Kritiek op voorstel voor maatschappelijke organisaties

De internetconsultatie van het wetsvoorstel Besloten vennootschap met maatschappelijk doel (BVm) is afgerond. Vanuit verschillende hoeken zijn verbeterpunten aangegeven en vragen gesteld. Het is nu aan de wetgever om de volgende stap te zetten.

2 juni 2021 | Door redactie

Op 9 maart 2021 heeft staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken het voorstel voor een aparte juridische status voor maatschappelijke organisaties ter consultatie aangeboden. Verschillende partijen zoals de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) hebben op het voorstel gereageerd en aangegeven dat het op een aantal punten nog verbeterd kan worden.

Beperkte toepassing maatschappelijke onderneming

De KNB vraagt zich vooral af waarom de maatschappelijke onderneming alleen toegankelijk is voor de besloten vennootschap (BV). Een stichting of coöperatie zou daarvoor namelijk ook in aanmerking komen. Deze organisaties worden al van oudsher gebruikt voor sociale en maatschappelijke activiteiten. De KNB is het wel met de wetgever eens dat het niet nodig is om een aparte BVm-wet in te voeren en dat verwerking in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het handigste is. Een duidelijk omschrijving van de maatschappelijke onderneming en ondernemerschap is wel noodzakelijk.

Fiscale gevolgen van de maatschappelijke onderneming

De NOB kijkt daarnaast meer naar de fiscale kant van de maatschappelijke onderneming. In het consultatiedocument is opgenomen dat er geen verschil komt in de fiscale behandeling van een bv en een bv met een maatschappelijk doel (BVm). De NOB vraagt zich af wat dan het voordeel is van een BVm en ziet juist wel mogelijkheden om fiscale faciliteiten open te stellen voor de BVm. Het is bijvoorbeeld mogelijk om aan de BVm de ANBI-status toe te kennen en de giftenaftrek toe te staan. Daarnaast moet de wetgever kijken naar de mogelijkheden om een fiscale eenheid te vormen en de gebruikelijkloonregeling toe te passen. Als de wetgever deze aspecten ook wil meenemen, kan de NOB zich zelfs voorstellen dat de invoering van een BVm onderdeel gaat uitmaken van een integrale herziening van het fiscale stelsel.