Pas afroommethode als loon ongebruikelijk is

Werkt u als dga voor uw bv, dan moet u voldoen aan de regels voor het gebruikelijk loon. Voor het beoordelen van de hoogte van het gebruikelijk loon gebruikt de Belastingdienst vaak de afroommethode. Rechtbank Den Haag heeft echter recent aangegeven dat de fiscus deze methode niet zomaar mag toepassen.

30 januari 2014 | Door redactie

De inspecteur mag de afroommethode toepassen als de opbrengsten van de bv nagenoeg geheel het gevolg zijn van de werkzaamheden van de directeur-grootaandeelhouder (dga). In deze zaak hield de bv zich bezig met communicatiemanagement. De dga was de enige werknemer van de bv. In 2012 had de Belastingdienst een boekenonderzoek ingesteld naar de aangiften loonheffingen over 2007 tot en met 2011. De inspecteur corrigeerde de aangifte over 2007, 2009 en 2010, omdat hij vond dat het gebruikelijk loon op basis van de afroommethode hoger moest zijn. De bv vond deze correctie niet terecht, omdat het loon niet veel afweek van het loon bij soortgelijke dienstbetrekkingen. Daar had de inspecteur onterecht niet naar gekeken.

Onderzoek loon bij soortgelijke dienstbetrekkingen

De rechtbank vond dat de inspecteur de afroommethode mocht toepassen, maar dan moest hij wel eerst bewijzen dat het loon in belangrijke mate afweek van het loon dat in het economische verkeer gebruikelijk was. De inspecteur had daar echter geen onderzoek naar gedaan en kon deze bewijzen dus niet leveren. Het loon voor een soortgelijke dienstbetrekking lag volgens de dga tussen de € 30.000 en € 69.000 per jaar. Het toegekende loon week daar niet in belangrijke mate van af. Een correctie van het loon was dus niet op zijn plek. De inspecteur kwam daardoor helemaal niet toe aan de afroommethode. De naheffingsaanslagen waren dus niet terecht.
In het februarinummer van Fiscaal Rendement kunt u meer lezen over het toepassen van de afroommethode.  
Rechtbank Den Haag, 9 januari 2014, ECLI (verkort): 241