Rol OR bij nieuw functiewaarderingssysteem

Voordat de werkgever een nieuw functiewaarderingssysteem kan invoeren, moet er onderzoek komen naar de functies in de organisatie. De meeste organisaties besteden dit uit aan een bureau. Een betrouwbaar en objectief functiewaarderingssysteem opzetten, vraagt immers om expertise. Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR) is van toepassing bij het invoeren, wijzigen of afschaffen van een functiewaarderingssysteem.

7 augustus 2019 | Door redactie

Een gedegen functiewaardering is van groot belang voor de werknemers. Het moet namelijk leiden tot gelijke beloning, maar daarvoor mag er geen (onbewuste) discriminatie zitten in de basis. Het is dus belangrijk voor de OR om extra oplettend te zijn bij het opstellen van het functiewaarderingssysteem. Er zijn functies die weinig of juist veel eisen stellen aan de kennis, het verantwoordelijkheidsgevoel of de communicatieve vaardigheden van een werknemer. Om de beloning op een eerlijke manier vast te stellen, worden functies meestal gerangschikt naar zwaarte in een zogenoemd functiewaarderingssysteem. Aan de basis hiervan staat de functieomschrijving. Deze mag echter niet persoonsgebonden zijn. Hoe een werknemer invulling geeft aan zijn functie, komt immers aan bod in de functionerings- en beoordelingscyclus.

Instemmingsrecht OR en draagvlak creëren

De OR heeft instemmingsrecht op het beoordelings- en beloningssysteem van de organisatie (artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)). Daarnaast kan de OR altijd gebruikmaken van het initiatiefrecht om zelf voorstellen tot verbeteringen te doen (artikel 23 WOR). Vanwege het instemmingsrecht moet de werkgever de OR informeren over de doelstellingen, aard, inhoud, werking en procedures van het (nieuwe) functiewaarderingssysteem. Ook zal de invoering of wijziging van het systeem eenvoudiger gaan als er meer draagvlak voor is. Daarom is het dus extra belangrijk om met de directie, de directe leidinggevende(n), de OR en de HR-afdeling om tafel te gaan. Werknemers kunnen bovendien via een beroepsprocedure in beroep gaan tegen de functiewaardering of de manier waarop dit systeem is ingevoerd.

Keuze voor een functiewaarderingssysteem

De randvoorwaarden voor de keuze van een functiewaarderingssysteem (tool) zijn dat het betrouwbaar, flexibel, begrijpelijk en acceptabel moet zijn. Ook mag het geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen, fulltimers en parttimers of hoge en lage functies. De meeste functiewaarderingssystemen zijn gebaseerd op één van de volgende basisvormen of een combinatie hiervan:

  • punten toekennen aan verschillende kenmerken of ‘gezichtspunten’ van functies (puntenmethode);
  • functies rangschikken (functierangschikking);
  • functies op een bepaald functieniveau in vastgestelde groepen of klassen indelen (functieclassificatie);
  • functies met referentiefuncties vergelijken;
  • functies paarsgewijs vergelijken.

Drie bekende en veelgebruikte methoden zijn die van Hay, ORBA en CATS. Dit zijn alle drie puntensystemen die werken met referentiefuncties. Vaak wordt het toepassen hiervan voorgeschreven door de cao. Is dit het geval, dan komt het instemmingsrecht van de OR op de keuze van het functiewaarderingssysteem te vervallen. Andersom kan de cao de werkgever ook juist verplichten om de OR uitvoerig bij het invoeren of wijzigen van een functiewaarderingssysteem te betrekken.

Bijlagen bij dit bericht

Competentiemanagement
E-learning | VideoCollege 14 minuten
Functieprofiel ontwerpen en gebruiken
E-learning | VideoCollege 30 minuten