Lager gebruikelijk loon voor 'eenvoudig werk'

Directeuren-grootaandeelhouders (dga's) proberen regelmatig rechters er van te overtuigen dat zij terecht een lager 'gebruikelijk loon' krijgen dan het standaardbedrag. Dat valt lang niet altijd mee. Maar bij een dga die beperkt en 'eenvoudig werk' doet kan het lukken, blijkt uit een recent gepubliceerde uitspraak.

19 juni 2019 | Door redactie

In deze zaak ging het om een dga die via een bv alle aandelen hield in een onderneming in buffetverwarmers en tafellampen. De man werkte in 2016 en 2017 ook voor deze onderneming, maar kreeg daar geen loon voor. De inspecteur ging daar niet mee akkoord en legde een naheffingsaanslag voor de loonheffingen op van bijna € 20.000.

Kijken naar ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’

Voor die naheffing rekende de inspecteur met het standaardbedrag voor het gebruikelijk loon van een dga. De wet schrijft namelijk voor dat een dga een loon moet krijgen dat gebruikelijk is voor zijn werkzaamheden. ‘Gebruikelijk’ is het loon dat een werknemer in de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’ ook verdient. Maar er is ook een standaardbedrag: de dga moet ten minste € 45.000 (bedrag 2019) per jaar verdienen. 

Aantonen dat loon lager mag zijn

Een bv mag onder dit bedrag gaan zitten (tool), maar zal dan dus aan moeten tonen dat dit lagere loon gebruikelijk is. Daarover wordt geregeld gesteggeld in de rechtszaal. En uit die zaken blijkt dat het niet meevalt om een lager loon aan te tonen. Deeltijdwerk bijvoorbeeld leidt niet automatisch tot een lager gebruikelijk loon, vindt de fiscus.

Inspecteur berekent salaris dga naar rato

In deze zaak vond de dga dat het loon op ‘nihil’ gesteld moest worden. De inspecteur kwam echter tot een ander sommetje: voor een half jaar werk in 2016 ook 50% van het standaard gebruikelijk loon over dat jaar (ofwel: € 44.000 x 0,5 = € 22.000). En voor driekwart jaar werk in 2017 ook 75% van het standaardbedrag: € 45.000 x 0,75 = € 33.750. Een gebruikelijk loon van in totaal € 55.750 dus. De som van de inspecteur vond de rechtbank te gortig. Maar ‘nihil’ was ook niet van toepassing. Want de dga had wel degelijk werk verricht, dus moest daar ook een loon tegenover staan.

Rechtbank stelt zelf gebruikelijk loon vast

De rechtbank stelde vast dat het werk dat de dga in deze twee jaar had verzet ‘beperkt in omvang en eenvoudig van aard’ was. Hij had in 2016 een container met goederen in China besteld die in 2017 was geleverd. Ook leed de onderneming verlies en was het eigen vermogen negatief. Alles afwegend stelde de rechtbank het gebruikelijk loon voor deze werkzaamheden op € 1.500 per maand. Zo kwam de rechtbank op een loon van € 22.500 over de twee jaren. De naheffingsaanslag ging dus flink omlaag.
Rechtbank Gelderland, 1 april 2019 (publicatiedatum 13 juni 2019), ECLI (verkort): 1403