VERDIEPINGSARTIKEL

Fiscale eenheid heeft voordelen maar ook nadelen

In de BTW kunnen verschillende zelfstandige ondernemingen een fiscale eenheid vormen. Het hebben van een fiscale eenheid voor de BTW kan u flinke voordelen opleveren, zoals bij onderlinge samenwerking. Maar aan een fiscale eenheid kunnen ook vervelende nadelen kleven.


27 mei 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en drs. Michel Toet MSC, fiscalist bij de Belastingdienst, mjma.toet@belastingdienst.nl


De hoofdregel luidt dat alleen BTW-ondernemers samen een fiscale eenheid kunnen vormen. Dit betekent dat als een bv geen activiteiten tegen vergoeding verricht, deze bv geen onderdeel kan uitmaken van een fiscale eenheid BTW.

Op deze hoofdregel bestaat echter een belangrijke uitzondering. Op grond van de holdingresolutie kunnen ook niet-ondernemers deel uitmaken van een fiscale eenheid als zij aan specifieke voorwaarden voldoen.

Deze goedkeuring geldt alleen voor moeiende topholdings. Moeiende topholdings zijn holdings met een beleidsbepalende en sturende functie die daarvoor geen vergoeding in rekening brengen én dus geen BTW-ondernemer zijn.

Deelnemers moeten verweven zijn

Deelnemers moeten dus niet alleen BTW-ondernemer zijn maar moeten ook verweven zijn in de volgende 3 opzichten:

  1. financieel,
  2. organisatorisch; en
  3. economisch.

Financieel verweven

Bij bv’s en nv’s kunnen partijen relatief eenvoudig nagaan of ze financieel met elkaar zijn verweven. Als namelijk de meerderheid (meer dan 50%) van de aandelen in elk van de vennootschappen middellijk of onmiddellijk in dezelfde handen is, zijn deze vennootschappen financieel met elkaar verweven.

Het is dus meestal niet voldoende als de ene vennootschap alleen certificaten zonder stemrecht in de andere vennootschap bezit. Het moet dus gaan om ‘ volledige’ aandelen, dat wil zeggen aandelen die zowel recht geven op winst als zeggenschap bezitten.

Daarentegen is het bij stichtingen en verenigingen en andere rechtspersonen zonder een in aandelen verdeeld kapitaal, lastig na te gaan of deze rechtspersonen financieel met elkaar zijn verweven.

Voor stichtingen en verenigingen is namelijk sprake van financiële verwevenheid als de financiële positie en/of de financiële gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks afhankelijk zijn van, dan wel rechtstreeks van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam.

Organisatorisch verweven

U bent organisatorisch met elkaar verweven als onderdelen onder een gezamenlijke leiding staan. Er is ook sprake van organisatorische verwevenheid als de leiding van het ene onderdeel feitelijk ondergeschikt is aan de leiding van het andere lichaam.

Een voorbeeld van organisatorische verwevenheid is als dezelfde personen de directie vormen van de diverse vennootschappen.

Economisch verweven

Onderdelen van een fiscale eenheid kunnen op drie verschillende manieren economisch met elkaar zijn verweven. Zo zijn deelnemers met elkaar economisch verweven als de activiteiten van de vennootschappen in hoofdzaak (meer dan 50%) bestaan uit de bediening van een gemeenschappelijke klantenkring.

Maar ook als de ene vennootschap in hoofdzaak activiteiten verricht voor een andere vennootschap is sprake van economische verwevenheid. Een voorbeeld daarvan is als de activiteiten van de ene vennootschap alleen bestaan uit de verhuur van onroerende zaken tegen vergoeding aan een andere vennootschap.

Tot slot kunnen deelnemers economisch met elkaar zijn verweven als sprake is van onderling niet verwaarloosbare economische betrekkingen.

Van rechtswege een fiscale eenheid voor de BTW

Als partijen aan de voorwaarden voor de vorming van een fiscale eenheid voldoen, vindt van rechtswege vorming van een fiscale eenheid plaats. Het bestaan dan wel vormen van een fiscale eenheid voor de BTW-heffing is dus geen keuze.

Evenmin is dit afhankelijk van een door de Belastingdienst afgegeven beschikking. Het is dus niet nodig om een officieel verzoek voor vorming van een fiscale eenheid in te dienen bij de Belastingdienst. Dit in tegenstelling tot de VPB waarbij ondernemers binnen een bepaalde termijn een verzoek moeten indienen.

Een beschikking biedt wel duidelijkheid en rechtszekerheid. Recent heeft echter een rechter beslist dat een ondernemer geen vertrouwen kan ontlenen aan een beschikking fiscale eenheid. De rechter oordeelde hier dat er slechts sprake is van een fiscale eenheid als aan de voorwaarden wordt voldaan. Het is nu dus afwachten op het oordeel van onze hoogste rechter.

Niet-verwaarloosbare economische betrekkingen

Op dit moment bestaat er nog geen definitie van het begrip niet-verwaarloosbare economische betrekkingen. De hoogste rechter in Nederland heeft in een zaak waarbij een vennootschap slechts 27,2% van haar omzet behaalde bij een vennootschap waar zij een fiscale eenheid mee wilde vormen beslist dat sprake is van niet-verwaarloosbare economische betrekkingen.

Dit betekent echter niet dat dit percentage de ondergrens is. Dit moet toch echt per geval worden bekeken. Gevolg hiervan is dat dit in de praktijk tot discussie kan leiden met de Belastingdienst.

Gevolgen fiscale eenheid

Als ondernemers een fiscale eenheid voor de BTW vormen, zijn zij voor de BTW één ondernemer. Het gevolg hiervan is dat leveringen en diensten die onderdelen van de fiscale eenheid aan elkaar verrichten, buiten de heffing vallen omdat dit interne prestaties zijn.

Dit betekent dat onderdelen van de fiscale eenheid voor deze onderlinge prestaties geen BTW aan elkaar in rekening mogen brengen. Dit kan zeker voordelig zijn als onderdelen van de fiscale eenheid niet alle voorbelasting in aftrek kunnen brengen.

Pas op voor aansprakelijkheid van BTW-schulden!

Ondernemers die door middel van een beschikking zijn aangemerkt als een fiscale eenheid voor de BTW, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de eventuele BTW-schulden van diezelfde fiscale eenheid.

Fors
Dit geldt ook als zij niet aan de voorwaarden voldoen voor de vorming van een fiscale eenheid. Als een ondernemer op de beschikking staat vermeld, kan de Belastingdienst hem dus aansprakelijk stellen voor eventuele BTW-schulden.

De financiële gevolgen van hoofdelijke aansprakelijkheid kunnen zeer fors zijn. Als een fiscale eenheid die bestaat uit een houdster en werkmaatschappij de BTW niet meer kan voldoen door bijvoorbeeld faillissement van de werkmaatschappij, kan de Belastingdienst de houdstermaatschappij aansprakelijk gaan stellen voor deze niet betaalde BTW-schulden.

Personeen uitlenen

Als bijvoorbeeld de ene bv personeel uitleent aan een andere bv (inlener) die niet alle voorbelasting in aftrek kan brengen, wordt de inlener geconfronteerd met niet-aftrekbare BTW. Als echter de uitlener en inlener een fiscale eenheid vormen, leidt de uitlening van personeel niet tot een BTW-nadeel bij de inlener.

Maar ook bij ondernemingen die alle voorbelasting in aftrek kunnen brengen, kan een fiscale eenheid voordelig zijn. Als de ene ondernemer namelijk BTW in rekening moet brengen aan een andere ondernemer, moet hij deze BTW betalen aan de fiscus.

De andere ondernemer kan weliswaar de BTW in aftrek brengen, maar de teruggaaf van BTW vindt later plaats dan de betaling van BTW. Door de vorming van een fiscale eenheid wordt een cashflownadeel voorkomen.

BTW-nummers

Als de fiscus, al dan niet op verzoek van de onderdelen, een beschikking fiscale eenheid afgeeft, krijgt de fiscale eenheid een eigen BTW-nummer. De onderdelen van de fiscale eenheid blijven echter hun eigen oorspronkelijke BTW-nummers behouden.

De onderdelen van de fiscale eenheid moeten deze BTW-nummers gebruiken bij de leveringen en diensten die zij verrichten en moeten deze vermelden op hun facturen. Het is dus niet toegestaan dat onderdelen van de fiscale eenheid op hun facturen het BTW-nummer van de fiscale eenheid vermelden.

Aangifte BTW

De hoofdregel is dat de fiscale eenheid één aangifte in moet dienen. Op verzoek kan echter elk onderdeel aangiften BTW indienen. Een onderdeel kan bestaan uit één of meerdere vennootschappen.

Dit betekent dat bijvoorbeeld voor een fiscale eenheid die bestaat uit tien vennootschappen u ervoor kunt kiezen om twee aangiften BTW in te dienen: één aangifte voor het onderdeel dat bestaat uit vier vennootschappen en één aangifte voor het onderdeel dat bestaat uit zes vennootschappen.

Als onderdelen van de fiscale eenheid ervoor kiezen om afzonderlijk aangifte te doen, krijgen zij een subnummer gebaseerd op het BTW-nummer van de fiscale eenheid. De fiscale eenheid krijgt dan een BTW-nummer eindigend op B01, en de onderdelen krijgen een nummer eindigend op B02 en B03 enzovoort.

Onderdelen moeten dan aangiften indienen onder deze subnummers. Houd er rekening mee dat onderdelen die hun eigen BTW-aangiften indienen, wel een eigen ‘Opgaaf Intracommunautaire prestaties’ moeten indienen!