Voor dga met onkostenvergoeding geldt gebruikelijk loon

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die alleen een onkostenvergoeding ontvangt moet volgens de rechter toch rekening houden met de gebruikelijkloonregeling. Door het aanmerkelijk belang is er sprake van een dienstbetrekking.

9 januari 2020 | Door redactie

De regeling voor het gebruikelijk loon geldt voor alle houders van een aanmerkelijk belang in een vennootschap die ook werk doen voor diezelfde onderneming. Zij moeten een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor hun werkzaamheden. Om te zien wat gebruikelijk is, kijkt de Belastingdienst naar het salaris van een werknemer in de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’. Dat is dus iemand in een functie die lijkt op het werk van de dga, maar zonder dat er sprake is van een aanmerkelijk belang. Een dga mag zichzelf wel een lager loon geven dan het minimumbedrag van € 46.000 (2020), maar dan moet hij wel aannemelijk kunnen maken dat dit lagere loon gebruikelijk is. 

Geen loon ontvangen voor werkzaamheden

In de betreffende zaak ging het om een vrouw die meer dan 5% van de aandelen van een bv in bezit had. Voor deze bv verrichtte zij ook werkzaamheden. Hiervoor ontving zij geen geld, wel een onkostenvergoeding van € 1.830. De Belastingdienst verhoogde het inkomen met € 27.500 omdat hij vond dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing was. De vrouw was het hier niet mee eens. Zij gaf aan dat haar werkzaamheden maar minimaal waren en omdat ze geen loon ontving kon er volgens haar ook geen sprake zijn van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

Door aanmerkelijk belang dienstbetrekking

Het hof was het niet eens met de vrouw. Omdat ze een aanmerkelijk belang in de bv had was er sowieso sprake van een forfaitaire dienstbetrekking. Hierdoor was de gebruikelijkloonregeling van toepassing. Daarbij maakte het niet uit dat ze heel weinig werkzaamheden voor de bv deed. Ze kon ook niet aannemelijk maken dat onder normale omstandigheden een lager bedrag dan € 27.500 gebruikelijk was en de bv leed ook geen verliezen waardoor wellicht een lager gebruikelijk loon gerechtvaardigd was. De inspecteur mocht dus het gebruikelijk loon op € 27.500 stellen.
Gerechtshof Amsterdam 19 september 2019 (gepubliceerd 1 januari 2020), ECLI (verkort): 4622

Bijlagen bij dit bericht