Boete vanwege psychische schade door demotie

Loopt een werknemer psychische schade op doordat zijn werkgever slecht werkgeverschap heeft vertoond, dan kan een rechter de organisatie hiervoor aansprakelijk stellen. Dit blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

7 mei 2015 | Door redactie

In de zaak ging het om een werknemer die al tien jaar als chef werkzaam was. Er vond een grote diefstal plaats binnen de organisatie en daarop kreeg de werknemer demotie tot een functie waarbij hij goederen moest schoonmaken. De werknemer meldde zich vervolgens ziek en bij de bedrijfsarts bleek dat hij psychische schade had. Niet veel later zou de werknemer de werkgever via de telefoon hebben bedreigd, waarop de werkgever besloot om de voormalige chef op staande voet te ontslaan.

Werknemer eindigt 100% arbeidsongeschikt in de WIA

Het ontslag op staande voet bleek echter niet terecht te zijn gegeven: er was geen sprake van bedreiging. Daarbovenop had de werknemer onterecht demotie gekregen: hij had niets te maken gehad met de diefstal. De werkgever moest de werknemer dus in dienst houden en alsnog aan de slag met zijn re-integratie. Toen het re-integratietraject niets uithaalde, eindigde de werknemer 100% arbeidsongeschikt met een WIA-uitkering. Toen kwam de zaak opnieuw bij de rechtbank, want de werknemer eiste een schadevergoeding.

Werkgever moet flink betalen voor psychisch letsel

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever zich als goed werkgever moest gedragen. Dat betekende dat hij zorgvuldig beslissingen moest nemen om zo de inzetbaarheid van zijn werknemers te garanderen. Daarvan was in dit geval geen sprake. Aan de demotie en het onterechte ontslag op staande voet hield de werknemer ernstige psychische klachten over. Daarbij had de werkgever onvoldoende aandacht besteed aan de re-integratie.
De rechter besloot dat de werkgever € 5.000 aan de werknemer moest betalen voor immateriële schade en een nog te bepalen inkomensvergoeding voor een periode van vier jaar.
Rechtbank Midden-Nederland, 21 januari 2015, ECLI (verkort): 552