FBNed wil STAK buiten UBO-register houden

Belangenvereniging Familiebedrijven Nederland (FBNed) wil dat stichtingen administratiekantoren (STAK) buiten het UBO-register wordt gehouden. Op deze manier moet de privacy van de belanghebbenden achter familiebedrijven gewaarborgd blijven. Die privacy is in het geding door het instellen van het UBO-register.

19 mei 2016 | Door redactie

In een notitie schrijft FBNed dat de Europese richtlijn die het inrichten van een UBO-register voorschrijft, wel degelijk ruimte biedt om een STAK buiten het UBO-register te houden. De belangenvereniging wijst erop dat de richtlijn mogelijkheden biedt voor ‘trusts en soortgelijke constructies’ om in het niet-openbare deel van het register opgenomen te worden. Volgens FBNed zou een STAK hieronder geschaard kunnen worden. Vergelijkbare constructies in het Verenigd Koninkrijk vallen hierdoor buiten het bereik van het UBO-register, waarmee de privacy van de aandeelhouders van familiebedrijven beter beschermd is.

Aandeelhouders niet beschermd

FBNed trok eerder al aan de bel over de gevaren van het UBO-register, dat uiterlijk op 27 juni 2017 geïmplementeerd moet zijn. Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie liet echter weten dat de toegang tot het UBO-register niet kan worden beperkt. FBNed noemt dit onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Ze roept de minister daarom op om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een meer besloten UBO-register.

Privégegevens op te vragen

In het UBO-register moeten persoonsgegevens van de uiteindelijk belanghebbenden (ultimate beneficiairy owner, UBO) achter een onderneming geregistreerd staan. De instelling van het UBO-register vloeit voort uit de Anti Money Laundering Directive (AMLD4) van de Europese Unie. De richtlijn moet voorkomen dat personen zich achter allerlei juridische constructies kunnen verbergen. Personen die direct of indirect 25% van de aandelen in een vennootschap hebben, moeten in het UBO-register vermeld worden. De gegevens in het UBO-register zijn toegankelijk voor opsporingsinstanties maar ook voor iedereen die een zogenoemd legitiem belang kan aantonen. Dit kan bijvoorbeeld een onderzoeksjournalist zijn.