VERDIEPINGSARTIKEL

De risico’s van gevaarlijke stoffen beoordelen

ijm, verf, inkt, schoonmaakproducten: het zijn gevaarlijke stoffen. Bedrijven gebruiken allerlei chemische producten. Veel werkgevers en werknemers beseffen de gevaren niet. Zelfs op het eerste gezicht ‘natuurlijke’ stoffen kunnen gevaarlijk zijn. De arbo-adviseur moet die risico’s beoordelen. Hoe doet u dat?


12 april 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Gevaarlijke stoffen kunnen verschillende vormen aannemen: vast, vloeibaar of damp. Ermee werken kan allerlei soorten schade geven, van hoesten via huidirritatie tot kanker. De effecten kunnen zowel acuut zijn als op de lange termijn optreden. Het is ingewikkelde problematiek.

Stoffen die op het eerste gezicht goedaardig zijn, kunnen zwaar giftig zijn als ze gemengd worden. Stoffen die onschuldig lijken, kunnen door langdurige blootstelling of door contact met grote hoeveelheden alsnog schadelijk zijn. Slechts een op de zes werknemers meldt zelf vaak of altijd dat hij in aanraking is met gevaarlijke stoffen tijdens het werk. Vanwege onbekendheid met de gevaren kan de werkelijkheid echter nog ongunstiger zijn.

Kunnen werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen? Dan is in de RI&E (tool) een beoordeling verplicht, om te kunnen bepalen of en wat voor gevaar de werknemers lopen. Dit staat in artikel 4.2 van het Arbobesluit. Inspectie SZW en anderen hebben tools die helpen bij het beheersen van risico’s. Vaak gaat het om vier stappen:

  1. inventariseren wat er aanwezig is;
  2. beoordelen wat het risico precies is;
  3. maatregelen, zoals gebruik van veiliger alternatieve stoffen;
  4. borgen dat ieder de maatregelen naleeft.

Dit artikel behandelt de eerste twee stappen.

Het onderkennen van risico (tool) is het moeilijkst. De algemene tools helpen niet genoeg bij specifiek werk. Als uw werkgever gevaarlijke stoffen inkoopt, moet de leverancier een zogeheten VIB meeleveren, het Veiligheidsinformatieblad. Ook de verpakking geeft vaak nuttige informatie en aanknopingspunten om gericht te kunnen zoeken op internet. Vraag altijd naar een VIB. Als de leverancier dit niet uit zichzelf geeft, moet de werkgever serieus overwegen een andere te zoeken!

Geen VIB, wel gevaar

Er zijn veel stoffen zonder VIB die wél gevaar opleveren. Het mengen van producten kan tot kwaadaardige gassen of explosies leiden. Ook bewerkingen met (on)gevaarlijke stoffen kunnen gevaar opleveren. Voor het lassen moet metaal vaak schoongemaakt worden; het reinigingsmiddel geeft bij het lassen extra schadelijke rook: een bekend voorbeeld van hoe een goed georganiseerd productieproces gevaarlijke gevolgen kan hebben. Die kunnen met de omstandigheden verschillen!

De uitlaatgassen van machines, auto’s en heftrucks (vooral die op diesel) zijn kankerverwekkend. Dat geldt ook voor het stof dat vrijkomt bij het zagen van sommige soorten hardhout. In de landbouw en voedingsindustrie heeft men vaak te maken met ‘gewoon’ stof dat in grote hoeveelheden de luchtwegen en longen kan beschadigen. In de zorg kunnen de medicijnen voor patiënten een risico vormen voor de medewerkers, net als desinfectiemiddelen.

‘Natuurlijk stof’ zoals meelstof, pollen van bloemen, coniferen, planten, sommige soorten fruit, stuifmeel van diverse bloemen: het kan allergische reacties geven. Dat gaat om niezen en tranende ogen, met op den duur ernstiger gevolgen als beroepsastma.

Als arbo-adviseur moet u oog hebben voor deze ongedachte risico’s. Informeer bij uw brancheorganisatie, raadpleeg de arbocatalogus of branche-informatie van Inspectie SZW (ISZW), vraag de bedrijfsarts of een andere arboprofessional om advies. Wees alert op signalen van werknemers!

Het VIB helpt bij vastleggen van risico’s in de RI&E

Op het Veiligheidsinformatieblad staan de gevaren van het product, bijvoorbeeld met zogenaamde H-zinnen. De H staat voor Hazard, het Engelse woord voor gevaar. Zo betekent H-zin 350: ‘Kan kanker veroorzaken’.

 

Het VIB bevat informatie in 16 rubrieken, zoals de stofsamenstelling en aanwijzingen voor opslag, vervoer en verwijdering. Voor de arbo-adviseur en de medewerker is vooral de informatie over beheersing van blootstelling en (indien nodig) persoonlijke bescherming belangrijk. Ook leest u er wat te doen bij het onbedoeld vrijkomen van de stof of het mengsel en over eventuele eerste hulp en brandbestrijding.

 

Met het VIB en eventueel het naslaan van een (digitaal) chemiekaartenboek kunt u de risico’s van het productieproces opnemen in uw RI&E en in verantwoorde werkwijzen.

Schatting mag bij gangbare methode

Is het risico van een stof klein? Komt dat door de aard van de stof, door het beperkte gebruik, of doordat mensen er kort aan blootgesteld worden? Zijn de omstandigheden altijd hetzelfde? De arboregelgeving vraagt van de werkgever een beoordeling. Is het risico verwaarloosbaar of niet?

Dat maakt dat u de blootstelling aan de stof moet afzetten tegen een grenswaarde. Dat is een norm voor maximaal aanvaarde blootstelling. Bij stoffen is die vaak uitgedrukt in X deeltjes gevaarlijke stof per miljoen deeltjes lucht per 8 uur werk, soms per 15 minuten.

Voor een aantal stoffen bevat de arboregelgeving grenswaarden

Voor een aantal stoffen bevat de arboregelgeving grenswaarden: diverse branches werken daarmee, leveranciers adviseren erover. Of kijk op ser.nl/grenswaarden. Voor veel stoffen en bewerkingen ontbreken grenswaarden echter. Bij ‘natuurlijke’ substanties is een grenswaarde niet eens mogelijk: bacteriën vermenigvuldigen zich razendsnel.

Vaak is advies van een arbeidshygiënist aan te raden. Omdat het gaat om het detecteren van deeltjes denken veel mensen dat metingen nodig zijn. Dat is duur en werk voor specialisten. De bevindingen zijn ook niet altijd bruikbaar.

Het Arbobesluit spreekt niet over meten maar over ‘beoordelen’. U mag een schatting maken met een gangbare (branche-)methode. Uit (digitale) handboeken en tabellen kunt u de waarschijnlijke concentratie gevaarlijke stof in diverse situaties afleiden.

Schatten is goedkoper, maar geeft meer onzekerheid. ISZW zal dus soms toch verplichten tot meten! Diverse partijen hebben digitale instrumenten als hulpmiddel voor schattingen. Arboportaal noemt als voorbeeld stoffenmanager.com, gratis tot 35 stoffen en 35 risicobeoordelingen. Andere aanbieders geven een gratis demonstratie.

Werkplekinstructiekaarten

In essentie bevat zo’n instrument de resultaten van metingen in bestaande situaties van werk met gevaarlijke stoffen. U voert gegevens in over ‘uw’ stoffen en bewerking. De software bevat alle bekende VIB’s en genereert een cijfermatige beoordeling van ‘uw’ werksituatie, zo mogelijk vergeleken met de grenswaarde.

Verder rekent het systeem effecten van maatregelen door. Ook vindt u er registers van (categorieën) stoffen en prioriteiten voor aanpak en beheer (plan van aanpak!). Heel nuttig is een functie om werkplekinstructiekaarten aan te maken.

ISZW accepteert veelal de uitkomsten als goede schatting – dus niet als meting! Als u weet of en welke gevaarlijke stoffen er in uw organisatie zijn, moet u die zorgvuldig registreren. Dat geldt ook voor de mate en wijze van blootstelling. Het is een goede aanpak om vast te leggen welke substanties u waarom niet als gevaarlijk aanmerkt. Vervolgens bekijkt u de verplichtingen en opties voor risicobeheersing.

Een grove inschatting helpt bij beoordeling risico’s

Zijn er in uw organisatie veel mogelijk gevaarlijke stoffen? Maak eerst een inschatting (het liefst samen met anderen): 

  • Is de mate van blootstelling en het gevaar van de stof laag, matig of hoog?

Dat geeft negen mogelijke combinaties. De twee extremen zijn: 

  • blootstelling en gevaar beide hoog: groot risico, direct aanpakken;
  • beide laag: weinig risico, als laatste nader onderzoeken.

De zeven combinaties hiertussen onderzoekt u met aflopende prioriteit. En hoe ver moet u gaan met het inventariseren van gevaarlijke stoffen? Vallen alledaagse schoonmaakmiddelen er ook onder? Kijk naar de gevaarsymbolen op de etiketten en controleer de hoeveelheden.