Laag gebruikelijk loon niet overtuigend bewezen

Een lager gebruikelijk loon is mogelijk, maar dan moet u dit wel goed kunnen onderbouwen. Een dga ontving namelijk een naheffingsaanslag, omdat hij zichzelf een te laag loon had toebedeeld en voor de rechter niet aannemelijk kon maken dat dit terecht was.

9 januari 2013 | Door redactie

In 2013 moet u uzelf als directeur-grootaandeelhouder een gebruikelijk loon toekennen van minstens € 43.000. Hier mag u alleen van afwijken na overeenstemming met de inspecteur. U moet dan aantonen dat een lager loon gebruikelijk is voor uw werkzaamheden. Soms kan blijken dat een hoger loon juist aannemelijk is, omdat een werknemer van uw bv bijvoorbeeld ook een hoger loon ontvangt. Dit gold ook voor de hierboven genoemde dga, eigenaar van een fysiotherapiepraktijk, die in beroep ging tegen een naheffingsaanslag. Zijn gebruikelijk loon bedroeg in 2002 € 34.877, terwijl de meestverdienende werknemer in hetzelfde jaar een loon van € 73.330 had gekregen. De inspecteur stelde het gebruikelijk loon daarom gelijk met dit hogere loon. 

Jaarlijkse stijging van het loon

De dga was het hier niet mee eens. Hij voerde als argumenten aan dat hij veel tijd in het buitenland doorbracht en slechts parttime werkte. Hij kon zowel de rechtbank als het gerechtshof in Den Haag echter niet overtuigen. Zo was het onduidelijk hoeveel uur de dga nu precies werkte ten opzichte van de andere werknemers. Daarnaast kon uit het creditcardgebruik van de dga niet worden opgemaakt dat hij ruim vier maanden in het buitenland was geweest. Bovendien stelde de rechter dat de praktijk van dusdanige grootte was dat de dga veel bestuurlijke uren moest maken. De dga beweerde ook dat hij fysiek niet langer in staat was op hetzelfde niveau als zijn meestverdienende werknemer werkzaam te zijn, maar het feit dat zijn loon jaarlijks was gestegen, toonde juist het tegendeel aan. De rechter concludeerde daarom dat de inspecteur terecht had gehandeld.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 29 augustus 2012, LJN: BY7911