Geboorteverlof kan voor lage-inkomensvoordeel zorgen

7 september 2018 | Door redactie

Aanvullend geboorteverlof kan gevolgen hebben voor het recht op lage-inkomensvoordeel (LIV). In een nota over het voorstel voor de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitleg gegeven.

De WIEG regelt per 1 januari 2019 een geboorteverlof en per 1 juli 2020 een aanvullend geboorteverlof voor werknemers van wie de partner bevalt. Momenteel is het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer. In een recente nota heeft minister Koolmees vragen van de Tweede Kamer over de WIEG beantwoord. De bewindsman beaamt dat door het opnemen van aanvullend geboorteverlof – waarbij de werknemer een uitkering van UWV van 70% van het dagloon ontvangt – het gemiddelde uurloon van de werknemer over het kalenderjaar kan wijzigen. Als het loon op of vlak boven het niveau van het wettelijk minimumloon ligt, kan een werknemer onder de ondergrens van het LIV uitkomen. Het recht op LIV vervalt dan.

Minder loonkosten tijdens aanvullend geboorteverlof

De minister stipt aan dat de werkgever aan de andere kant geen loon hoeft te betalen (of ter compensatie een uitkering van UWV ontvangt) tijdens het aanvullend geboorteverlof. Dat scheelt in de kosten. Bovendien kan het aanvullend geboorteverlof ook juist voor een recht op het LIV (tool) zorgen. Dit is mogelijk als een werknemer iets meer verdient dan de bovengrens van het LIV en door het verminderde loon tijdens het geboorteverlof binnen de doelgroep van het LIV komt te vallen.

Hoog inkomen = veel verlies bij aanvullend geboorteverlof

Een werknemer ontvangt tijdens het aanvullend geboorteverlof een uitkering van 70% van zijn dagloon, tot 70% van het maximumdagloon (het maximummaandloon is nu € 4.598,28). Personeel met een hoog inkomen gaat er tijdens het verlof harder op achteruit dan werknemers die wat minder verdienen. De minister geeft aan dat een werknemer die twee keer modaal verdient (€ 5.401 per maand) tijdens het aanvullend geboorteverlof een vergoeding krijgt van € 3.219 (70% van het maximummaandloon). Deze werknemer krijgt dus afgerond maar 60% van zijn loon. Ook voor personeel dat juist weinig verdient, kunnen de regels extra nadelig zijn doordat zij tijdelijk minder dan het minimumloon zullen ontvangen.
Werknemers hebben daarom de optie het aanvullend geboorteverlof verspreid over zes maanden op te nemen. De inkomstenterugval wordt dan ook verspreid. Het kabinet biedt geen aanvulling voor werknemers die tijdens het aanvullend geboorteverlof onder het sociaal minimum komen.

Voortgang

Voorbereiding
Raad van State
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Bekendmaking