Hoe komen we tot eensgezindheid over instelling van gemeenschappelijke OR?

Publicatiedatum 22 juli 2019

De werkgever wil de in onze vestiging bestaande OR omzetten in een gemeenschappelijke OR voor alle vijf de vestigingen. De meerderheid van de OR is daar voor in, maar sommige leden voelen er niets voor omdat zij alleen voor onze vestiging lid zijn. Hoe doorbreken we dit?

U gaat te snel. Eerst moet er in goed overleg een keuze worden gemaakt voor de beste structuur. Daarna gaat u kijken naar de invoering. Die is doorgaans pas mogelijk na de lopende zittingstermijn. Daarmee vervalt het bezwaar van de minderheid in uw OR. Overigens is het zo dat geen van de OR-leden een mandaat heeft om alle vestigingen te vertegenwoordigen. Daar zijn ze niet voor gekozen!

Afstand tot de werkvloer

Waarom is er in de andere vestigingen geen OR actief? Misschien hebben die in de regel minder dan vijftig werknemers en is de werkgever niet bereid onverplicht ondernemingsraden in te stellen. Dan is één gemeenschappelijke OR aantrekkelijk, wat zelfs wettelijk verplicht kan zijn. Alle reden om daar serieus naar te kijken. Het voor de hand liggende nadeel is dat de afstand van die OR tot de werkvloer wel groter wordt dan hij nu in uw vestiging is. Dat is op te lossen met een OR-commissie per vestiging. Maar ook dan is het moeilijker om kandidaten te vinden voor een gemeenschappelijke OR dan voor een eigen OR. Daar staat tegenover dat u met één OR voor allen minder kandidaten nodig heeft. Stel dat uw vestiging zeventig werknemers telt en de overige gemiddeld 35. Dan zijn er in totaal 210 werknemers in dienst. Dat betekent voor een gemeenschappelijke OR negen leden (artikel 6 WOR) en bij één OR per vestiging één keer vijf OR-leden en vier keer drie OR-leden. Dat zijn in totaal zeventien OR-leden die moeten worden doorbetaald tijdens het OR-werk en OR-scholing. Eén OR is dus goedkoper.

Planning

Als het meewerken aan een gemeenschappelijke OR de enige manier blijkt waarop de werknemers in de andere vestigingen medezeggenschap kunnen krijgen, is het zaak dat voor te bereiden door een voorlopig reglement op te stellen. Pas dan kunnen er verkiezingen worden gehouden en kan de gemeenschappelijke OR een feit worden. Dit traject duurt ten minste zes maanden. Het is het gemakkelijkst als het aantreden van de nieuwe OR samenvalt met het aflopen van uw zittingstermijn. Er kunnen dan kandidaten worden geworven voor het geheel. De OR van uw vestiging stopt zodra de nieuwe OR een feit is.

Opstappen OR-leden

De bestaande OR kan dus pas worden opgeheven aan het eind van de zittingsperiode. Als u dat wilt vervroegen, kan dat alleen als alle zittende leden tegelijk opstappen. Elk lid moet dat zelf besluiten; dat is niet af te dwingen. Blijven één of twee leden zitten, dan blijft de OR in functie en kan er geen OR worden opgericht voor de vijf vestigingen.

Wat zegt de wet over het instellen van een gemeenschappelijke OR?

In artikel 3 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat de verplichting tot het instellen van een gemeenschappelijke OR bij meerdere vestigingen van dezelfde ondernemer als dat bevorderlijk is voor de toepassing van deze wet. Dat doet zich onder meer voor als vestigingen te klein zijn om zelf een OR in te moeten stellen. Maar er kunnen ook andere redenen voor zijn, zoals gemeenschappelijke leiding of sterk samenhangende werkzaamheden. Een andere mogelijkheid die ook bevorderlijk is voor de toepassing van de WOR is de instelling van een centrale of groeps-OR voor alle, respectievelijk een deel van de vestigingen (artikel 33 WOR). Er moet dan sprake zijn van ten minste twee ondernemingsraden. Dat zou kunnen door voor de vier overige vestigingen een groeps-OR in te stellen naast de voortbestaande ondernemingsraad van uw vestiging en daarboven een centrale OR.