de huidige fiscale eenheid en gelijktijdig implementeren van een nieuwe groepsregeling is namelijk een omvangrijke operatie die zeer complex en ingrijpend is voor het bedrijfsleven en voor de fiscus. Vanwege de enorme complexiteit en het doorwerken van deze regeling naar de rest van de regels van de VPB is de introductie van een nieuwe concernregeling niet van de ene op de andere dag te realiseren.

Een andere moeilijkheid is dat bij het ontwerpen van een nieuwe concernregeling goed gekeken moet worden naar de EU-rechtelijke aspecten. De ontwikkelingen op dat vlak zijn elkaar namelijk de laatste jaren snel opgevolgd. Ook spelen diverse formeelrechtelijke aspecten een belangrijke rol bij de invoering.

Verder zal waarschijnlijk ook overgangsrecht nodig zijn om over te gaan van het huidige fiscale-eenheidsregime naar een nieuwe concernregeling. Zowel de Belastingdienst als het bedrijfsleven zullen hun IT-systemen moeten aanpassen. De uitvoerbaarheid is daarbij van groot belang. Ondertussen blijft dus het huidige regime dus gelden.

Voorwaarden om fiscale eenheid voor VPB aan te gaan

  • In artikel 15 van de Wet op de VPB staat onder welke voorwaarden belastingplichtigen voor de VPB samen een fiscale eenheid aan kunnen gaan. Hiervoor moeten zij aan de volgende voorwaarden voldoen:
  • de moederonderneming moet ten minste 95% van de aandelen met stemrecht van de dochtermaatschappij bezitten;
  • alle betrokken ondernemingen moeten in Nederland zijn gevestigd;
  • Ondernemingen hebben hetzelfde boekjaar;
  • de ondernemingen zijn aan hetzelfde belastingregime onderworpen;
  • de winst van de ondernemingen wordt op dezelfde manier berekend;
  • de dochterondernemingen zijn nv of bv;
  • de ondernemingen hebben een verzoek  ingediend bij de Belastingdienst om een fiscale eenheid te vormen.



Meer informatie over de aangifte vennootschapsbelasting vindt u in de toolbox Stap voor stap door de aangifte vennootschapsbelasting.